Column Ewoud Hondius.

De zaak speelde voor de Rechtbank Maastricht. Een partij maakte bezwaar tegen het optreden van een rechter. Hij wraakte de rechter zelfs. Daartoe voerde hij het volgende aan:

‘De rechter heeft tijdens de comparitie meerdere grappen gemaakt waar verzoeker niet om kon lachen maar de wederpartij wel, waardoor verzoeker zich gekleineerd voelde. Als een voorbeeld van een dergelijke grap heeft verzoeker de opmerking van de rechter over de verdeling van het tuingereedschap aangehaald. Verzoeker had aangegeven prijs te stellen op toedeling van een schop die voor verzoeker van bijzondere waarde was. De rechter reageerde hierop met de opmerking: “Een schop kun je krijgen”.’

Verzoeker gaf duidelijk aan dat hij van deze grap niet gediend was, maar de rechter liet zich er hierdoor niet van weerhouden daarmee door te gaan. Dit bracht de wrakingskamer tot het oordeel

‘dat de rechter hierdoor onvoldoende heeft vermeden (…) dat bij verzoeker de schijn van partijdigheid op enig moment tijdens de comparitie kon ontstaan. De vrees van verzoeker dat het de rechter hierdoor aan onpartijdigheid ontbrak, is naar het oordeel van de wrakingskamer objectief gerechtvaardigd’ (mrs. Klifman, Vluggen en Geisel, ECLI:NL:RBMAA:2012:BX3771).

Deze en andere uitspraken zijn te vinden in een bundel die zich goed laat rondsturen als eindejaars gelegenheidsgeschenk. De auteur is de OU-promovendus Kees Engel en het boek is getiteld 33 bijzondere, humoristische en opvallende rechterlijke uitspraken (Zutphen: Paris 2014, 92 p.).

In een andere in dit boek vermelde zaak hadden partijen een vonnis gekregen, maar kozen er in de woorden van de rechter voor te gaan chicaneren.

‘Uitgerekend in een periode waarin (serieuze) advocaten en anderen aandacht vragen voor voorgenomen bezuinigingen op door de overheid gefinancierde rechtshulp ontzien de partijen in dit geding en hun advocaten zich niet duizenden euro’s aan toevoegingsgelden en uren tijd van instanties die die tijd en energie beter kunnen besteden, te verspillen aan een “geschil” dat het niveau heeft van een kleuterruzie in de zandbak. (…). Partijen en in ieder geval hun advocaten [mrs. J. Bosma en K.J. Coenen, beiden te Enschede, EH] moeten zich doodschamen om over dit soort trivialiteiten twee gerechtelijke procedures te voeren’ (mr. Verhoeven, ECLI:NL:RBOVE:2013:2966, NJF 2014/11).

Maar liefst vijf zaken zien op burenruzies over katten. Bij wege van voorbeeld citeer ik de Groningse kantonrechter:

‘Bij het binnengaan van de woning kwam de kantonrechter een dermate sterke en penetrante katten- en kattenurinegeur tegemoet, dat hem in eerste instantie de adem werd ontnomen. Vervolgens heeft de kantonrechter nauwelijks nog adem durven halen. De kantonrechter heeft de hele woning bezichtigd. De onderhoudssituatie in de woning was dusdanig vies dat de kantonrechter, behalve dat hij nauwelijks adem kreeg, ook niets durfde aan te raken. Na de bezichtiging, die ongeveer een half uur geduurd heeft, was de kleding van de kantonrechter doordrongen van katten- en kattenurinegeur.’

Het zal de lezer niet verbazen dat de kantonrechter de huurovereenkomst ontbond (mr. Smits, ECLI:NL:RBGRO:2008:BD3887).

Omstreeks het tijdstip waarop deze column verschijnt, is Sint-Nicolaas weer in het land. Het is daarom goed om af te sluiten met een zaak tegen Sinterklaas-Verhuur. Een andere Groningse kantonrechter wees de vordering van opdrachtgevers af. Sinterklaas had de grenzen niet overschreden.

‘Zo staat het Sinterklaas – solidair met de kinderen en wat minder met vader en moeder – soms vrij om de kinderen aan te sporen gezagsondermijnende dingen te doen die thuis met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid niet mogen, zoals het strooien en gooien met snoep. In dat kader past – daargelaten of de desbetreffende scène een cultureel hoogtepunt was – heel goed dat een stoute vader in de zak wordt gestopt’ (mr. Fokkema, ECLI:NL:RBGRO:2007:BB7405, NJF 2007/541, PRG 2007/168).

De auteur vraagt op bijzondereuitspraken@gmail.com om aanvulling voor een tweede druk. Zelf zond ik als mogelijke kandidaat al in de eerder in deze column beschreven avonturen van hondjes Milo en Paco (AA20140262).

 

Deze column is eerder verschenen in Ars Aequi december 2015.