Bij toeval stuitte ik op het voorval. Een goede collega, Christian Twigg-Flesner, blijkt in Hull geruime tijd gestalkt te zijn door een van zijn studenten. In 2012 liepen de twee elkaar abusievelijk letterlijk tegen het lijf. De student, Luke Harker, nam dit de hoogleraar zo kwalijk, dat hij Twigg-Flesner per e-mail is gaan bedreigen. Hij stuurde berichten als ‘I would love to throw you on your head and break your glasses’ en omschreef Twigg-Flesner als ‘a greedy negroid Jew’. Uiteindelijk moest de rechter eraan te pas komen. Deze legde Harker begin 2016 een verbod op om met Twigg-Flesner in contact te treden en de campus te betreden. Voorts werd de inmiddels afgestudeerde Harker veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 18 weken en een taakstraf van 150 uur. Zijn advocaat neemt aan dat Harkers perspectief op een juridische loopbaan hiermee tot nul is gereduceerd: ‘he is currently on the dole and living with his parents’.

Bij zo’n groot aantal studenten en docenten als bij rechtsgeleerdheid moeten voorvallen als dit zich wel vaker voordoen en zijn ook moord en doodslag niet uit te sluiten. En inderdaad, bij enig speurwerk, met name in mijn eigen geheugen – want gebeurtenissen als deze leiden anders dan in Hull meestal niet tot een rechtszaak – kwam ik op de volgende gevallen.

Op 4 april 1991 werd de bekende feministe Mary Joe Frug dichtbij haar huis te Cambridge, Mass., ‘hacked to death’. Dat was natuurlijk een vreselijke gebeurtenis, maar wat er daarna geschiedde was ook niet verkwikkelijk. In 1992 werd, in Harvard Law Review (105) 1991-1992, p. 1045-1075, postuum, Frugs onvoltooide bijdrage ‘A postmodern feminist legal manifesto’ gepubliceerd. Een deel van de redactie had zich tegen publicatie verzet. Grote commotie ontstond toen de bezwaarden hun kritiek omzetten in een parodie die op 4 april 1992, precies een jaar na haar dood, in de jaarlijks verschijnende, komisch bedoelde Harvard Law Revue werd gepubliceerd. De vermoorde hoogleraar werd hierin omschreven als een ‘humorless, sex/starved mediocrity’. De weduwnaar van Mary Joe Frug is 25 jaar later nog altijd hoogleraar aan Harvard. De moord is nooit opgelost.

Dat geschiedde wel bij de moord die op 9 mei 1997 om 11.40 uur in de ochtend plaatsvond te Rome. Daar werd de 22-jarige rechtenstudente Marta Russo met een pistoolschot om het leven gebracht. In 2003 werd hiervoor op dubieuze gronden de docent rechtsfilosofie Giovanni Scattone veroordeeld. Een en ander heeft in Italië tot veel commentaar geleid. Marta Russo heeft postuum de graad van laurea ontvangen in aanwezigheid van de Italiaanse president, er is een park naar haar genoemd en een schermtoernooi uitgeschreven. Scattone werd veroordeeld tot vijf jaar en vier maanden. Op 30 september 2014 begon hij na het uitzitten van zijn straf als – niet geheel onomstreden – docent psychologie aan een middelbare school.

Nog een andere gebeurtenis trok in Italië sterk de aandacht. Ditmaal was het een docent in de rechtsvergelijking aan de universiteit van Novara, Alberto Maria Musy, die op klaarlichte dag in Turijn met vier pistoolschoten dodelijk werd verwond. Negentien maanden nadien, op 22 oktober 2013, stierf hij aan zijn verwondingen. Voor deze moord werd Francesco Furchi veroordeeld. Niet alleen de moord en de veroordeling, ook de rol van een bekende hoogleraar aan de Universiteit van Turijn als getuige wekte opzien. Merkwaardig is dat dit laatste verhaal wel op het Italiaanse internet is te vinden, maar niet in het Engels: het lijkt er op dat dit van het internet gehaald is.

Ten slotte moet ik helaas een van mijn eigen docenten noemen die door een misdrijf om het leven kwam. Het was Wolfgang Friedmann, een uit nazi-Duitsland naar de Verenigde Staten gevluchte Joodse rechtsfilosoof, die in 1972 dicht bij Columbia University in New York, waar hij doceerde, werd beroofd en gedood. Drie jongemannen zijn veroordeeld voor de beroving, en een ervan voor de moord.

Deze column is verschenen in het Ars Aequi maartnummer 2017.