Het Bijzonder nummer ziet dit jaar op het crisis- en rampenrecht. Om voor de hand liggende redenen speelt de coronacrisis in diverse bijdragen een prominente rol. Toch gaat dit nummer over méér dan alleen deze crisis. De redactie heeft auteurs uitgenodigd om vanuit verschillende perspectieven te reflecteren op diverse soorten crises en rampen. De centrale vraag in elk artikel is steeds: hoe moet het recht omspringen met rampspoed en onheil?

Het nummer vangt aan met een drietal ‘corona­crisisbijdragen’. Adriaan Wierenga laat zien hoe noodverordeningen en staatsnoodrecht door de jaren heen zijn ingezet ter bestrijding van infectieziekten. Hij reikt de lezer de nodige rechtshistorische inzichten aan, maar gaat ook uitdrukkelijk in op het hier en nu: hoe functioneert het infectieziekte­bestrijdingsrecht in tijden van een ernstige pandemie en op welke punten kan dit worden aangescherpt?

Jan-Peter Loof laat een staatsrechtelijk licht schijnen op de bijzondere – volgens hem schimmige – driehoeksrelatie tussen de coronacrisis, het staatsnood(recht) en mensenrechten. Hij bespreekt verschillende overheidsmaatregelen om de verspreiding van COVID-19 tegen te gaan en toetst deze aan zowel staatsrechtelijke als mensenrechtelijke uitgangspunten. De kern van die toets behelst de vraag naar de noodzakelijkheid en de proportionaliteit van maat­regelen. En in crisistijd laat juist die vraag zich vaak niet gemakkelijk beantwoorden.

Jaap Sijmons gaat in zijn bijdrage over rampenbestrijding en gezondheidsrecht in op de historische ontwikkeling van de relevante wetgeving op het gebied van de volksgezondheid. Daarbij schetst hij hoe mettertijd een tegenstelling is ontstaan tussen collectieve en private gezondheidszorg. Door de huidige coronacrisis zijn de zwaktes van de huidige wetgeving aan het licht gekomen. De bijdrage eindigt dan ook met een pleidooi voor een structurele herziening van het noodrecht bij volksgezondheidsrampen.

Dan verandert het perspectief. Crises, zoals de bankencrisis maar ook de coronacrisis, hebben doorgaans vergaande financiële gevolgen. Willem Bovenschen, Chris Oudhuis en Anne van Toor laten in hun bijdrage zien hoe de Europese Centrale Bank reageert op crises. Om prijsstabiliteit te waarborgen koopt deze Europese instelling in tijden van nood op grote schaal schuldpapieren op die door overheden zijn uitgegeven. Dat roept juridische vragen op. Wanneer valt een opkoopprogramma binnen het mandaat van de Europese Centrale Bank en welke programma’s zoeken de juridische grenzen op?

Vervolgens gaat een multidisciplinair auteursteam – bestaande uit Mirko Noordegraaf, Niels Terpstra, Scott Douglas, Marie-Jeanne Schiffelers, Beatrice de Graaf & Henk Kummeling – in op de onbedoelde en ongewenste gevolgen van een noodtoestand bij crisis en dreiging. In het bijzonder ziet deze bijdrage op de dynamiek rond terrorismedreiging en noodmaatregelen. De auteurs maken inzichtelijk dat de uitwerking en doorwerking van een noodtoestand niet voorshands duidelijk is. Noodmaatregelen verschillen van land tot land en de inhoud wordt vooral bepaald door politiek-bestuurlijke actie. Maatschappelijke ­effecten blijken bovendien lastig te beheersen.

Monica Lanz, Willemijn van Doorn-Hoekveld, Herman Kasper Gilissen, Frank Groothuijse & Marleen van Rijswick vormen eveneens een interdisciplinair auteursteam. Hun bijdrage draait om een van de oudste Nederlandse rechtsgebieden: het waterstaatsrecht. De auteurs onderzoeken hoe het overstromingsrisicobeheer, noodwetgeving incluis, is vormgegeven. Is het Nederlandse recht eigenlijk wel voorbereid op waterrampen? En op welke punten moet de waterstaatsnoodwetgeving nog worden verbeterd?

Anita Böcker & Tesseltje de Lange gaan in hun bijdrage in op de maatregelen die tijdens de coronacrisis zijn genomen om de komst en inzet van arbeidsmigranten mogelijk te blijven maken enerzijds en de maatregelen die nodig waren om hun gezondheid te beschermen en corona-uitbraken te voorkomen anderzijds. Aan de hand van rechtssociologische inzichten bespreken zij een aantal getroffen voorzieningen, pragmatische oplossingen en de wisselwerking met (tijdelijke) wetgeving.

Rampen en crises veroorzaken vrijwel altijd schade. Hoe deze moet worden afgewikkeld, komt aan bod in twee afzonderlijke bijdragen. Ton Hartlief laat in zijn bijdrage zien dat het normale systeem van aansprakelijkheid en verzekering in geval van rampen- en crisesschade al snel plaatsmaakt voor al dan niet incidentele overheidsschadefondsen. Deze aansprakelijkheidsrechtelijke bijdrage zoekt uit hoe dit komt en wat hieraan valt te doen.

Oorlogen, terroristische aanslagen, natuurrampen en atoomkernreacties kunnen tot catastrofale schade leiden. Schadeverzekeraars sluiten dergelijke catastroferisico’s veelal uit in de verzekeringsvoorwaarden. De vraag is welke schaderisico’s onder deze uitsluitingen vallen. Omvat het bijvoorbeeld ook schade door rellen en cyberterrorisme? Tevens is de vraag hoe catastrofale schade dan wel kan worden opgevangen. Wim Weterings gaat uitgebreid in op deze en aanpalende vragen.

Digitalisering en dataficatie zijn inmiddels alomtegenwoordig en spelen ook een rol in de crisisbestrijding. Hannah van Kolfschooten gaat in op de problematiek rondom het gebruik van mobiele technologie in de crisisbestrijding. Applicaties die worden ingezet voor crisisbestrijding blijken grote hoeveelheden persoonsgegevens te verwerken. Aan de hand van voorbeelden uit de huidige coronacrisis bespreekt Van Kolfschooten de rol van (Europese) gegevensbescherming in crisistijden en inperkingen van gegevensbeschermingsrechten tijdens een gezondheidscrisis.

Anne van der Mei sluit het nummer af met een Europeesrechtelijke bijdrage. Moeten de lidstaten, zoals commissievoorzitter Von der Leyen recent opperde, inderdaad streven naar een sterkere gezondheidsunie? En zo ja, welke bevoegdheden moeten daartoe worden overgedragen aan de Europese Unie? Misschien is een bevoegdhedenoverheveling niet direct nodig, zo constateert Van der Mei, maar zijn soft law en Europese samenwerking op basis van vrijwilligheid te prefereren.

Het moge duidelijk zijn: dit bomvolle Bijzonder nummer behandelt allerlei aspecten van het vigerende crisis- en rampenrecht. De bijdragen stemmen tot nadenken en laten bovendien zien dat de wetgever de komende jaren de nodige wetgevingsarbeid te verzetten heeft. Wij danken alle auteurs hartelijk voor hun bijdrage en wensen u veel leesplezier.

De redactiecommissie
Rowin Jansen, Jelle van Dijk, Minke Reijneveld, Marleen Kappé, Nordine Lgarah & Lara Ohnesorge

 

Dit voorwoord is verschenen in Ars Aequi juli/augustus 2021.