Turkse onderdanen hebben een wat andere positie dan ‘gewone’ derdelanders (niet-EU onderdanen). Zo trad in 1964 de Associatieovereenkomst tussen de EG en Turkije in werking. De twee partijen wilden bestaande verschillen wegwerken met het doel toetreding van Turkije tot de EU. Een onderdeel van deze overeenkomst is de standstill-clausule welke er in 1970 via een Aanvullend Protocol bij is gekomen. Deze clausule verbiedt nieuwe beperkingen op de vrijheid van vestiging van Turkse ingezetenen.

Nu deed het Europees Hof van Justitie (EHvJ) vorige maand een uitspraak in een zaak tegen de Duitse staat dat draaide om deze standstill-clausule. En omdat het Europees Hof ook bindend is voor Nederlands, vond ik deze uitspraak wel interessant. Ook Nederland heeft met deze situaties te maken.

De Duitse zaak

Het Hof gaf antwoord op de vraag of de standstill-clausule wel in overeenstemming was met een in 2007 ingevoerde maatregel van Duitsland. Onze oosterburen wilden met de maatregel gedwongen huwelijken tegen gaan en de integratie bevorderen. Daarom hebben ze minimale taalvoorwaarden gesteld voor gezinshereniging met partners uit een niet-EU land. Het Hof heeft aangegeven dat deze maatregel in strijd is met de standstill-clausule. De maatregel bemoeilijkt namelijk juist de gezinshereniging. De regels worden hiermee strenger dan die voor de clausule er was. Hiermee is het een beperking op de vrijheid van vestiging van de Turken.

Daarbij noemt het Hof de gezinshereniging zelfs een noodzakelijk middel om het gezinsleven mogelijk te maken voor de al aanwezige Turkse onderdaan in het EU land. En draagt het bij aan de kwaliteit van het verblijf en de integratie. In voorkomende gevallen kan iemand voor de keuze komen te staan tussen zijn werk in het EU land en zijn gezinsleven in het thuisland.

Het EHvJ wijst er ook op dat er ook andere beperkingen kunnen worden ingevoerd, zolang ze voldoen aan de volgende criteria: 1) er moet een dwingende reden van algemeen belang zijn; 2) de maatregel moet proportioneel zijn, dus geschikt om het legitieme doel te bereiken en niet verder gaan dan dat.

Met de maatregel uit 2007 was dat volgens het Hof niet het geval. En al zou de Duitse regering aanvoeren dat bestrijding van gedwongen huwelijken en bevordering van de integratie dwingende redenen van algemeen belang vormen. Dan kaatst het nog af op de volgens het hof disproportionele effect van de maatregel. Het verzoek tot gezinshereniging wordt bij gebrek aan bewijs automatisch afgewezen. Er wordt niet gekeken naar de specifieke omstandigheden van de situatie.

De Standstill-Clausule

De standstill clause heeft vaker voor reuring gezorgd. Het is een gunstige clausule voor de Turkse ingezetenen, omdat ze op de voor hun gunstiger regelingen kunnen beroepen van vóór de clausule. De website mvv-gezinshereniging[1] meldt zelfs: “Daarnaast wordt binnen de rechtspraak van het Europese hof van Justitie een steeds ruimere uitleg gegeven aan de rechten van Turkse onderdanen…” Dit blijkt dan ook wel uit de door hen genoemde zaken.[2]

Maar dat het problemen kan opleveren spreekt voor zich. Eind vorig jaar [3] heeft de Europese rechter nog een uitspraak gedaan waarbij de Nederlandse staat betrokken was. De Raad van State had gevraagd of het MVV (machtiging tot voorlopig verblijf) vereiste wel mocht worden toegepast op onderdanen van Turkije. Het Europese Hof gaf aan dat de standstill-clause kan niet zomaar buiten toepassing worden gelaten om illegaliteit tegen te gaan. Ook zei het Hof dat voor legaal verblijf[4] het bezitten van een MVV niet per definitie noodzakelijk is.[5]

Als gevolg van deze uitspraak besliste de Raad van State op 30 april dit jaar dat de staatssecretaris niet duidelijk heeft gemaakt waarom er in de betreffende zaak geen uitzondering kon worden gemaakt op het MVV-vereiste als zelfstandige afwijzingsgrond. De betreffende Turkse onderdaan kon immers onmiddellijk en met relevante stukken aantonen aan alle gestelde toelatingseisen te voldoen (behalve dan de MVV).

De advocaten van mvv-gezinshereniging.nl verwachten “mogelijk verstrekkende gevolgen voor het toelatingsbeleid” voor Turkse onderdanen en de rol die het MVV-vereiste zal spelen. De IND is volgens hen bezig nieuwe beleidsregels te ontwikkelen.

Ze zijn dus optimistisch over de toekomst van vrijheid van vestiging van Turkse onderdanen: “Omdat het uiteindelijke doel van de associatieovereenkomst is dat Turkije kan toetreden tot de EU, zullen de verschillen steeds meer worden weggenomen en zullen de rechten van Turkse onderdanen steeds meer vergelijkbaar zijn met die van burgers van de Unie.”

Ik weet niet of ik zelf zo optimistisch ben. Tenslotte bestaat de Associatieovereenkomst alweer 50 jaar en Turkije is nog steeds geen lid van de EU. De tijd zal het leren. De vrijheid van vestiging is er in ieder geval wel op vooruit gegaan.


[1] Website van De advocaten van Delissen Martens (http://www.mvv-gezinshereniging.nl/overons)

[2] Arresten Abatay en Sahin (Hof van Justitie EG in gevoegde zaken C-317/01 en C-369/01 en Arresten Toprak en Oguz (Hof van Justitie EG in gevoegde zaken C-300/09 en C-301/09

[3] 7 november 2013

[4] Als bedoeld in artikel 13 van Besluit 1/80

[5] Het Hof oordeelde dat het “begrip „legaal verblijf” in de zin van artikel 13 van Besluit inhoudt, dat de Turkse werknemer of het lid van zijn gezin zich moet hebben gehouden aan de regels van de gastlidstaat op het gebied van de toegang, het verblijf en eventueel het verrichten van arbeid, en zich derhalve legaal op het grondgebied van die lidstaat bevindt.” http://www.mvv-gezinshereniging.nl/faq/vragen-over-turkse-mvv-aanvragen