In 2018 diende de VVD een wetsvoorstel in ter wijziging van de Drank- en Horecawet (DHW, Kamerstukken II 2017/18, 34961, 2). Onder de DHW komen alleen slijterijen en horecagelegenheden in aanmerking voor een vergunning om alcohol te verkopen (art. 3). Daarmee verbiedt de DHW dat de detailhandel alcoholhoudende dranken aanbiedt voor consumerend gebruik.

Het voorstel ter wijziging wil af van dit verbod en beoogt het mogelijk te maken dat een vergunning kan gelden voor bepaalde mengvormen van het horeca- of slijtersbedrijf en bedrijf uit een andere branche. Zo krijgen gemeentes de mogelijkheid om mengvormen tussen retail en horeca toe te staan (blurring). Als deze wijziging wordt doorgevoerd, is het bijvoorbeeld mogelijk dat je bij de schoenwinkel een biertje drinkt tijdens het passen. Wij denken echter dat het niet toe te juichen is dat de overheid het ontstaan van dergelijke mengvormen toestaat.

De aanleiding voor deze wetswijziging is dat consumenten vaker online winkelen en gerichter zoeken naar producten. Als mensen naar een fysieke winkel toegaan, zijn zij tegenwoordig op zoek naar een ‘beleving’. Door de detailhandel de mogelijkheid te geven om ook ‘bedrijfsmatig of anders dan om niet alcoholhoudende drank’ te verstrekken (Kamerstukken II 2017/18, 34961, 3, p. 4), zouden winkels beter kunnen inspelen op het veranderde consumentengedrag. Het doel hiervan is om de economische vitaliteit van de winkelstraat te verbeteren.

Wanneer alcohol mag worden geschonken in de retail, kan dat economische voordelen hebben. In een onderzoek uitgevoerd in opdracht van het ministerie van VWS wordt geconcludeerd dat blurring met een redelijke aannemelijkheid positieve economische effecten heeft voor ondernemers en gemeenten (Berenschot, Effecten van het initiatiefvoorstel ‘Regulering mengformules’ 2019, p. 13).

Dit weegt echter niet op tegen de nadelen van blurring. Ten eerste heeft het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) in 2018 becijferd dat de maatschappelijke kosten van alcohol(gebruik) in 2013 ongeveer 2,3 tot 4,2 miljard euro waren (na aftrek van de baten). Deze kosten worden bijvoorbeeld gevormd door politie-inzet, verkeers­ongevallen en verlies van kwaliteit van leven (RIVM, Maatschappelijke kosten-baten analyse van beleidsmaatregelen om alcoholgebruik te verminderen (Rapport 2018-0146)). Het is redelijk aannemelijk dat dergelijke kosten stijgen.

Daarnaast kan blurring negatieve gevolgen hebben voor de gezondheid. Het is bekend dat overmatig alcoholgebruik ongezond is. De Gezondheidsraad adviseert om in ieder geval niet meer dan één glas per dag te drinken (Richtlijnen goede voeding 2015, p. 57). Blurring creëert juist een situatie waarin mensen vaker geconfronteerd worden met alcoholhoudende dranken. Dit zou in het bijzonder schadelijk kunnen zijn voor mensen met een alcoholverslaving.

Ook het huidige kabinet is zich bewust van de schadelijke effecten van alcohol. In het Nationaal Preventieakkoord staan maatregelen om problematisch alcoholgebruik tegen te gaan. Jongeren moeten minder in aanraking komen met alcoholreclame en de koppeling tussen sport en alcohol moet veranderen zodat een gezonde sportomgeving ontstaat (Nationaal Preventieakkoord 2018, p. 50-87). Dat het door het wetsvoorstel eenvoudiger wordt gemaakt om alcohol op meer plekken aan te bieden, verhoudt zich slecht tot de de-normalisering van alcohol die wordt nagestreefd door de overheid. Blurring zorgt er immers voor dat het aantal verkooppunten voor alcohol toeneemt en drankgebruik wordt genormaliseerd (vgl. lector verslavingspreventie Bovens via ‘Kritiek op schenken van alcohol in winkels’, de Ondernemer 2016).

Wij menen dan ook dat het voorstel tot wijziging van de Drank- en Horecawet een tegenstelling met het Nationaal Preventieakkoord oplevert. Aan de ene kant ziet de overheid voor zichzelf een taak weggelegd om ‘de gezondheid van heel veel Nederlanders te verbeteren’. Aan de andere kant blijkt uit de memorie van toelichting bij het wetsvoorstel dat verkoop van alcoholhoudende dranken wordt ingezet als stimulerend middel. Enerzijds dient de burger ondersteund te worden in het aanpakken van problemen zoals roken, overgewicht en problematisch alcoholgebruik, anderzijds lijkt de burger juist naar de winkel te worden gelokt met alcohol, omdat dit de economie ten goede zou komen.

Wij concluderen dat blurring niet toe te juichen is omdat de economische voordelen niet opwegen tegen de vele nadelen. De overheid heeft een dubbelzinnige houding ten opzichte van alcoholgebruik. Voordat er over een aantal jaar in het preventieakkoord staat dat de koppeling tussen winkelen en alcohol moet veranderen, stellen wij voor om geen gevolg aan dit initiatiefwetsvoorstel te geven.

 

Dit redactioneel van Jeroen Lemmen & Minke Reijneveld is verschenen in Ars Aequi oktober 2019.