Wie dezer dagen een bezoek brengt aan een Parijse boekhandel, treft daar op de afdeling kinderboeken een alleraardigste uitgave met de titel Kiribati aan. Dat is niet het Franse equivalent van Nijntje of Jip en Janneke, maar een boek over het ministaatje van die naam in de Stille Zuidzee. Kiribati is algemeen bekend als vermoedelijk het eerste land ter wereld dat vanwege de stijgende zeespiegel van de aardbodem zal verdwijnen. Het is evenwel niet dit aspect waar ik in deze column aandacht voor wil vragen. Kiribati loopt niet alleen gevaar, het is ook kwetsbaar vanwege zijn geringe omvang . Kiribati is niet de enige kleine staat; zie ook Gibraltar (29.000), de Kaaiman-eilanden (23.000), Liechtenstein, (38.000), Moldova (3,5 miljoen), Monaco (32.000), Montserrat (6.400), Pitcairn (49) Tokelau (1.700), Tristan da Cunha (250) en Vaticaanstad (700). Met de aanduiding van de bevolking neem ik al stelling in een controverse of de kleinheid op bevolking danwel oppervlak dient te zien. Mijn belangstelling voor de materie werd gewekt door een uitnodiging van een Zweedse collega, Jan Hellner, om een conferentie over ‘small states’ bij te wonen. Nu had ik bij Zweden eerder associaties met een reusachtig territorium à la Hermans’ Nooit meer slapen dat in het aangrenzende Noorwegen speelt. De organisator had evenwel de bevolking op het oog – we spreken van voor de massale instroom van migranten in Zweden. En elke Scandinavische staat heeft nu eenmaal weinig inwoners. Dus ook weinig rechters, wetgevingsjuristen, bedrijfsjuristen, enz.

De Scandinaviërs hebben daar wat op gevonden. Ze werken op alle mogelijke gebieden samen. Dat kan omdat ze elkaars taal goed verstaan. Met uitzondering van het Fins. En omdat de Finnen steeds vaker hun eigen taal willen spreken – het aantal Zweedstaligen in Finland is ruim 5% – draait het erop uit dat Engels ook steeds vaker als lingua franca dienst doet. Die talenhobbel staat er ook elders aan in de weg dat de samenwerking in Benelux-verband niet echt van de grond is gekomen.

Veel kleine staten bestaan pas kort; zij komen voort uit koloniale verhoudingen. Die koloniale verhoudingen bieden nog een andere optie: zo hebben de Britse kanaaleilanden appelrechters die uit Engeland worden overgevlogen.

Mijn gegevens ontleen ik aan op internet beschikbare publicaties, zoals die van James A. Paul, Small states and territories (2000). Is er niets nieuwers? Queen Mary University te Londen heeft sinds enige jaren een Centre for Small States (CSS), compleet met een Brits-Nieuw-Zeelandse directie, leden en een adviesraad. Over doel en focus bepaalt de website:

‘The aim of the CSS is to provide a platform for researchers interested in discussing and analysing the particular issues small states face, primarily through a legal but also through an interdisciplinary lens. Public and private law scholars with an interest in small states will all be welcome at the CSS.
The CSS aims to host workshops and seminars on the issues faced by small states in both public and private law. We hope to provide a forum to facilitate research and publications on issues pertinent to small states. The CSS also aims to undertake research projects on legal issues facing small states. The Centre’s inaugural project will be an investigation into dispute resolution in the Pacific.’

Een recent evenement van het centrum was de tweedaagse conferentie ‘Environmental dispute resolution and small states’ die op 6 en 7 september jl. plaatsvond in Londen. Op het programma stonden onder andere de volgende onderwerpen: Samoa Law Reform; Evidence and Dispute Resolution; Corporate Governance and the Environment; Redressing Environmental Harm in International Dispute Resolution; A Light in the Tunnel of International Dispute Resolution for Small States; Dispute Resolution and Sinking Island States; Science, Evidence & Dispute Resolution; Bangladesh Accord – A Model for Environmental Dispute Resolution?; Sargasso Sea Agreement.

En zo zijn we weer terug bij Kiribati … en bij Zweden. Wat zoekt een Zweed in de Stille Zuidzee? Voorop staat natuurlijk zijn of haar wetenschappelijke belangstelling. Maar wie weet speelt ook het toeristische element een rol. Van een voormalige Duitse bondspresident is bekend dat hij voor het aflopen van zijn ambtsperiode nog gauw flink wat buitenlandse staatsbezoeken wilde afleggen. En de leden van de Association Henri Capitant verenigen hun jaarlijkse onderdompeling in de Franse rechtscultuur graag met een gastronomische verrassing.

Deze column is eerder verschenen in Ars Aequi juni 2019.