Puilden de kranten begin dit jaar nog uit met pagina’s nieuws over de ‘vluchtelingencrisis’, sedert het sluiten van de EU-Turkije-deal is het, op de miserabele ‘jungle van Calais’ na, stil. Het lijkt wel alsof er geen vluchtelingen meer zijn buiten de verkiezingsprogramma’s waarin ze vooral als demonen figureren. Waarover ging de deal ook alweer, en hoe wordt deze geïmplementeerd?

De in maart gesloten deal heeft als doel het beheersen van vluchtelingenstromen, in het bijzonder die vanuit Turkije naar Griekenland en daarmee de EU. Vluchtelingen die na 20 maart op onregelmatige wijze vanuit Turkije in Griekenland arriveren, worden naar Turkije teruggestuurd: Turkije zou een ‘veilig derde land’ zijn, ondanks het feit dat het land bij de ratificatie van de 1951 Conventie inzake de Status van Vluchtelingen gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheid haar verplichtingen te beperken tot Europese vluchtelingen en deze beperking heeft aangehouden bij toetreding tot het 1967 Protocol, en daarom onder deze instrumenten geen verplichtingen heeft jegens niet-Europese vluchtelingen. Hoe dan ook, voor elke vanuit Griekenland naar Turkije teruggezonden Syriër, zal een Syrische vluchteling vanuit Turkije in Europa worden gevestigd tenzij hij een irreguliere inreispoging in Europa op zijn kerfstok heeft.

Eind september meldde de Europese Commissie dat de deal voorspoedig verloopt en dat sprake is van een voortdurende daling van het aantal vluchtelingen dat op irreguliere wijze Europa tracht te bereiken en enorme reductie in het aantal vluchtelingen dat in de Aegeïsche zee overlijdt. Het is opmerkelijk dat alleen die zee wordt genoemd, omdat het voor de hand ligt dat vluchtelingen Europa thans via een andere route pogen te bereiken. Frontex meldt in elk geval dat een recordaantal mensen via de Middellandse zee naar Italië reist sinds de deal met Turkije: ‘Nog nooit gebruikten zoveel mensen de centrale route over de Middellandse Zee’. Dat betekent een evenredig hoger aantal doden. Het Missing Migrants Project stelt dat er nu al meer mensen zijn verdronken of vermist – 3610 op 7 oktober – dan in heel 2015. De constatering van de Europese Commissie dat het business model van smokkelaars kennelijk succesvol doorbroken kan worden, lijkt derhalve prematuur, en overigens voorbij te gaan aan het feit dat Europa dit model zelf voedt door niet te voorzien in reguliere inreismogelijkheden.

Turkije vangt thans zo’n 2,7 miljoen Syrische vluchtelingen op, en ofschoon zij welkom zijn, zijn zij niet Europees en daarom formeel verstoken van de status en bijbehorende rechten die zijn neergelegd in de 1951 Conventie: een tijdelijk verblijf en mondjesmaat toelating tot de arbeidsmarkt is hun lot. Turkije is natuurlijk enorm gastvrij, alle lof daarvoor, maar kritische kanttekeningen over het gebrek aan vluchtelingenstatus en de erbij behorende rechten worden niet gehoord, evenmin over de opschorting van de Europese Conventie sinds de mislukte militaire coup deze zomer. Europa zwijgt over de recente verlenging van de uitzonderingstoestand en daaraan gekoppelde voortdurende opschorting van de Europese Conventie alsook over het in toenemende mate dictatoriale bestuur in Turkije. De beloofde gelden worden aan Turkije overgemaakt en het toegezegde visa-liberaliseringsproces – een voorwaarde waaronder de deal werd gesloten – wordt uitgevoerd en voor het overige lijkt Europa de adem in te houden, de dag vrezend dat in de nasleep van de coup de deal uiteenvalt. Kennelijk weegt alles zwaarder dan het risico de Syrische vluchtelingen zelf te moeten opvangen, en wordt het shockerende Turkse dreigement van mei dit jaar – ‘Unless visas are removed, we will unleash the refugees’ – uiterst serieus genomen.

Het is voor Europa nog niet te laat om het goede te doen, en te kiezen voor die opvang conform fundamentele Europese waarden (die in de vergetelheid lijken geraakt); geheel passend bij de tijd van het jaar waarin, nadat een grijze – van origine toevalligerwijs Turkse – vreemdeling en in zijn kielzog met verbanning in Spanje bestrafte stoute kinderen zijn uitgezwaaid, goede voornemens plegen te worden geformuleerd en vervolgens met frisse moed worden uitgevoerd.

Deze column is verschenen in het Ars Aequi decembernummer 2016.