Veel gerechten hebben de afgelopen maanden gebruikt om achterstanden weg te werken. Nu er maar mondjesmaat zittingen hebben plaatsgevonden, kon de vrijgekomen tijd goed worden gebruikt om uit­spraken te schrijven in de zaken die nog in de kasten lagen. Gaat dit ertoe leiden dat als de corona-crisis is bezworen, civiele procedures kortere doorlooptijden zullen krijgen?

Roland Eshuis had het antwoord wel geweten: dat is niet het geval. In zijn proefschrift Het recht in betere tijden onderzocht hij gedetailleerd welke factoren nu eigenlijk van invloed zijn op de duur van civiele procedures. De lange duur daarvan is, zoals bekend, een van de hardnekkigste problemen binnen de civiele rechtspraak. Om de doorlooptijden van civiele procedures structureel te verkorten moet volgens Eshuis aan vier knoppen worden gedraaid: (i) verbetering van het primaire proces, (ii) bewaking van termijnen, (iii) beïnvloeding van het gedrag van bij de procedure betrokken professionals (rechters, ondersteuners, advocaten) en (iv) voorraadbeheer (dus het wegwerken van achterstanden). Helaas gebeurt dit zelden en wordt volstaan met (meestal) de vierde optie, het met een team van bijvoorbeeld gepensioneerde rechters of schrijfjuristen leegschrijven van de kasten. De meeste pogingen die gerechten de afgelopen jaren hebben ondernomen om procedures te versnellen, hebben dan ook niet tot blijvend resultaat geleid.

Ik schrijf over Roland Eshuis omdat hij helaas en veel te vroeg in april van dit jaar is overleden. Eshuis was jarenlang als onderzoeker verbonden aan het WODC en was dé man op het gebied van empirisch onderzoek naar de civiele rechtspleging. Empirische gegevens over de civiele rechtspleging zijn van cruciaal belang, omdat het zonder zulke gegevens heel moeilijk is om de rechtspleging te verbeteren. Empirische data over de civiele rechtspraak (maar ook over de strafrechtspraak en juridische onderwerpen in het algemeen) zijn echter schaars. Zo zijn de gegevens die de Raad voor de rechtspraak verzamelt slechts zeer globaal en slecht toegankelijk. Bovendien blijkt het nog steeds heel lastig om gegevens van de afzonderlijke gerechten te verkrijgen die op dezelfde meetmethodiek berusten. Deugdelijke empirische gegevens zijn echter hard nodig om voorstellen tot verbetering van de civiele rechtspraak van een fundament te voorzien.

Behalve naar doorlooptijden heeft Eshuis ook onderzoek uitgevoerd naar bijvoorbeeld de consequenties van de verhoging van de competentiegrens bij de kantonrechter in 2011 (van € 5.000 naar € 25.000). Daardoor werd het mogelijk dat rechtzoekenden in veel meer zaken zonder advocaat konden procederen. Uit het onderzoek van Eshuis bleek echter dat slechts 1% van de eisers gebruik maakt van die mogelijkheid. De beoogde verbetering van toegang tot de rechter beschrijft Eshuis dan ook als een ‘kat in de zak’. Dat is een belangrijk gegeven bij het verder denken over de toegankelijkheid van de civiele rechter.

Datzelfde geldt ook voor wat Eshuis recentelijk uitzocht over de schaalgrootte van de rechtspraak in Nederland. Anders dan in rechtspraakkringen de heersende gedachte was, heeft de sluiting van de lokale kantongerechten er wel degelijk toe geleid dat mensen minder snel naar de rechter gaan. Het opheffen van regionale locaties remt de vraag naar rechtspraak, schrijft Eshuis. Ook dat is een gegeven dat beleids­makers scherp op het netvlies zouden moeten hebben. Beter gezegd: zouden moeten hebben gehad, voordat de hele regionale infrastructuur van rechtspraak werd afgebroken.

Nog even terug naar de doorlooptijden van civiele procedures. Vanwege de noodzaak om aan de genoemde vier knoppen te draaien om procedures structureel te versnellen, lijken de voorstellen in het rapport Doorlooptijden in beweging! (opgesteld door de rechtspraak in oktober 2019) niet voldoende. Ook daarin wordt vooral ingezet op het terugbrengen van voorraden; het beïnvloeden van gedrag van professionals en verbetering van het primaire proces blijven onderbelicht. Als gevolg van de corona-maatregelen van de rechtspraak zullen de voorraden in de kast straks grotendeels zijn weggewerkt. Maar er zal ook weer een nieuw stuwmeer zijn van zaken die wachten op een mondelinge behandeling. Hoog tijd om aan alle knoppen tegelijk te gaan draaien. De adviezen van Roland Eshuis zullen we daarbij node missen.

Deze column is eerder verschenen in Ars Aequi juni 2020.