Enige jaren terug had ik het voorrecht twee semesters aan de Bucerius Law School te Hamburg te doceren. Bucerius… nooit van gehoord? Dat kan kloppen, want deze particuliere universitaire instelling bestaat pas sinds het jaar 2000. Om meteen al aan de top van de ranking van Duitse juridische faculteiten terecht te komen. De Duitse lezer zal opmerken dat dit niet helemaal fair is tegenover gevestigde universiteiten als Heidelberg, München, Münster en Tübingen, want die moeten iedere student die zich aanmeldt opnemen. Bucerius kan het zich als een van de weinig particuliere universiteiten veroorloven alleen de besten te selecteren. Hoe die besten aan zich te binden? In de eerste plaats door goed onderwijs te geven. Dat is een kwestie van organisatie – studenten aan Bucerius zijn bijvoorbeeld verplicht een periode in het buitenland onderwijs te volgen; de universiteit heeft daartoe afspraken met topinstellingen als Cambridge, National University Singapore, NYU, Paris I, Paris Sciences Po, Oxford, Sankt-Gallen en Stanford.

In de tweede plaats is er een run op de beste docenten. Die moeten worden aangetrokken en vervolgens behouden. Over dat behouden van goede docenten gaat deze column. Want dat blijkt minder eenvoudig dan men zou menen. Dat is het gevolg van de Ruf. Een Ruf is wat men bij ons onder dominees een beroeping noemt. En juist aan Bucerius is er enige malen ophef geweest over dergelijke pogingen om topdocenten naar elders weg te lokken.

Eind vorig jaar bijvoorbeeld was het weer zo ver. Mijn goede collega Anne Röthel kreeg een aanbod van de Universiteit van Bochum om van Bucerius om te zwaaien. Wat Bochum haar te bieden had, weet ik niet, maar allicht zal er een positieverbetering in hebben gezeten. Omgekeerd zal Bucerius er alles aan hebben gedaan om Frau Röthel, een van de meest geliefde docenten, te behouden. Wellicht heeft men haar daartoe een mooiere kamer, meer wetenschappelijke assistenten, een hoger reisquotum aangeboden. Met zo’n Ruf gaat ook enige folklore gepaard. Zodra studenten van in dit geval Bucerius er lucht van krijgen dat zij op het punt staan hun gewaardeerde docent te verliezen, gaan zij happenings organiseren. Op Facebook is een mooi filmpje te vinden van een zichtbaar geëmotioneerde Anne Röthel die onder valse voorwendselen naar de aula is gelokt, waar haar studenten haar massaal toezingen om haar ertoe te bewegen in Hamburg te blijven.

‘Sie bleibt’.

Het resultaat: professor Röthel opteerde ervoor aan te blijven. Enige jaren tevoren had ze ook al een vergelijkbare beroeping uit Zürich naast zich neergelegd met de woorden ‘Die Entscheidung für die Bucerius Law School ist leicht gefallen, es war eine Herzensentscheidung für eine lebendige, junge und bereichernde Institution, getragen von Menschen, die hohe Ansprüche an sich und ihre Umwelt stellen’. Duitse hoogleraren zien zo’n afgewezen beroeping als iets waar ze trots op mogen wezen; als iets wat niet misstaat op hun cv. Een man als Christian von Bar heeft in zijn cv staan dat hij in 1987 een Ruf kreeg om naar München te komen en 1991 van Heidelberg, die hij beide afwees. Dat klinkt zo van: jullie vragen je wellicht af waarom ik in zo’n buitengebied als Osnabrück ben blijven steken, maar ik had het best hogerop kunnen zoeken.

Deze column is eerder verschenen in Ars Aequi mei 2016.