In 1945 deed de bekende Amerikaanse rechter Learned Hand een uitspraak die wordt gezien als exemplarisch voor pragmatische rechtsvinding, dat wil zeggen rechtsvinding met een beroep op gevolgen (Markham v. Cabell). Volgens Learned Hand moet bij juridische interpretatie niet de letter, maar het doel van de wet centraal staan. Hij keert zich niet alleen tegen de letterlijke interpretatie van juridische begrippen maar ook tegen het kritiekloze gebruik van het woordenboek. Uiteraard, zegt Hand, zijn de woorden, zelfs in hun letterlijke betekenis, het juiste vertrekpunt van iedere interpretatie. Maar, zo vervolgt hij, het

‘is one of the surest indexes of a mature developed jurisprudence not to make a fortress out of the dictionary; but to remember that statutes always have some purpose or object to accomplish, whose sympathetic and imaginative discovery is the surest guide to their meaning’.

Het is een opvatting die naadloos aansluit bij het denken van die andere bekende Amerikaanse jurist, Oliver Wendell Holmes. Zoals wij in onze bijdrage van januari (AA20200099) schreven, ontwikkelt het recht zich volgens Holmes in reactie op de ontwikkelingen in de samenleving en de ‘felt necessities’ van de tijd.

De wijze van rechtsvinding die Learned Hand propageert is lange tijd invloedrijk geweest in de rechterlijke oordeelsvorming in de Verenigde Staten. Maar de laatste 30 jaar is het tij gekeerd, vooral bij het Supreme Court. De letterlijke interpretatie van rechtsnormen en het gebruik van woordenboeken zijn weer terug van weggeweest. Een ontwikkeling die velen zorgen baart.

Een tijdje geleden kwamen die zorgen duidelijk naar voren in de hearings bij de benoeming van Neil Gorsuch tot rechter van het Supreme Court van de Verenigde Staten. Centraal in die hearings stond zijn dissenting opinion in de zogenoemde ‘Frozen Trucker Case’ (TransAm Trucking v. Administrative Review Board). In deze zaak ging het om de interpretatie van de regel die het werkgevers verbiedt een werk­nemer te ontslaan die ‘refuses to operate a vehicle because the employee has a reasonable apprehension of serious injury to the employee or the public’.

Dit zijn de feiten van de casus. Een vrachtwagenchauffeur bevriest bijna in zijn truck, die stilstaat omdat de aanhanger kapot is. Halfbevroren en ten einde raad ontkoppelt hij zijn truck en rijdt weg. Zijn werk­gever ontslaat hem omdat hij zijn aanhanger heeft achtergelaten. De meerderheid van de rechters in deze zaak oordeelde dat de werkgever met dat ontslag in strijd met de bovengenoemde bepaling handelde.

Gorsuch was het oneens met dit oordeel. In zijn dissenting opinion betoogt hij met een beroep op het woordenboek dat wegrijden niet onder het bereik van de formulering ‘refuses to operate’ valt. Wegrijden is immers handelen en niet weigeren te handelen. Een bijzondere interpretatie! In reacties werd deze letterlijke interpretatie met gebruikmaking van het woordenboek dan ook gehekeld als een belachelijk voorbeeld van textualism.

Hoe is deze terugkeer naar de ‘woordenboekvesting’ te verklaren? John Calhoun beantwoordt deze vraag in zijn artikel ‘Measuring the Fortress: Explaining Trends in Supreme Court and Circuit Court Dictionary Use’ (The Yale Law Journal (124) 2014, afl. 2, p. 248-575). Op basis van een statistische analyse komt Calhoun tot een bevestiging van de hypothese dat het gebruik van woordenboeken door het Supreme Court sinds de jaren 80 van de vorige eeuw weer toeneemt. Deze ontwikkeling verklaart Calhoun als volgt. Het Supreme Court is bang voor verlies aan legitimiteit door het verwijt van juridisch activisme – het mogelijke resultaat van pragmatische rechtsvinding. Die angst resulteerde in een revival van het textualism en in het toegenomen gebruik van woordenboeken (alsof deze wijze van rechtsvinding niet activistisch zou kunnen zijn, zie de ‘Frozen Trucker Case’). In die ontwikkeling speelde volgens Calhoun de overtuigingskracht van een rechter van het Supreme Court een belangrijke rol: Antonin Scalia – volgens velen een overtuigd textualist.

Neil Gorsuch werd de opvolger van Scalia als rechter van het Supreme Court van de Verenigde Staten.

Deze column van Harm Kloosterhuis & Carel Smith is eerder verschenen in Ars Aequi mei 2020.