‘Un code, quelque complet qu’il puisse paraître, n’est pas plutôt achevé, que mille questions inattendues viennent s’offrir au magistrat. Car les lois, une fois rédigées, demeurent telles quelles ont été écrites ; les hommes , au contraire, ne se reposent jamais ; ils agissent toujours ; et ce mouvement, qui ne s’arrête pas, et dont les effets sont diversement modifiés par les circonstances, produit à chaque instant quelque combinaison nouvelle, quelque nouveau fait, quelque résultat nouveau.’

Deze woorden van Jean-Étienne-Marie Portalis, te vinden in zijn Discours préliminaire sur le projet de Code civil, behoren tot de meest beroemde citaten van de Franse rechtscultuur. Ik moest er onlangs aan denken bij het doornemen van een stapel masterscripties. Die scripties waren belangwekkend. Ze waren goed geschreven en bevatten weinig (volgens mij) of geen (volgens mijn collega’s) taalfouten. Zij begonnen met een probleemstelling en eindigden met een conclusie die daarbij aansloot. Zij maakten gebruik van recente bronnen. En toch was er iets wat eraan mankeerde, aan alle scripties. Er kwam geen woord Frans aan te pas. Of Engels, Duits of Nederlands. Althans geen citaat in welke taal dan ook. Het leek wel of de auteurs bewust hun zinnen hadden gezet op het uitbannen van iedere eruditie. Geen Dworkin, Grotius, Plato. Geen Nieuwenhuis, Rawls of Kant. Laat staan een Cicero of Socrates.

In deze column – wellicht een van mijn laatste voor dit blad – wil ik pleiten voor verwijzingen naar de wereldliteratuur. Waarom? Niet eens zozeer – ook wel een béétje – om de eigen belezenheid te demonstreren. Of de bekendheid met de academische wereld (‘red de Gradus ad Parnassum’). Maar vooral omdat er zoveel van kan worden opgestoken. Het citaat van Portalis is een goed voorbeeld.

Eind vorig jaar werd ons land opgeschrikt door de toeslagenaffaire. Ministers betuigden hun diepe spijt. De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State deed hetzelfde. De affaire leidde zelfs tot een kabinetscrisis. Wat was de crux van de affaire: dat hoge ambtenaren en rechters de wet hard hadden geïnterpreteerd: lex dura sed scripta. In de overvloedige literatuur over deze affaire is wel naar voren gebracht dat een wet helemaal niet per se keihard moet worden toegepast. Er zijn ook andere uitlegmethoden: de vier bekende uitlegmethoden van Paul Scholten: de grammaticale, wetshistorische, rechtshistorische en systematische interpretatie. Portalis wijst ons de weg.

Deze column is eerder verschenen in Ars Aequi april 2021.