Nederlanders staan best open voor digitale ontwikkelingen, behalve als hun achtertuin eronder te lijden heeft. Digitale technologie wordt vaak gebruikt door ‘disrupters’. Dit zijn nieuwkomers op de markt die met hun innovatieve idee de markt willen ‘ontwrichten’ (letterlijke vertaling van disruptive). Nederland staat op de vierde plaats van de EU-lijst van meest digitale landen, de Digital Economy and Society Index. We hebben goed mobiel internet en we zijn een digitaal vaardig volkje. Geen wonder dus dat we in eerste instantie positief zijn over disrupters. Maar waarom slaat de stemming om als we in de praktijk zien wat disrupters allemaal teweegbrengen?

Neem nou bijvoorbeeld Airbnb. Dit online platform voor verhuur van accommodaties van (in eerste instantie) particulieren, is sinds 2008 in Nederland actief. Airbnb werd binnen korte tijd populair om een locatie voor een weekendje weg te boeken. De neveneffecten werden merkbaar toen talloze rolkoffers over de grachten in Amsterdam denderden. Behalve klant van het platform werden sommige Nederlanders slachtoffer van de overlast van de korte verhuur. Soms is die overlast zo ernstig dat er niks anders opzit dan te verhuizen. Voor appartementeigenaars ligt dat anders. In menig splitsingsreglement is inmiddels een Airbnb-clausule opgenomen. Hiermee wordt vastgelegd dat er geen verhuur in de zin van Airbnb van de appartementen is toegestaan.

Bij flitsbezorgers zoals Flink en Gorillas zie ik het dezelfde kant opgaan. Deze disrupters binden met bezorging vanuit hun darkstores in de stad, de strijd aan met bezorgdiensten van de gevestigde supermarkten. Deze darkstores zijn ‘winkels’ die alleen zijn gericht op bezorging: geen etalage maar afgeplakte ramen. Een van de vestigingen van Flink in Utrecht is inmiddels door de gemeente vanwege overlast gesloten, na een klachtenregen van omwonenden. Deze vestiging blijft voorlopig dicht, ook na het inschakelen van de rechter. In Amsterdam zijn er drie vestigingen van verschillende flitsbezorgers gesloten en ook in Tilburg moest een darkstore dicht. In weer een andere stad moest de kortgedingrechter beoordelen of Flink onder het winkelruimteverbod viel uit een splitsingsreglement van een appartementengebouw.

Inmiddels ben ik bezig met het maken van een ‘darkstoreclausule’ voor in splitsingsreglementen, waarmee darkstores in appartementen verboden worden. Het duurt niet lang meer voordat de eerste Vereniging van Eigenaars bij het notariaat aanklopt met deze vraag.

Wat we dus zien is een ‘nimbysyndroom’: ‘not in my backyard’. We zijn wel voorstander van een nieuwe ontwikkeling, maar niet als het dichtbij voor ons gevolgen met zich brengt. In Vlaanderen heet dit verschijnsel trouwens ‘nivea’: niet in mijn voor- en achtertuin. Kennelijk heeft de gemiddelde Vlaamse woning een voor- én achtertuin. De Vlamingen hebben een Nederlandse aanduiding voor het verschijnsel om misschien nog sterker dan wij (met onze Engelse term) uitdrukking te geven aan de afkeuring. Het verschijnsel ‘nimby’ kent zijn oorsprong in de ruimtelijke plannen van de overheid. Bijvoorbeeld als wordt besloten om windmolens in een gemeente te plaatsen. Men is voorstander van windmolens, omdat ze voorzien in een groene manier van energiewinning. Men wil ze vervolgens desondanks liever niet in de eigen achtertuin hebben.

Airbnb, flitsbezorgers… wat en wie is de volgende? Een ding is bijna zeker: het nimbysyndroom zal weer opspelen en een pavlovreactie veroorzaken. We gaan proberen de disrupter juridisch te reguleren. En als dat niet voldoende blijkt, dan staan de ruziënde partijen voor de rechter. Is dit nou echt de enige manier om van het syndroom te ‘genezen’? Laten we de disrupters ruimte geven; deze ruimte moeten de disrupters wel ‘verdienen’. Een flitsbezorger bijvoorbeeld heeft nou eenmaal fietsbezorgers. Dat kunnen we vast wel accepteren, als die fietsen maar niet de stoep vóór de darkstore versperren. En mocht er dan toch nog een conflict ontstaan, dan denk ik allereerst aan het inzetten van mediation voordat de stap naar de rechter wordt gezet. Bij een rechtszaak is er immers één verliezer en één winnaar en wordt ook niet altijd het onderliggende probleem opgelost. Maar bij een geslaagde mediation kunnen er twee winnaars zijn! Mediation is een aantrekkelijke alternatieve ‘geneeswijze’ en kan dichtbij, in de eigen achtertuin plaatsvinden. Bovendien: denk aan het bekende spreekwoord over het voeren van een procedure. ‘Wie procedeert om een koe, geeft er een toe’. Over een koe gesproken… ik heb toch liever een flitsbezorger in mijn achtertuin dan een koe!

Deze column is eerder verschenen in Ars Aequi mei 2022.