Ik woon tijdelijk in Brooklyn Heights met een fenomenaal uitzicht op de skyline van Manhattan, het Statue of Liberty en Ellis Island. ‘Give me your tired, your poor, your huddled masses yearning to breathe free’ is wat vluchtelingen en migranten zagen als ze per schip in de Verenigde Staten arriveerden. Vluchtelingen komen nu natuurlijk per vliegtuig aan, en dat gold ook voor de ruim 40.000 Hongaren die Amerika opnam in 1957. Velen van hen verbleven in Hotel St. George in Brooklyn Heights, een hotel dat ooit het sociale mekka van Brooklyn was (voorzien van een zoutwater zwembad).

Het hervestigen van Hongaarse vluchtelingen was geen incident: Amerika nodigt structureel vluchtelingen uit om zich in het land te vestigen, sterker nog, Amerika is hét hervestigingsland bij uitstek. Het biedt sinds jaar en dag de meeste plaatsen ter wereld aan. Het Department of State stelt dan ook dat het land trots is op ‘its history of welcoming immigrants and refugees. The U.S. resettlement program reflects the United States’ highest values and aspirations to compassion, generosity and leadership’. Dit verklaart misschien waarom iedereen in de VS zich primair Amerikaan voelt, en daarna pas iets anders.

Jaarlijks wordt door de president van de Verenigde Staten vastgesteld wie via het United States Refugee Admissions Programme (USRAP) toegang heeft tot Amerika. De toegang wordt gedefinieerd in termen van prioriteiten. De eerste – P1 – betreft degenen die door UNHCR dan wel een Amerikaanse ambassade zijn geïdentificeerd; P2 omvat groepen die door het VS-vluchtelingenprogramma zijn geïdentificeerd als een bijzondere zorg van de VS (zoals Irakezen die met de VS geassocieerd worden door hun werkzaamheden voor het land – denk aan tolken), en P3 gezinshereniging. Als de vluchtelingen eenmaal zijn geaccepteerd – en dat omvat veiligheidsscreenings die jaren in beslag kunnen nemen, en medisch onderzoek – worden zij toegewezen aan een van de negen NGO’s die daartoe een contract met de overheid hebben gesloten. Nadat de betrokken NGO een resettlement assurance heeft afgegeven, reizen de vluchtelingen naar de Verenigde Staten. Hun reis wordt georganiseerd door de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) (de kosten moeten worden terugbetaald), en bij aankomst worden zij toegelaten als vluchteling. De betrokken NGO staat hen gedurende 30 dagen bij om hen daadwerkelijk te laten ‘landen’ in Amerika: zorgen voor huisvesting, vinden van een school, uitleg geven over gezondheidszorg, openbaar vervoer, etc. De nadruk ligt op het zo spoedig mogelijk vinden van werk en snel zelfvoorzienend worden. Er is dan ook geen sprake van een met Nederland vergelijkbaar sociaal vangnet: onder het federale hervestigingsprogramma wordt gedurende 4-6 maanden hulp geboden bij het vinden van werk, en daarna volgen nog 8 maanden van cash assistance, daarna houdt de bijzondere ondersteuning van vluchtelingen op en zijn zij aangewezen op hetgeen voor iedere Amerikaan aan ondersteuning beschikbaar is (en dat is in vergelijking met Nederland beperkt).

Deze korte periode van ondersteuning is natuurlijk niet zonder problemen, vooral niet als de vluchtelingen de Engelse taal nog niet machtig zijn. Bovendien is de mate van cultuurverandering vaak immens – niet voor niets hebben documentaires die over hervestiging worden gemaakt titels als Moving to Mars – en is het niet louter de taal die een barrière vormt maar ook de voor ons gebruikelijke infrastructuur (zoals elektrische apparaten). Het is dan ook geen gemakkelijke weg. Vluchtelingen eindigen vaak – ongeacht zij geschoold of ongeschoold zijn – in werk dat gelet op hun opleidingsniveau in feite niet passend is. Velen komen terecht in een bedrijfstak die mij altijd als typisch Amerikaans voorkomt: de meat packing industry. Het International Rescue Committee, dat ik met de studenten van Brooklyn Law School bezoek, één van de NGO’s die in New York de zorg heeft voor hergevestigde vluchtelingen, onderhoudt een pool van werkgevers bij wie de kersverse vluchtelingen aan de slag kunnen. Eén van die werkgevers is een beroemd steakhouse in Brooklyn; Peter Luger. Het is tijd om een steak te gaan eten.

Deze column is eerder verschenen in Ars Aequi maart 2016.