Op 9 november 1989 viel het IJzeren Gordijn in Berlijn. Deze muur diende om burgers uit Oost-Duitsland te weerhouden het land te ontvluchten. Europa als zodanig stond al bekend als fort Europa, maar afzonderlijke staten voegen nu een nieuwe dimensie toe aan de reeds gerealiseerde mate van ondoordringbaarheid door in hoog tempo muren en prikkeldraadversperringen op te trekken. Deze barrières – wel aangeduid als nieuwe ijzeren gordijnen – dienen nu niet om vlucht onmogelijk te maken maar om degenen die al zijn gevlucht en een beroep doen op bescherming tegen te houden, en ja, af te poeieren. Zo zijn er fysieke en niet mis te verstane grenzen opgetrokken tussen Griekenland en Macedonië, tussen Slovenië en Kroatië, Bulgarije en Turkije, Hongarije en Kroatië, Hongarije en Servië, Hongarije en Roemenië, etc. In april dit jaar schatte Reuters dat er in Europa inmiddels 1200 km anti-immigrantenhekken zijn gebouwd ten bedrage van ten minste 500 miljoen euro.

Zijn die muren nu onrechtmatig? Niet noodzakelijkerwijs: staten mogen wie binnenkomt reguleren en hun grenzen bewaken, tenzij daarover specifieke afspraken zijn gemaakt. Een voorbeeld is ‘Schengen’ – oorspronkelijk een verdrag, thans geïncorporeerd in het EU-recht – dat overigens niet zozeer ziet op het bouwen van fysieke grenzen, maar op het afschaffen van grenscontroles binnen de eraan deelnemende staten, inmiddels 26. Het in weerwil van deze verplichting unilateraal instellen van interne grenscontroles is onrechtmatig. Een ander voorbeeld betreft vluchtelingen: vluchtelingen hebben geen recht op toegang, maar wel het recht om niet te worden teruggestuurd naar gebieden waar zij, kort gezegd, hebben te vrezen voor vervolging, en evenmin naar landen waar zij dat niet hebben te vrezen maar die op hun beurt de betrokken vluchtelingen terugsturen naar landen waar zij niet veilig zijn. Het gaat hier om het verbod van refoulement, en dat omvat zowel het directe als indirecte teruggeleiden naar een land waar een vluchteling heeft te vrezen voor zijn leven of vrijheid. Dit recht op bescherming tegen gedwongen terugzending komt de vluchteling direct toe, i.e. het is niet nodig dat eerst wordt vastgesteld of betrokkene vluchteling is.

De vele net opgetrokken grenzen functioneren als absolute barrières. Daarmee wordt dit recht op bescherming geschonden. En zelfs in die gevallen waarin dat niet zo zou zijn omdat geen sprake is van refoulement, veroorzaken deze barrières ophopingen van gestrande vluchtelingen in mensonterende omstandigheden. Dat laatste is onrechtmatig: artikel 3 EVRM verbiedt immers onmenselijke en onterende bestraffing en behandeling. Alle betrokken staten zijn partij bij deze Conventie, dus verplicht om artikel 3 in acht te nemen.

Een lichtpuntje in deze tragedie is de minister van Buitenlandse Zaken van Luxemburg, Jean Asselborn. Hij liet zich in een interview (Die Welt, 13 september) op zeer kritische wijze uit over de wijze waarop Hongarije vluchtelingen behandelt: ‘Hier werden Menschen, die vor dem Krieg fliehen, fast schlimmer behandelt als wilde Tiere’. Zijn kritiek richtte zich ook op het Hongaarse hek dat vluchtelingen moet weren:

‘Der Zaun, den Ungarn baut, um Flüchtlinge abzuhalten, wird immer länger, höher und gefährlicher. Ungarn ist nicht mehr weit weg vom Schießbefehl gegen Flüchtlinge. Jeder, der den Zaun überwinden will, muss mit dem Schlimmsten rechnen.’

Hongarije lijkt kort van memorie en in het bijzonder te zijn vergeten hoe goed het was dat er in 1956 toen vele tienduizenden Hongaren het land ontvluchtten geen hek stond bij de grens naar Oostenrijk. Voor Luxemburg is de maat vol:

‘Wir können nicht akzeptieren, dass die Grundwerte der Europäischen Union massiv verletzt werden. Wer wie Ungarn Zäune gegen Kriegsflüchtlinge baut oder wer die Pressefreiheit und die Unabhängigkeit der Justiz verletzt, der sollte vorübergehend oder notfalls für immer aus der EU ausgeschlossen werden.’

Of de door Luxemburg voorgestelde maatregel nu de meest geëigende is daargelaten: het is buiten­gewoon opwekkend dat er nu – eindelijk – zulke geluiden klinken in Europa, en het smaakt naar meer, veel meer! Wie volgt?

Deze column is verschenen in het Ars Aequi novembernummer 2016.