Column Ewoud Hondius.

De narcissen staan in bloei. Het is lente in mijn dorp. De bewoners denken aan de zomer. Zij denken aan de zomertijd. Die zal binnenkort wel weer worden ingevoerd, net als in andere dorpen in ons land. Wat heeft dat met dit tijdschrift van doen? Niet veel, maar wel iets. In een eerdere column heb ik gewezen op de vaak onontwarbare keten van tijd en recht. Hetzelfde geldt voor zomertijd en recht.

Het meest pregnant is de vraag of de overheid wel bij machte is de klok te regelen. Is dit niet veeleer een privé-aangelegenheid? En moet dat per se overal op gelijke wijze geschieden? Laatst was ik in Schotland, waar de klok een uur achterloopt. Ik heb lekker mijn horloge op Nederlandse tijd laten staan: dat scheelt weer tweemaal de tijd veranderen (maar betekent ook veel te vroeg op het vliegveld voor de terugreis te zijn). Kan het niet aan de marktwerking worden overgelaten?

Ik heb eens in een land buiten Europa gewoond waar op dat moment per plaats verschillend was geregeld of daar al dan niet zomertijd gold. Dat is hier anders. Zoals het er nu voorstaat, is de hele Europese Unie gebonden aan één soort zomertijd (Richtlijn 2001/L31/21-22 – zie Stb. 1997/539).

Er zijn aan de huidige regelgeving ook praktische bezwaren verbonden. Zelf heb ik er altijd een hartgrondige hekel aan dat de klok volgens de regels om twee of drie uur ’s nachts naar voren of naar achter moet worden gezet: ‘De Midden-Europese zomertijd vangt (…) aan op de laatste zondag van de maand maart om 02.00 uur en eindigt op de laatste zondag van de maand oktober om 03.00 uur’. Waarom zo’n achterlijk tijdstip? Kan dat nu echt niet ’s avonds voor het slapen gaan of ’s ochtends bij het opstaan? Ik zou willen voorstellen: verander de wet en bepaal dat de zomertijd een uur voor het slapen gaan ingaat. Of voor mijn part binnen een uur na het opstaan.

Een extra probleem is dat als je ’s nachts eenmaal op een ladder staat te wiebelen om de koekoeksklok te verzetten, meteen de vraag opkomt: vooruit of achteruit? Niemand die daar in zijn nachtkleding boven staat te wankelen, slaat er graag het avondblad nog eens bij op: welke richting gaat de klok ditmaal? Ook deze kwestie is eenvoudig op te lossen door eens en voor al te bepalen dat de klok bijvoorbeeld steeds vooruit wordt gezet. Het nadeel is dat dit er mogelijk toe zal leiden dat het na enige jaren midden op de dag aardedonker is en bij middernacht de zon schijnt. Maar is dat niet eerlijker verdeeld: dat de wegwerker en de banketbakker ook eens bij daglicht kunnen werken. En dan merken we meteen – elk nadeel (…) – hoe het dagelijks leven in Hammerfest is.

Deze column is eerder verschenen in Ars Aequi maart 2015.