Boekbespreking. Over de toeslagenaffaire is de afgelopen tijd veel geschreven. Eerst vooral in de media en de (rechts)wetenschappelijke literatuur, maar in toenemende mate ook in officiële rapporten en rechterlijke zelfevaluaties. De komende tijd zal er ongetwijfeld meer inkt over deze affaire vloeien, al was het maar omdat er nog een parlementaire enquête op de agenda staat. Terecht, want een rechtsstatelijk drama als dit – waarin talloze families zijn vermalen door overheidsoptreden – verdient het tot op de bodem te worden uitgezocht. Het is ook nuttig de toeslagenaffaire vanuit verschillende perspectieven te analyseren en te duiden. Dat dient de waarheidsvinding. Bovendien kunnen er zo lessen uit worden getrokken.

Kafka in de rechtsstaat wil een bijdrage leveren aan dat debat over het schandaal rondom de kinderopvangtoeslagen. In dit boek beschrijft Ellen Pasman hoe het volgens haar zo verschrikkelijk heeft kunnen misgaan in de Nederlandse rechtsstaat. Haar oordeel is hard. Ze concludeert dat de toeslagenaffaire geen incident of toeval was, maar te wijten was aan jarenlange verwaarlozing van de rechtsstaat door politici, ambtenaren én rechters. Vooral de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State moet het ontgelden. Want, zo memoreert Pasman, in de wet stond helemaal geen verplichting tot herziening of onverbiddelijke terugvordering. Het is precies die ‘leesfout’ van ‘s lands hoogste bestuursrechter die vele gezinnen fataal is geworden.

Pasmans boek heeft een sterk juridische inslag. Dat moet niet verbazen. Pasman is immers al decennia als advocaat actief. Voor rechtswetenschappelijk onderlegde lezers is haar betoog prima te volgen. De exegese ervan zal van niet-juristen wat extra tijd en moeite vergen. Geïnteresseerde lezers moeten zich daardoor echter niet laten ontmoedigen. Het boek bevat rake analyses en geeft de materie op interessante wijze weer. Pasman presenteert prikkelende stellingnames en weet de lezer zo tot nadenken aan te zetten. Soms is haar betoog vrij alarmistisch getoonzet. Gezien de ernst van de kwestie misstaat dat niet per se. Wel valt op dat de auteur in algemene zin vrij sturend optreedt. Daardoor houdt het boek het midden tussen een objectieve kroniek en een aanklacht tegen de overheid.

Tot slot iets over de titel van dit boek. Elk van de 21 hoofdstukken begint met een citaat uit de twee bekendste romans van Franz Kafka: Het proces en Het slot. In de inleiding legt Pasman uit waarom. Volgens haar bevatten deze romans onbedoeld een vrij actuele diagnose van de verhouding tussen burger en overheid. Een eeuw na dato lezen de werken ‘als een bizarre blauwdruk van het doolhof waarin burgers in de Nederlandse rechtsstaat rondjes draaien, om akten, bewijzen te vinden die van de ene gang naar de andere waren versleept, of van karretjes gevallen. Of vernietigd’. De citaten roepen, in Pasmans woorden, een ‘aha-erlebnis’ op. Dat klopt. Als er één citaat is dat dit illustreert, dan is het wel het openingscitaat: ‘Wie een dergelijk proces heeft, heeft het eigenlijk al verloren’. Het behoeft weinig voorstellingsvermogen om te bedenken dat de toeslagenouders zoiets hebben gevoeld en misschien nog altijd voelen. (RJ)

E. Pasman
Kafka in de rechtsstaat. De gevolgen van een leesfout: de toeslagenaffaire ontleed
Amsterdam: Prometheus 2021, 200 p., € 20