In een vorige column wees ik op een toenemende tendens om Nederlandstalige bronnen in het Engels beschikbaar te stellen. Alvorens daarop in te gaan, is er nog een voorvraag: waarom geen Duits of Frans? Is het niet merkwaardig om net als Brexit aanstaande is de voertaal van het Verenigd Koninkrijk in feite tot Europese taal te verheffen? Dit terwijl het op continentaal Europa alleen op een barre rots aan de zuidpunt van Spanje als moedertaal fungeert.

De keuze van een andere taal dan het Engels, eventueel daarnaast, kan wel. Het Belgische Tijdschrift voor Privaatrecht voorziet iedere bijdrage van een samenvatting in het Duits, Engels, Frans, Nederlands en Spaans. Proefschriften in ons land plachten in het verleden Duits-, Engels- en Franstalige samenvattingen te bevatten. Maar vooralsnog is één vreemde taal vermoedelijk toereikend om de verlangde verspreiding te bereiken. Vooralsnog: mogelijk is Duits over enige jaren onze lingua franca.

Zijn er geen tegenwerpingen? Jazeker, in de eerste plaats van juridisch-taalkundige aard. Engels moge dan voor Nederlanders een eenvoudige taal zijn, voor juridisch Engels ligt dat anders. Studenten die een jaar in Engeland rechten gaan studeren, doen er goed aan een cursus LEAP (Legal English for Academic Purposes) te volgen.

Nu is het wel mogelijk om het Engels uit handen te geven, maar dat is duur en men verliest de zeggenschap over het eigen woord. Wel moet gezegd worden dat het gebruik van vertaalmachines steeds beter wordt. Was dat tot voor enige jaren goed voor een lach, tegenwoordig komen de machines een eind in de buurt.

Taak van juridische onderzoekers
De belangrijkste vraag is niet waarom of wat, maar wie. Wie neemt de taak van de vertaling van het Nederlands in het Engels op zich? Ik heb hiervoor geen kant-en-klare oplossing , maar wil komen met enige suggesties:

  1. Het verzorgen van een aanbod aan Engelse vertalingen van Nederlandse juridische teksten vergt een samenwerking van diverse instanties, zoals advocatenkantoren die Engelse vertalingen voor buitenlandse cliënten verzorgen, het Netherlands Commercial Court en arbitrage-instellingen die uitspraken in het Engels doen en wetgevingsambtenaren die vanwege Brusselse samenwerking vertalingen moeten voorbereiden.
  2. Schrijvers van juridische artikelen doen er goed aan hun producten van een Engelstalige samenvatting te voorzien.
  3. Voor het schrijven van een samenvatting is bijstand van een native speaker gewenst. Denkbaar is ook dat een native speaker de vertaalopdracht naar het Engels helemaal op zich neemt.
  4. Het is raadzaam op gezette tijden met collega-auteurs bijeen te komen om vertaalkwesties samen aan te vatten.
  5. Ergens in Nederland dient een depot van Engelse vertalingen beschikbaar te zijn.
  6. Het is aan te bevelen over bijvoeging van Engelse samenvattingen tevoren contact op te nemen met secretarissen van juridische tijdschriften, waarvan sommige – zoals TvA en TGR – hier overigens reeds in voorzien.
  7. Wie nieuwe taken op zich neemt, zal om overbelasting te voorkomen andere taken moeten afstoten. Nu rechtsempirisch onderzoek ook al op ons afkomt, is het verstandig na te gaan waar bezuiniging denkbaar is. Bij dissertaties terug naar de Nieuwenhuis-norm (maximaal 250 pagina’s)?

Kortom: ik roep juridische onderzoekers op om bij te dragen aan publicatie van Engelstalige samenvattingen (a) van hun eigen artikelen en boeken, (b) van artikelen en boeken van grote juristen (zo heeft Kasper Jansen gezorgd voor een Engelse vertaling van geschriften van Hans Nieuwenhuis), (c) van rechtspraak en wetgeving. En om na te denken over een meer structurele aanpak hiervan.

Deze column is eerder verschenen in Ars Aequi mei 2020.