De uitbraak van het coronavirus en de afgekondigde maatregelen hebben impact op de uitvoering van Wmo- en jeugdhulp. Zowel gemeenten als zorgaanbieders begeven zich door de ontstane situatie op onbekend terrein en dit stelt hen voor een aantal urgente vraagstukken.

Een van die vraagstukken die door de coronacrisis is ontstaan luidt of gemeenten gehouden zijn de vergoedingen aan gecontracteerde aanbieders te continueren, ook in het geval de zorgaanbieder door de coronacrisis de geïndiceerde zorg niet meer kan leveren?

De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) roept in de ledenbrief van 18 maart 2020 gemeenten op de zorgaanbieders met wie ze een contract hebben te blijven betalen, ook indien een andere of beperktere hulpverlening wordt geleverd. Deze maatregel dient ertoe te leiden dat zorgaanbieders gedurende de coronacrisis niet failliet gaan.

Wij kunnen ons voorstellen dat gemeenten in deze merkwaardige periode flexibel omgaan met de wijze van de vergoeding aan zorgaanbieders voor de geleverde zorg, die door zorgaanbieders bijvoorbeeld op een andere innovatieve wijze kan worden ingezet. Wel plaatsen wij de kanttekening dat gemeenten in beginsel niet verplicht zijn een vergoeding te betalen voor niet-geleverde hulpverlening. Gemeenten zullen om die reden, ook met het oog op de ledenbrief van de VNG, met de zorgaanbieders afspraken moeten maken over de wijze waarop de hulpverlening in de ontstane crisissituatie alsnog op een passende wijze geleverd kan worden. Dit vraagt om flexibiliteit van zowel de zorgaanbieder als de gemeente, aangezien eenduidige richtlijnen of oplossingen hierbij niet voorhanden zijn. De VNG is inmiddels met het Rijk in overleg over de vergoeding van de eventuele extra kosten die gemeenten zullen maken voor het compenseren van zorgaanbieders.

Wij adviseren gemeenten, bijvoorbeeld in regioverband, te overleggen over de gepaste wijze waarop zij zorgaanbieders die de geïndiceerde zorg door de ontstane crisissituatie niet meer kunnen leveren zullen compenseren. Dit kan bijvoorbeeld door de vergoeding te laten doorlopen indien de zorgaanbieder de zorgverlening op alternatieve wijze continueert. Indien gemeenten willen overgaan tot het betalen van bedragen om verliezen van de zorgaanbieder te compenseren, zodat de zorgaanbieder bijvoorbeeld niet failliet gaat, wijzen wij erop dat dit alleen kan met inachtneming van de staatssteunregels. Wij adviseren gemeenten, ook ter voorkoming van een ‘ongelijke behandeling’ om over bovenstaand afwegingskader transparant te zijn en dit bijvoorbeeld vast te leggen in beleid.

Zorgaanbieders die door het coronavirus hoge kosten of een lage productie verwachten en waarbij om die reden de continuïteit van de onderneming in het geding komt adviseren wij dit meteen bij de gemeente(n) te melden, zodat hierover overleg kan plaatsvinden.

Bastiaan Wallage & Freek Reijmerink