Een tijd terug blogde ik over het artikel van Don Ceder over de wettelijke bescherming van het ongeboren kind en hoe deze eruitziet onder de Nederlandse wetgeving. Ik dacht, met die wetenschap is het vaak gehoorde ‘recht’ op abortus moeilijker te bepleiten.

Om te beginnen was de opvallendste conclusie die ik trok uit het artikel dat abortus in Nederland in beginsel strafbaar is (artikel 296 lid 1 t/m 4 Wetboek van Strafrecht)[1], en dat de mogelijkheid tot abortus juist een uitzondering is (artikel 296lid5 Wetboek van Strafrecht). Doch, deze uitzondering komt zo vaak voor en is zo geaccepteerd, dat het in de praktijk de hoofdregel is geworden.

Juridische status

Toch blijft het belangrijk om te weten wat de juridische status van het ongeboren kind werkelijk is en hoe abortus dus eigenlijk wettelijk is geregeld. Want het maakt de (internationale) roep om abortus tot een recht te maken lastiger. Tenslotte wordt er al over een ‘recht’ gesproken en wordt abortus geschaard onder vrouwenrechten en reproductieve rechten.

Recht op abortus bestaat niet

Daarom heeft in 2011 een groep van specialisten in internationaal recht, internationale betrekkingen, internationale organisaties, volksgezondheid, wetenschap/geneeskunde en overheidswerking de San José Artikelen opgesteld. Hiermee gaven ze aan dat het internationaal recht op abortus niet bestaat.  De Artikelen waren een geluid tegen de brede opvatting dat het tegengestelde beweert.

De rechtsbescherming in Nederland van het ongeboren kind en de San José artikelen bieden dus geen bodem voor een abortusrecht. Het is dus belangrijk voor de overheid over deze zaken goed na te denken alvorens een beleid te voeren. De zelfbeschikking van een zwangere vrouw is namelijk wel degelijk beperkt;  ze beschikt tenslotte niet alleen over haarzelf, maar ook over het leven van haar kind. En het recht dat te beëindigen heeft ze niet.


[1] Lid 1 spreekt niet eens van een eventuele toestemming.