1 Inleiding
Een jaar geleden, op 30 maart 2018, overleed in zijn woonplaats Gent op de leeftijd van 87 jaar Marcel Storme. Storme heeft een eminente rol gespeeld bij de emancipatie van de Nederlandse taal in het Belgisch recht. Daarnaast valt zijn bijdrage aan de internationalisering van het burgerlijk procesrecht te vermelden. In België was Marcel Storme ook in de politiek actief.

Marcel Storme werd op 3 augustus 1930 geboren te Gent. Hij studeerde rechten te Gent, Londen en Parijs. Van 1954-1995 was hij als assistent en nadien hoogleraar verbonden aan de Rijksuniversiteit Gent. Op 20 oktober 1995 nam hij afscheid met het uitspreken van een rede getiteld Ik die bij sterren sliep en ‘t haar der ruimten droeg: metabletica van het procesrecht, Gent: Mys & Breesch 1995, 112 p.

Storme was een erudiet persoon. In een Kluwer cahier van mei 1991 schrijft hij: ‘Ik beschouw het als bijzonder boring om, buiten het professionele, juridische literatuur door te nemen. Er bestaan uitzonderingen; hiertoe reken ik Van Caeneghems Judges, legislators and professors: een schitterende synthese van de rechtsvorming, en W. Van Gervens Het beleid van de rechter, een originele en inspirerende probleemstelling’. En vervolgens gaat het over Gezelle, Kafka, Musil en Dylan Thomas …

2 Marcel Storme en de taalstrijd
Wie vlak na de Tweede Wereldoorlog een bezoek aan Antwerpen bracht, zal het zich herinneren. Alom werd men in het Frans aangesproken. Antwerpen Nederlandstalig? Thuis misschien of onder elkaar, maar met onbekenden maakte men gebruik van het Frans. Nog in de jaren zestig van de vorige eeuw had het Frans een belangrijke plaats in de Belgische maatschappij. Gent was officieel Nederlandstalig, maar aan de universiteit sprak de bourgeoisie Frans en de beste boekhandels waren er Franstalig. Leuven maakte zelfs een heuse splitsing tussen de Katholieke Universiteit Leuven en de Université Catholique de Louvain.

In deze tijd nam Marcel Storme het initiatief voor de oprichting van een Nederlandstalig tijdschrift op het gebied van het privaatrecht. Op 22 november 1963 kwamen ten huize Storme zijn drie Belgische collega’s Jacques Matthijs, Willy Delva en Jan Ronse en de Nederlandse collega’s Jaap Beekhuis, Jan Drion, Werner Haardt, Adriaan Pitlo en Jim Polak bijeen. Als lijn voor het nieuw op te richten tijdschrift zou gelden dat het wetenschappelijk en rechtsvergelijkend zou zijn, maar tevens nuttig voor de rechtspraktijk. Om het reeds bestaande Rechtskundig Weekblad niet in de wielen te rijden, zou TPR geen rechtspraak opnemen.

3 TPR: een instituut
Al meteen na de oprichting werd het Tijdschrift voor Privaatrecht een succes. De grondslag was het tijdschrift zelf, dat viermaal ‘s jaars met omvangrijke nummers uitkwam. Natuurlijk bevatte TPR wetenschappelijke verhandelingen, veelal van rechtsvergelijkende signatuur. Verschillende bijdragen hebben het Belgische recht diepgaand beïnvloed; te denken valt aan opstellen van Van Ommeslaghe over de rechtsverwerking, Dirix over de kwaliteitsrekening, Ronse over marginale toetsing en de conversie van rechtshandelingen, de dwangsom door Marcel Storme en productenaansprakelijkheid door Cousy.

Het handelsmerk van TPR werd gevormd door de kronieken, waar de topauteurs van het betrokken vakgebied een haarscherpe schets van de ontwikkelingen van de afgelopen vier jaar of daaromtrent presenteerden. Dit is opmerkelijk omdat in ons land de animo om kronieken te produceren gering is, zeker nu deze bij het turven van wetenschappelijke publicaties niet meetellen, maar als vakpublicaties worden aangemerkt.

Voorts worden jonge auteurs aangemoedigd om bijdragen te schrijven door toekenning van een prijs voor de (jonge) auteur van het beste artikel dat in een jaargang is verschenen. De abonnees worden bij diverse jubilea verrast met een cadeau, zoals een herdruk van Joost de Damhouders Practycke in civiele seacken, P. Calamandrei’s Lof der rechters en de Cumulatieve editie van het Burgerlijk Wetboek (Gent 2004, 2263 p.). Eens in het jaar nodigt de redactie alle auteurs van de voorbije jaargang uit voor een dag in het groen, om – in een zeer goed aangeschreven restaurant – naar een feestredenaar uit België of Nederland te komen luisteren. Een vondst is de instelling van de TPR-leerstoel, waardoor jaarlijks één of twee onderzoekers, alternerend uit België en Nederland alsmede Zuid-Afrika, drie maanden in residence verblijven aan een universiteit van een van de twee andere landen voor onderzoek en/of onderwijs.

(wordt vervolgd)

Deze column is eerder verschenen in Ars Aequi april 2019.