De BockBoekbespreking. In haar oratie beschrijft De Bock waarom we de civiele overheidsrechter moeten belasten in plaats van ontlasten. Ze beargumenteert dat de overheidsrechtspraak op dit moment niet meer voldoet aan de behoefte aan recht vanuit de maatschappij. Een scherpe metafoor die wordt gebruikt is die van de rechter die als een boer zijn akker ijverig aan het bewerken is, zonder door te hebben dat hem jaarlijks een strook grond van zijn akker wordt afgenomen: steeds meer kwesties die eerder tot het terrein van de overheidsrechter zouden behoren, worden nu behandeld via alternatieve geschilbeslechtingsprocedures (ADR). De Bock stelt vast dat er steeds vaker een beroep op de zelfredzaamheid van de burger wordt gedaan en dat het stelsel van private geschilbeslechting blijft uitbreiden: naar haar mening een kwalijke ontwikkeling. Zo zet ze vraagtekens bij het vermogen van burgers om zelf geschillen op te lossen en wijst ze op de nadelen van de beperkte openbaarheid van private geschilbeslechting. Zo is bijvoorbeeld lastig vast te stellen welke kwaliteit beslissingen van private geschilbeslechters hebben. Het is daarmee maar de vraag of geschillencommissies het uitgebreide consumentenrecht dat we kennen goed toepassen en dit kan van grote invloed zijn op het leven van individuen.
In de oratie wordt een aantal concrete aanbevelingen gedaan om de vlucht naar private geschilbeslechting tot een halt te roepen. Deze komen veelal neer op het versimpelen en goedkoper maken van het huidige civiele proces. Er wordt bijvoorbeeld voorgesteld om ten behoeve van de consumentenbescherming een ‘u-bocht’-procedure in te voeren, waarmee geschillencommissies een soort prejudiciële vragen over het consumentenrecht aan de rechtbank voor kunnen leggen. Een andere suggestie die wordt gedaan is om in zaken waar een bepaald soort deskundigheid vereist is – bijvoorbeeld bouwgeschillen – zitting te houden met deskundigen die géén lid zijn van de rechterlijke macht. Zo zou een snellere, effectievere en goedkopere rechtsgang worden bewerkstelligd.
Het 23 pagina’s tellende betoog is boeiend en kan funderen als een mooie aanzet voor verder debat. Er zijn immers nog praktische en financiële bezwaren die in de weg kunnen staan aan De Bocks stellingen. Haar benoeming wil ze dan ook graag gebruiken om uitgebreider onderzoek te doen naar hoe (de door haar hier voorgestelde) hervormingen een plaats kunnen krijgen binnen het civiele privaatrecht. (BV)

R.H. de Bock
De toekomst van de civiele rechtspraak. Een pleidooi om de rechter niet te ontlasten
Oratie Amsterdam UvA, Zutphen: Uitgeverij Paris 2017, 23 p., € 19,50