De Rechtspraak heeft kwaliteitsrechtspraak hoog op de agenda staan; zij streeft naar ‘snelle, toegankelijke en deskundige rechtspraak’ (Agenda van de Rechtspraak 2015-2018). De jarenlange nadruk op snelheid en toegankelijkheid heeft de aandacht voor juridisch-inhoudelijke kwaliteit echter doen verslappen (Meerjarenplan van de Rechtspraak 2015-2020, p. 14). ‘Intercollegiale’ feedback op uitspraken met een standaard toetsingsformulier is een van de initiatieven om dit recht te trekken (Meerjarenplan, p. 16-17). Voor een verdergaande juridisch-inhoudelijke kwaliteitsborging is ‘360 gradenfeedback’ noodzakelijk. Dit houdt in dat meerdere partijen vanuit verschillende posities de rechtspraak beoordelen. Daarvoor is naast feedback door de rechtspraak zelf, feedback van buiten, rondom de muren van de rechterlijke macht nodig: door de media en de wetenschap. Aan het realiseren van 360 gradenfeedback staat het gebrek aan openbaarheid van rechterlijke uitspraken echter in de weg. Met name voor de feedbackfunctie van de wetenschap werpt dit een belangrijke horde op.

Feedback binnen de rechterlijke macht en door de media zijn belangrijke terugkoppelingsmechanismen. Feedback door de rechtspraak vindt binnen het systeem van de rechterlijke macht zelf plaats, bijvoorbeeld in de vorm van het hoger en cassatieberoep en de eerdergenoemde intercollegiale feedback. Er treedt daarbij een voor de hand liggend probleem op: de slager keurt zijn eigen vlees (zie ook Giard, Dokteren in het aansprakelijkheidsrecht (oratie Rotterdam), 2012, p. 43-44). Feedback door de media kent dit bezwaar niet. Een belangrijke tekortkoming is echter de inherente focus op spraakmakende, individuele zaken (zie ook Broeders e.a., Speelruimte voor transparantere rechtspraak (WRR-rapport), 2013, p. 84, 279-280). Zaakoverstijgende systeemanalyses en aandacht voor huis-tuin-en-keukenuitspraken ontbreken om die reden in het algemeen.

Kortom, voor 360 gradenfeedback is meer nodig dan terugkoppeling door de rechtspraak en de media: de wetenschap. De wetenschap staat buiten de rechtspraak en gaat verder dan het louter verslaan van incidenten en geruchtmakende zaken. Zij loopt echter tegen grenzen aan. Voor het geven van feedback is vereist dat uitspraken beschikbaar en controleerbaar zijn. Van een openaccesscultuur in de rechtspraak is vooralsnog echter bepaald geen sprake. Op rechtspraak.nl wordt slechts een klein deel van alle rechterlijke uitspraken gepubliceerd. Weliswaar is het aantal gepubliceerde uitspraken tussen 2007 en 2017 gestegen van 19 per duizend tot 41 per duizend (zie Kengetallen gerechten 2017, p. 10), procentueel betekent dit dat in 2017 slechts 4,1% van de uitspraken is gepubliceerd. Bovendien worden de uitspraken niet willekeurig geselecteerd. Slechts als zij voldoen aan de criteria die zijn vastgelegd in het Besluit selectiecriteria 2012, verschijnen zij op rechtspraak.nl. Op basis van dit besluit worden arresten van de hoogste rechters in beginsel altijd gepubliceerd. Lagere rechtspraak wordt in ieder geval gepubliceerd als er media-aandacht voor is geweest, wanneer de uitspraak ‘mede de belangen raakt van natuurlijke of rechtspersonen die geen partij waren in het geding’ of wanneer de uitspraak een ‘jurisprudentievormend karakter’ heeft. De rest wordt, mits daarin niet slechts standaardformuleringen worden gebruikt, ‘zoveel als mogelijk’ gepubliceerd. Uit de cijfers blijkt dat ‘zoveel als mogelijk’ een rekbaar begrip is.

Aan het gebrek aan openbaarheid kleeft een aantal nadelen voor wetenschappelijke feedback. Nu kan in beginsel alleen onderzoek worden gedaan op basis van gepubliceerde rechtspraak. Een goede afspiegeling van het geheel is die selectie hoogstwaarschijnlijk niet (Marseille & De Wever, NJB 2019/96). Weliswaar kunnen niet-gepubliceerde uitspraken worden opgevraagd bij de gerechten, maar dat blijkt verre van eenvoudig (Marseille & De Wever, NJB 2019/96). Het gebrek aan openbaarheid bemoeilijkt zo dus niet alleen het doen van onderzoek naar rechtspraak, maar kan ook de betrouwbaarheid van onderzoek dat op basis van de geselecteerde rechtspraak is verricht, in het geding laten komen.

Het gebrek aan openbaarheid van rechtspraak maakt 360 gradenfeedback dus lastig. Wij sluiten ons dan ook aan bij de vanuit verschillende hoeken gehoorde aanbeveling af te stappen van het selectieve publicatiebeleid en alle uitspraken te publiceren (Barkhuysen NJB 2017/1278; commissie-De Meij). Daarvoor dient vaart te worden gezet achter het wegnemen van de praktische bezwaren die nu nog kleven aan een openaccesscultuur in de rechtspraak en daarvoor is geld nodig. Ons verzoek aan de minister: maak de financiële middelen beschikbaar om te investeren in geautomatiseerde anonimisering van uitspraken, de belangrijkste reden voor uitstel (Bakker, NJBlog 17 augustus 2017). Alleen zo kan 360 gradenfeedback voor de rechtspraak worden gerealiseerd.

 

 

Dit redactioneel van Minke Reijneveld & Jouke Tegelaar is verschenen in Ars Aequi juni 2019.