In onze vorige column bespraken wij de stelling dat taalkundige interpretatie waardeloos is. Theoretici die dit beweren, menen dat juristen bij taalkundige interpretatie een beroep doen op de letterlijke betekenis van begrippen.1 Maar wat is de betekenis van ‘letterlijke betekenis’? Op die wat abstractere vraag geven deze theoretici meestal geen antwoord. Wel stellen ze soms de diepzinnige vervolgvraag naar de ‘betekenis van betekenis’. Je moet het raadsel gewoon vergroten, is dan waarschijnlijk de gedachte.

Misschien wordt er geen antwoord gegeven op de algemene vraag naar de letterlijke betekenis van begrippen, omdat we die betekenis in de praktijk meteen denken te kunnen bepalen. Maar soms is dat best lastig. Neem de volgende ontslagzaak. Een klant bestelt bij Burger King een hamburger ‘met extra augurken’. Als er geen extra augurken op de hamburger blijken te zitten maar extra bacon, vraagt de klant of hij alsnog extra augurken kan krijgen. De medewerkster van het restaurant doet vervolgens – in de woorden van de rechtbank – ‘ongeveer een hele pot augurken’ op de hamburger.2 Ontslag op staande voet. De rechtbank is het daarmee eens.

De medewerkster kan in zo’n geval natuurlijk beweren dat zij deed wat haar werd gevraagd, met een beroep op de letterlijke betekenis van ‘extra augurken’. De reactie van de jurist is dan op z’n Haviltex: ‘dit was niet bedoeld, dat is niet wat partijen in dit geval van elkaar mogen verwachten’. Maar deed de medewerkster letterlijk wat haar werd gevraagd? Dit roept de algemene theoretische vraag op naar de letterlijke betekenis van een hamburger met extra augurken.

In zijn klassieker Literal meaning formuleert J.R. Searle een interessant antwoord op deze vraag.3 Dat antwoord formuleert hij in reactie op wat hij de standaardbenadering van letterlijke betekenis noemt. Volgens die standaardbenadering is de letterlijke betekenis van een zin contextvrij: de betekenis is in iedere context hetzelfde. Aan de hand van het bekende filosofenzinnetje ‘the cat is on the mat’ bekritiseert Searle deze opvatting over de contextvrije letterlijke betekenis. Hij betoogt dat er altijd contextuele veronderstellingen meespelen bij het begrip van een zin. Anders gezegd: er is niet zoiets als een absolute betekenis, betekenis is altijd relatief. ‘The cat is on the mat’ kan in een ruimteschip, bij de afwezigheid van zwaartekracht, een andere betekenis krijgen dan waar we normaal van uitgaan: de mat boven, de kat onder. Een ander voorbeeld van Searle is iemand die een hamburger bestelt en vervolgens een hamburger van ‘a mile wide’ krijgt. Wat is de betekenis van de bestelling ‘een hamburger’? Volgens Searle kunnen we die bestelling alleen begrijpen tegen de achtergrond van een wereld aan contextuele veronderstellingen. Die contextuele veronderstellingen zijn volgens hem variabel en niet allemaal vooraf te specificeren. Ze hebben op een abstract niveau betrekking op onze wijze van perceptie en onze rationaliteitsopvattingen. Het andere bekende filosofenzinnetje ‘de kat is op de mat, maar ik geloof het niet’, maakt dat duidelijk. Iemand die beweert iets te zien en vervolgens het bestaan ervan ontkent, schendt onze veronderstellingen van rationaliteit en betekenisvolle communicatie.

Wat kunnen we concluderen uit de benadering van Searle? Kort gezegd dit: als we aannemen dat er geen contextvrije betekenis is en als de contextuele veronderstellingen niet allemaal te specificeren zijn, dan wordt het moeilijk om een bevredigende letterlijke contextvrije definitie te geven van ‘extra augurken’. Wat overblijft is een betekenis in context. En dat is precies wat in het arrest Haviltex en in tal van andere arresten wordt uitgedrukt.

De discussie over de letterlijke betekenis resulteert vaak in de vraag of er een mogelijke, redelijke context is waarin een begrip op een bepaalde manier is te interpreteren. Het interpretatiedebat over het bekende Mensenroofarrest maakt dat goed duidelijk.4 In dit arrest was de rechtsvraag welke betekenis moest worden toegekend aan de formulering ‘voeren over de grenzen van het Rijk in Europa’ uit artikel 278 Sr. De door de wetgever bedoelde interpretatie, zoals die blijkt uit de Memorie van Toelichting, is het voeren uit ons Rijk, naar andere landen en niet van andere landen naar ons Rijk. De Hoge Raad stelt echter dat die tweede interpretatie wel mogelijk is op grond van de bewoordingen van het wetsartikel. Deze interpretatie werd bekritiseerd als misbruik van letterlijke interpretatie en als een schending van het legaliteitsbeginsel.

1 Zie E.T. Feteris, H.T.M. Kloosterhuis, H.J. Plug, J.A. Pontier (red.), Alles afwegende. Nijmegen: Ars Aequi, 2007, p. 239 – 273.  2 ECLI:NL:OGEAA:2015:206.  3 J.R. Searle, ‘Literal meaning’. Erkenntnis 13: 207-224. 4 ECLI:NL:HR:2001:AB2809

vragen en reacties: juridischeargumentatiekliniek@gmail.com