PieterseBoekbespreking. Eén van de markantste fiscalisten uit zijn tijd was professor H.J. Doedens (1915-2004) aan de Rijksuniversiteit Groningen. Vermaard door zijn wijze van doceren, zijn ‘analytisch vermogen’ en het klassieke opstel ‘Voordeel beogen, voordeel verwachten’, maar ook een ‘wat mythische figuur’ omdat over zijn persoonlijk leven weinig bekend is. In de woorden van Lokin in Ars Aequi (2006, p. 44): ‘Hij was en bleef een raadsel’. Met Over H.J. Doedens. Een intrigerende fiscalist poogt Rens Pieterse een deel van het raadsel op te helderen.

In de eerste twee hoofdstukken bespreekt Pieterse werk en leven van Doedens – werkzaam bij het ministerie van Financiën­, als docent bij de Rijksbelastingacademie, als hoogleraar aan de Rijksuniversiteit Groningen en als raadsheer-plaatsvervanger in het Gerechtshof Leeuwarden. Pieterse lardeert het verhaal met anekdotes – zoals over de aanvaarding door Doedens van het ambt van hoogleraar, waarbij hij volgens de overlevering op enig moment ‘zijn voordracht afbrak, zijn papieren bijeen pakte en vertrok’; niemand wist waarom.

Het interessantst is het vierde hoofdstuk, over de talrijke annotaties die Doedens schreef onder arresten van de Hoge Raad. Deze annotaties vielen ook bij de Hoge Raad in de smaak (zie NTFR 2014/908). Pieterse bespreekt de kracht ervan. Die schuilde er met name in dat Doedens niet aarzelde kritisch te reflecteren op het gegeven oordeel. Zo haalt Pieterse een annotatie aan waarin Doedens – ‘zonder een spoor van ironie’ – de vraag opwerpt of de Hoge Raad wel de goede (wet)tekst tot uitgangspunt heeft genomen (BNB 1953/84).

Met zijn onderzoek naar Doedens werpt Pieterse licht op een intrigerende man en een gevierd fiscalist. Een onderzoek dat bovendien nog niet is afgerond, getuige de oproep in KwartaalSignaal (2017, p. 8358). (OO)

L.J.A. Pieterse
Over H.J. Doedens. Een intrigerende fiscalist
Deventer: Wolters Kluwer 2017, 85 p., € 24.