Als jurist bederf je vaak de sfeer. Hébben mensen een keer een leuk idee, bijvoorbeeld om een huis te kopen, een bedrijf te beginnen of te trouwen, ga jij als jurist vragen: ja maar wat nu als alles misgaat? Moeten jullie geen algemene voorwaarden maken? Of huwelijkse voorwaarden? En hebben jullie al een testament?

Gewone mensen hebben geen zin om zo te denken. De meeste mensen trouwen in gemeenschap van goederen, want ze gaan toch niet uit elkaar. En áls er al één over huwelijkse voorwaarden begint, zegt de ander: vertrouw je me dan niet? Na elkaar eeuwige trouw te hebben beloofd, gaat 40% van de stellen toch scheiden. En dan hadden ze gewild dat ze van tevoren afspraken hadden gemaakt. Want waarom zou je elkaar na de scheiding nog uitkleden? En zelfs over dingen waarvan je zeker weet dat ze misgaan, willen de meesten niet nadenken. Veel mensen blijven het maken van een testament maar voor zich uitschuiven, want ze gáán niet dood, of nou ja, ze gaan wel dood maar ze willen het er niet over hebben. Mensen steken graag vóór hun begrafenis alvast hun kop in het zand. Rationeel niet handig, maar menselijk heel begrijpelijk. Ik ben zelf net zo.

In het bedrijfsleven is het al veel meer geaccepteerd dat van tevoren wordt afgesproken wat er zal gelden als er dingen misgaan. Een klant kijkt helemaal niet raar op als er achter op de factuur algemene voorwaarden staan waarin eigendomsvoorbehouden, ontbindende voorwaarden en boetebedingen zijn opgenomen. Je hoeft bij een bank ook niet aan te kloppen om een paar ton te lenen voor de aankoop van een huis als je niet bereid bent de bank een hypotheekrecht op dat huis te geven. Hoewel het percentage woningleningen dat niet wordt afbetaald een stuk lager is dan het aantal huwelijken dat het einde niet haalt, wordt er bij woningen altijd een hypotheek gevestigd, voor het geval dat. Het is net zo normaal als een autogordel omdoen.

Als jurist ben je verplicht om zo te denken. Als notaris moet je verliefde stellen een parachute omdoen voor als ze van die roze wolk afvallen. Als advocaat moet je bij vrienden die zeker weten dat hun nieuwe bedrijf een succes zal worden, beginnen over: maar wat nu als het toch een fiasco wordt of als jullie in de toekomst ruzie krijgen? Als bankjurist moet je bij huizenkopers die de kluskleren al aan hebben, uitleggen dat je alvast voorwaarden hebt gemaakt voor als ze hun lening toch niet terugbetalen. Juristen zijn professionele doemdenkers.

Het lijkt misschien een rotklus om je hiermee bezig te houden, maar je gaat er op den duur lol in krijgen. Als je een contract aan het opstellen bent, ga je denken: heb ik aan alles gedacht? Staat erin wat er gebeurt bij wanbetaling, overlijden, faillissement? Hebben we alle garanties en exoneraties? Het wordt een sport om te fantaseren over wat er allemaal mis kan gaan en welke oplossingen je daar van tevoren voor kunt bedenken. En ook je klant zal het fijn vinden dat je dit doet. Sowieso zal die je achteraf dankbaar zijn als er dingen zijn misgegaan. Maar als je het goed weet uit te leggen, zal die het ook vooraf al waarderen. Het geeft een gerust gevoel als alles goed geregeld is. Doodgaan is veel fijner met een goed testament.

Dus ben je jurist? Kijk dan niet weg voor ellende, maar zoek het juist op en leg met een glimlach uit dat het fijn is om het erover te hebben. Klanten zullen je dankbaar zijn als je eraan hebt gedacht en zullen je aansprakelijk stellen als je dat niet hebt gedaan. Zo zijn ze dan ook wel weer.

Deze column is verschenen in het Ars Aequi septembernummer 2018.