De weg naar de Amerikaanse presidentsverkiezingen was lang en hobbelig mede vanwege het systeem van de kiezersregistratie. In Nederland hebben we – met dank aan de kleine keizer – wél een burgerlijke stand en volgde later ook het bevolkingsregister. Daardoor krijgen wij voor de Tweede Kamerverkiezingen automatisch een stemkaart toegezonden.

Napoleon Bonaparte bepaalde in 1811 bij keizerlijk decreet, dat iedereen in het Koninkrijk der Nederlanden verplicht opgave van de voornamen en familienaam moest doen. Bestaande familienamen die werden geregistreerd waren vaak een humoristische bijnaam zoals Meliefste, Komtebedde en De Kwaadsteniet. Er waren ook familienamen die verwezen naar een beroep of de naam van de familieboerderij. Mensen zonder familienaam moesten bij ‘den ambtenaar van den civielen staat der gemeente’ er nog een kiezen.

Toen de burgerlijke stand op orde was, werd de betekenis van het naamrecht groter. Lange tijd kregen kinderen met een juridische vader automatisch de geslachtsnaam – zoals de familienaam of achternaam wettelijk heet – van de vader mee. Vanaf 1998 kunnen ouders voor de geslachtsnaam van de vader of die van de moeder kiezen. Voor een flinke som geld kan het kind overstappen naar de geslachtsnaam van de andere ouder. Als bijvoorbeeld je geslachtsnaam ‘onwelvoeglijk of bespottelijk’ is, kun je zelf een achternaam kiezen. De afgelopen jaren is het aantal achternaamwijzingen fors gestegen; omdat de mogelijkheid ervan steeds meer bekend wordt.

Op dit moment wordt een stap gezet in de modernisering van het naamrecht met het Wetsvoorstel dubbele achternaam, dat ter consultatie voorligt. Deze stap lijkt heel wat, maar Nederland is qua naamrecht allesbehalve vooruitstrevendheid op Europees niveau bezien. Het lijkt me daarom het juiste moment om all the way te gaan bij het moderniseren.

In eerste instantie zou mijn voorstel zijn: skip de achternaam. Identificatie kan ook op andere manieren. We kunnen daarvoor het burgerservicenummer (BSN) hanteren in combinatie met de voornaam en geboortedatum. Onze burgerlijke stand en de Basisregistratie Personen zijn daar uitstekend op toegerust.

De achternaam heeft echter niet slechts een identificatiefunctie, maar is of wordt ook onderdeel van iemands identiteit. Geregeld wordt de naam van de echtgenoot gevoerd. Zo stellen vrouwen nog wel eens, dat ze afstand hebben gedaan van hun ‘meisjesnaam’. Dat geldt wellicht in emo­tionele zin, maar in juridisch opzicht niet.

Een nieuw naamrecht zou vanwege de identiteit de achternaam moeten behouden; dit wordt namelijk ook in mensenrechtenverdragen erkend. Maar dan wel gebaseerd op eigen keuze. Dat past bij deze tijd, waarin ook wordt nagedacht over het laten vervallen van de verplichte geslachtsregistratie.

Hoe zou ik dit nieuwe naamrecht vormgeven? Kinderen krijgen als hoofdregel de achternaam van de moeder, ook als er een juridische vader is. Mater semper certa est. Ook kan voor een dubbele achternaam gekozen worden, dus van beide juridische ouders. Een meerderjarige krijgt de mogelijkheid om één keer kosteloos een andere achternaam te kiezen. De regel van artikel 1:8 BW ga ik daarbij schrappen: ‘Hij die de naam van een ander zonder diens toestemming voert, handelt jegens die persoon onrechtmatig, wanneer hij daardoor de schijn wekt die ander te zijn of tot diens geslacht of gezin te behoren.’

Overigens, de achternaam Van der Geld beveel ik de ‘kiesgerechtigden’ van harte aan. Voor mij is die naam een aptoniem, omdat die zo mooi bij mijn beroep past. De link notariaat en geld is immers gemakkelijk gelegd. Ik stond in het aptoniemen-lijstje van LINDA. samen met burgemeester Danny Deneuker van het Belgische Borgloon, waarvan Kuttehoven een deelgemeente is. Er worden de nodige grappen gemaakt over mijn naam, hoewel anders dan over die van burgemeester Danny. Bij die achternaam-grappen denk ik meteen aan de pre-Napeolontisch humoristische bijnamen en grinnik ik met de grappenmakers mee. De kans is dus groot dat ik van mijn hier voorgestelde keuzerecht geen gebruik ga maken. Al ben ik ook gehecht aan mijn alias op de socials. Hoe zou het zijn om voortaan IRL (in real life) te kunnen zeggen: ‘Mijn naam is Law, Lucy Law’?

Deze column is eerder verschenen in Ars Aequi maart 2021.