Veertig jaar geleden stond ik met enige anderen aan de wieg van de Maastrichtse rechtenfaculteit. Hoe ik daarbij verzeild raakte? Enige jaren tevoren was in Maastricht de medische faculteit tot stand gekomen. Deze faculteit was op geheel nieuwe grondslag gebaseerd. Het waren niet langer de traditionele vakken die studenten moesten bestuderen, maar praktisch georiënteerde vakken zoals buikpijn en rugpijn. Studenten moesten zelf hun leerdoelen formuleren en legden eens per jaar allemaal hetzelfde examen af. Kennelijk was de nieuwe regeling een succes want enige tijd later besloot Maastricht eenzelfde opleiding voor juristen te beginnen. Ook deze zou niet langer vakken als privaatrecht, strafrecht en staatsrecht verzorgen, maar regelgeving, contracten en dergelijke. Nu was er één mogelijk beletsel. Rechtenstudenten die hun studie hebben voltooid hebben het grote voordeel dat ze dankzij de effectus civilis automatisch toegang tot de juridische beroepsgroepen hebben. Dat kan omdat de opleiding overal in den lande eenzelfde patroon kent. Overal, behalve in Maastricht. Kon aan afgestudeerden volgens het nieuwe Maastrichtse model wel toegang tot de juridische beroepsgroepen worden verleend? Om dit te achterhalen stelde Maastricht een commissie in waarbij elke zusterfaculteit met een afgevaardigde was vertegenwoordigd. De uitkomst zal niet verrassen: als wij als commissie – waarin ik de Leidse universiteit mocht vertegenwoordigen – geen ja hadden gezegd, zou de Maastrichtse faculteit er niet zijn gekomen, althans niet in de huidige vorm.

Hoe het de Maastrichtse rechtenstudie verder is vergaan? Wat ik mij ervan herinner is dat er uit heel Nederland enthousiaste juristen-in-spe kwamen die zich aangetrokken voelden tot het Maastrichtse model van het probleemgestuurd onderwijs. Alleen lokale studenten hadden een voorkeur voor een traditionele studie, maar kozen vanwege het thuiswonen voor Maastricht. Allengs veranderde het studiemodel niettemin en werden de scherpe kanten eraf geslepen.

Er kwam evenwel een geheel nieuwe verandering, een tweede golf zouden wij dat tegenwoordig noemen. Er waren in Maastricht vanwege de nabijheid van Duitsland altijd al veel buitenlandse studenten ingeschreven. Nu kwam er een tweede stroom naast de reguliere studie: de European Law Faculty. Het onderwijs werd geheel in het Engels gegeven op basis van Engelstalige leerboeken en studiemateriaal. Maastricht werd met deze European Law School een voorloper in Europa.

Is de intellectuele geschiedenis van de Maastrichtse rechtenstudie hiermee voltooid? Vooralsnog wel, maar ik sluit niet uit dat er nog een wijziging in het verschiet ligt. We lezen tegenwoordig vaak over samenwerking tussen juristen en sociale wetenschappers in multidisciplinair onderzoek. Wat mij voor ogen staat, is dat Maastricht hier volledig op gaat inzetten. Het een sluit het ander niet uit. Het probleemgestuurd onderwijs waar het allemaal mee begon, vindt automatisch een voortzetting in multidisciplinair onderzoek. En het onderzoek daarin is vanzelf internationaal van signatuur.

Deze column is eerder verschenen in Ars Aequi februari 2021.