Na de seksrobot en de robot-apotheker, blijkt er nu ook een robot in de juristerij te zijn. Hij heet Juri. Mijn interesse lag bij de seksrobot – vanzelfsprekend vanwege mijn vakinhoudelijke specialisatie (het familievermogensrecht). Op mijn bucketlist stond de wens ooit deel te nemen aan het jaarlijkse internationale congres ‘Love and sex with robots’. Maar ik had beter een ander congres in het vizier kunnen hebben, namelijk dat waar in het najaar van 2020 Juri werd gepresenteerd.

Juri voorspelt op zijn website jurisays.com uitspraken van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM). Hoe cool! Wetenschappers van de Rijksuniversiteit Groningen zijn de ouders van het door kunstmatige intelligentie verwekte kind. Volgens deze wetenschappers voorspelt Juri de uitspraken met meer dan statistische waarschijnlijkheid. Ik hecht eraan dit te vermelden, zodat Juri niet vergeleken wordt met Octopus Paul of Achille de Kat, de officiële voorspellers van de uitslagen op het WK voetbal. Van Octopus Paul resteert trouwens alleen nog een standbeeld in Sealife Oberhausen, omdat hij kort na het WK in 2010 overleed.

Juri moet niet worden gezien als de voorloper van een robotrechter. De Groninger wetenschappers zeggen terecht dat het voorspellen van een uitspraak heel wat anders is dan een uitspraak doen. Welke zinnen uit eerdere uitspraken van het EHRM van belang zijn voor de gemaakte voorspelling geeft Juri zelf aan, maar het is daarbij niet altijd duidelijk waarom Juri die zinnen van belang acht. Dan denk ik gelijk aan artikel 121 van de Grondwet: ‘vonnissen moeten worden gemotiveerd’. In Europa wordt gewerkt aan regels voor ‘zelfdenkende robots’ omdat die – zo is de angst – binnen een aantal decennia het denkvermogen van mensen zou kunnen inhalen. Hiermee lijkt de robotrechter eerder overmorgen dan morgen op onze deur te kloppen.

Afgezien van de wetgeving, is het de vraag of de robotrechter er überhaupt komt, gezien het eindverslag onderzoek kinderopvangtoeslag dat halverwege december vorig jaar werd uitgebracht. In 2017 nog leek de Raad van de rechtspraak beslissingen in routinezaken te willen automatiseren en een ‘echte rechter’ te bewaren voor de ‘menselijke zaken’. In een van de commentaren van een prominent jurist op het toeslagenrapport lees ik deze zin: ‘We moeten meer rekening houden met échte mensen.’ Dat was kennelijk in de toeslagenaffaire misgegaan, omdat ze bij de Belastingdienst zomaar waren vergeten dat er achter dossiers ‘echte mensen’ zitten. Ook de bestuursrechter kwam er niet zonder kleerscheuren vanaf in het rapport.

Kunstmatige intelligentie (k.i.) zal ons in de toekomst vast kunnen helpen onderdelen van ons werk goed of zelfs beter te doen. Dat zou de primaire reden moeten zijn om k.i. in de juristerij in te zetten. En niet om daarmee tijd en kosten te besparen. En zeker niet om de interactie tussen juristen en rechtzoekenden (volledig) te vervangen. Degenen die op zoek zijn naar tijd- en kostenbesparing in het juridische metier, zouden eerst eens moeten kijken naar k.i.-toepassingen in andere sectoren. De scanauto bijvoorbeeld bespaart misschien tijd van de politiefunctionaris die anders in de frisse buitenlucht langs de auto’s loopt. Maar nu heel Nederland weet dat bezwaar maken tegen de boetes van de scanauto loont, zit de afdeling ‘bezwaar’ met kilo’s bezwaarschriften.

Ik zit nog te kauwen op het begrip ‘échte mensen’. Taalkundig bezien is ‘echte mensen’ een pleonasme, maar dat terzijde. Hoe kun je nou vergeten dat er achter toeslagen en rechtszaken mensen zitten? Het lijkt wel of er mensen zijn die andere mensen enkel en alleen als een algoritme zijn gaan zien waarop je een beleidsformule kunt loslaten. Die menen vaak ook dat zowat alle beroepen, zelfs het ambt van een rechter, door k.i. kunnen worden vervangen. Ik houd evenwel van de menselijke maat in mijn beroeps- en ambtsuitoefening. Laat mij maar bij k.i. denken aan de afkorting voor kunstmatige inseminatie (uit het familierecht) in plaats van kunstmatige intelligentie. En bij de afkorting a.i. aan ab intestaat (uit het erfrecht) in plaats van aan artificial intelligence. Ik begroet Juri met open armen. Maar de robotrechter met zijn eigen en onnavolgbare agenda mag van mij een zaadje blijven dat nooit wordt geplant.

Deze column is eerder verschenen in Ars Aequi februari 2021.