Carel Smith & Harm Kloosterhuis

De wedervergelding wordt wel het oudste beginsel van recht en rechtvaardigheid genoemd. Dit beginsel is reeds te vinden in de Codex Hammurabi (ca 1780 v. Chr.), maar is vooral bekend van het Oude Testament: bij dood of letsel dient men “ziel voor ziel, oog voor oog, tand voor tand, hand voor hand, voet voor voet, brand voor brand, wond voor wond, buil voor buil” te geven.

Onder juristen staat de wedervergelding bekend als het ius talionis. In de oudste optekening van het Romeinse recht, de Twaalftafelenwet van 449 v. Chr. staat: ‘Indien men iemands ledemaat heeft verminkt en men met de benadeelde niet tot een vergelijk heeft kunnen komen, dient wedervergelding [talio] te geschieden.’ Volgens de kerkvader Augustinus was het Romeinsrechtelijke talio-beginsel verwant aan het Bijbelse principe ‘oog om oog, tand om tand’. Deze lezing van het ius talionis is sindsdien de heersende.

Voor moderne oren klinkt het ius talionis hard en onbuigzaam, maar het bood in twee opzichten een vooruitgang ten opzichte van de, vermoedelijk, meest oorspronkelijke vorm van straf of sanctie: de vergelding, zoals de bloedwraak. Allereerst stelt het talio-beginsel paal en perk aan de sanctie: bij het verlies van een oog niet méér dan een oog, bij het verlies van een leven niet méér dan een leven. Het talio-beginsel voorkomt bovendien de in beginsel oneindige keten van wraak: de ongerechtvaardigde schade wordt vereffend door een door de wet opgelegde maximale schadeloosstelling. Aangezien de schadeloosstelling gerechtvaardigd is, levert dit geen grond meer op voor (weder)vergelding.

Hoe letterlijk moeten wij het ‘oog om oog, tand om tand’-principe van de oudere mensheid nemen? Er is allereerst de moeilijkheid om bij onrechtmatig toegebracht letsel precies hetzelfde letsel bij de dader toe te brengen. Een consequente toepassing van een letterlijk genomen talio-beginsel eist dat, als iemand in een gevecht een beenbreuk heeft opgelopen en de wedervergelding resulteert in een dubbele beenbreuk bij de dader, ook het oorspronkelijke slachtoffer een tweede beenbreuk toegebracht dient te worden. Dat moet ook voor het meest wraakzuchtige slachtoffer een verontrustend vooruitzicht zijn geweest.

Voor de Romeinen gold nog een ander bezwaar: de Twaalftafelenwet, en daarmee het talio-beginsel, gold alleen voor de cives, de Romeinse burgers die de ruggengraat van het Romeinse leger vormden. Een letterlijke toepassing van het talio-beginsel betekent dat als de ene soldaat door een andere was verwond of gedood, ook die andere soldaat bij wijze van straf verwond of gedood moest worden. Maar dat is niet in het belang van het leger. Dat is wel gediend met discipline en samenwerking, maar niet met onnodig verlies van weerbare manschappen.

Als derde bezwaar gold dat dezelfde schade voor de een zwaarder kan uitpakken dan voor de ander. Een beenbreuk betekent voor een geldwisselaar iets anders dan voor een wagenmenner: voor de eerste betekent het pijn en ongemak, voor laatste ook nog eens verlies van broodwinning. Het gelijke letsel levert in dat geval dus een ongelijke schade op.

Het is dan ook de vraag of het talio-beginsel door Babyloniërs, Hebreeërs en Romeinen naar de letter werd genomen. De functie lijkt eerder die van ultimum remedium te zijn. Het fungeert als geheugensteun voor het geval de dader niet tot overeenstemming komt met het slachtoffer (of diens familie) over een passende schadeloosstelling: komen we niet tot overeenstemming, dan betaalt ge met uw oog, uw tand, uw leven. Maar die overeen te komen schadeloosstelling dient wel passend te zijn: niet méér dan het equivalent van uw oog in shekel, sestertiën of … euro’s. Zo blijkt het equivalent voor functieverlies van een oog als gevolg van een losgesprongen onderdeel van een machine die de oogbol ernstig beschadigde € 45.378,- (zie https://letsel.info/smartengeld-bij-oogletsel/).

Equivalentie dus, niet wedervergelding, als oudste beginsel van recht en rechtvaardigheid.