Column Vanessa Mak.

714ZNTAYKFL._SY344_BO1,204,203,200_.gifRecht en taal – waaraan het dubbele zomernummer van Ars Aequi was gewijd – zijn welhaast net zo aan elkaar verbonden als recht en boeken. Uiteraard krijgt iedere jurist tijdens de studie en daarna een stevig aantal boeken voor zijn of haar neus, en wordt geacht daaruit de benodigde kennis over het recht op te doen. Er is echter nog een andere wijze waarop boeken een rol (kunnen) spelen in het leven van een jurist: via de literatuur.

De wetenschappelijke stroming die met law & literature wordt aangeduid heeft haar wortels, evenals andere law & …-wetenschappen, in de Verenigde Staten. Algemeen beschouwd als grondlegger ervan is James Boyd White, inmiddels op leeftijd maar nog steeds hoogleraar aan de University of Michigan. In Nederland heeft zijn onderzoek navolging gekregen in het werk van onder andere Jeanne Gaakeer (EUR), Sanne Taekema (TiU) en wijlen Willem Witteveen (TiU).

Wat beoogt de law & literature-stroming ons bij te brengen? Twee richtingen worden hierin doorgaans onderscheiden. In eerste instantie gaat het om het bestuderen van literatuur waarvan juristen iets kunnen leren over de rol van het recht in de samenleving. Met andere woorden, literatuur waarin het recht of een jurist een cruciale rol speelt en waardoor de jurist als het ware een spiegel wordt voorgehouden over zijn of haar eigen optreden in juridische zaken. Deze tak wordt wel aangeduid als law in literature. De tweede stroming, law as literature genaamd, richt zich op juridische teksten. De verbinding met de literatuurwetenschappen wordt hier gezocht in het analyseren van juridische teksten aan de hand van methoden gebruikt door literatuurwetenschappers of literatuurrecensenten. De nadruk ligt op wijzen van interpretatie.

Zelf lees ik, net als veel collega’s, veel juridische boeken maar ook veel literatuur. Helaas ontbreekt de tijd om er op zodanige wijze wetenschappelijk mee aan de gang te gaan om een echt law & literature-onderzoek te doen. Niettemin ben ik ervan overtuigd dat veel lezen – vakliteratuur maar ook fictie – bijdraagt aan de taalontwikkeling – die voor juristen zo belangrijk is – en aan het reflecteren op de rol van het recht in de maatschappij en onze plaats als juristen daarin. Voor praktijkjuristen kunnen dat boeken zijn die een rechtszaak als thema hebben, en dan niet alleen de thrillers van John Grisham. Een goed bijvoorbeeld is wellicht The Children Act, de nieuwste roman van Ian McEwan, waarin een familierechter met een moeilijke zaak te maken krijgt en de lezer haar volgt door de verschillende stadia van de procedure. Voor academici is er minder literatuur die direct op henzelf (dat wil zeggen, de beroepsgroep) betrekking heeft, maar ook zij kunnen uit fictie iets opsteken over de law in action, wat uiteindelijk het object is van het door hen uitgevoerde juridische onderzoek.

Wat ligt er dan bij deze jurist op de boekenplank, zult u zich misschien afvragen. Na het New Yorkse avontuur van afgelopen jaar een aantal daaraan verwante boeken, en daarbij dan ook maar gelijk een paar aanraders, mocht u geïnspireerd raken:

  • Russell Shorto, The Island at the Center of the World – over de geschiedenis van New York, of ‘hoe New Amsterdam aan de Engelsen verloren ging’. Een mooie en informatieve vertelling met een hoofdrol voor een jurist die in de geschiedschrijving in de vergetelheid is geraakt, Adriaen van der Donck;
  • Eerdergenoemd boek van Ian McEwan – ook een aanrader voor juristen met weinig tijd, want in de trein in twee dagen uit te lezen;
  • F. Bordewijk, Karakter – een klassieker;
  • Harper Lee, To Kill a Mockingbird – idem;
  • Julian Barnes, Arthur & George – roman over de onterechte veroordeling van een advocaat en de inspanningen van Arthur Conan Doyle (schrijver van Sherlock Holmes!) om hem vrij te krijgen;
    En ter afsluiting, een van de mooiste boeken over New York na 9/11 die ik ooit las: Colum McCann, Let the Great World Spin.

Deze column is eerder verschenen in Ars Aequi oktober 2015.