Op 13 september 2019 wezen plaatsvervangend procureur-generaal bij de Hoge Raad Frans Lange­meijer en advocaat-generaal Marc Wissink samen conclusie in de Urgenda-zaak. In deze zaak had het gerechtshof Den Haag de Nederlandse overheid bevolen om vóór eind 2020 te voldoen aan de uitstootcriteria vastgelegd in het Verdrag van Parijs. Op het moment dat ik dit schrijf – medio oktober 2019 – zijn er nog geen publicaties over de conclusie in de Urgenda-zaak noch over het per 20 december 2019 verwachte arrest van de Hoge Raad. Die zullen ongetwijfeld gauw volgen. Nu reeds kunnen twee andere aspecten van deze zaak worden belicht. Opmerkelijk is in de eerste plaats dat de conclusie van de hand van de P-G en een A-G tezamen afkomstig is. En voorts dat bij de conclusie een korte Engelstalige samenvatting is gevoegd. Het arrest a quo van het hof is op rechtspraak.nl zelfs helemaal in het Engels beschikbaar. Over dat laatste gaat deze column. Is het een goede zaak, zo’n Engelse vertaling? Mij dunkt van wel. In een volgende column hoop ik juridische onderzoekers zo ver te krijgen dat zij aan deze vertalingen een bijdrage gaan leveren.

Allereerst de vraag of dat zo nodig moet, vertaling van Nederlands recht – wetgeving, rechtspraak, doctrine – in het Engels. Ik wil dat bepleiten aan de hand van het Britse Brexit-arrest van 24 september jl. van het UK Supreme Court. Dat ging over de vraag of de premier de bevoegdheid had om het parlement enige tijd naar huis te sturen – nee dus. Maar verder is dit arrest ook belangrijk vanwege de uitspraak in enige controversiële kwesties. Kan een Britse rechter wel uitspraak doen bij ontbreken van een precedent? Wel zeker:

‘[it] arises in circumstances which have never arisen before and are unlikely ever to arise again. It is a “one off”. But the law is used to rising to such challenges and supplies us with the legal tools to enable us to reason to a solution.’

En staat het rechter vrij zich met politieke zaken te bemoeien? Wederom is het antwoord van het hof bevestigend ‘the fact that a legal dispute concerns the conduct of politicians, or arises from a matter of political controversy, has never been sufficient reason for the courts to refuse to consider it’. Immers: ‘Many if not most of the constitutional cases in our legal history have been concerned with politics in that sense.’ Het hof geeft twee voorbeelden: de Case of Proclamations (1611) en Entick v Carrington (1765).

Het belang van deze zaak voor de juridische wereld is evident. Uitspraken als die over recht en politiek, over het ontbreken van precedenten en het citeren van uitspraken uit de zeventiende en achttiende eeuw zijn voor iedere jurist de moeite van kennisneming waard. Die aandacht zal er vanzelf wel komen. Britse rechtspraak heeft een brede verspreiding en is dankzij de Engelse taal relatief gemakkelijk te lezen.

Voor Nederlandstalige bronnen geldt dat niet. Urgenda is voor de gemiddelde buitenlandse jurist niet kenbaar. Daar moet een heuse vertaling aan te pas komen, wil een uitspraak, publicatie of wetstekst bekendheid in den vreemde verkrijgen. Dat kan ook lukken, zoals uit de Urgenda-zaak blijkt – zie Harvard Law Review 10 mei 2019, en Judith Rochfeld, Justice pour le climat! Les nouvelles formes de mobilisation citoyenne, Parijs: Odile Jacob 2019, 201 p. Wat daar aan te doen valt, hoop ik in een volgende column aan te geven.

Deze column is eerder verschenen in Ars Aequi maart 2020.