Boekbespreking. Sinds 1814 bevat de Grondwet een bepaling luidende: ‘De Staten-Generaal vertegenwoordigen het geheele Nederlandsche volk’. Op het eerste gezicht lijkt de tekst van het huidige artikel 50 Grondwet voor zich te spreken. Maar wat betekent het precies dat de Staten-Generaal het gehele Nederlandse volk vertegenwoordigen? Houdt dit in dat elke parlementariër het gehele volk vertegenwoordigt of doen alle parlementariërs dat gezamenlijk? Wil het zeggen dat de Staten-Generaal het algemeen belang behartigen of de wil van het volk uitvoeren? En wie is dat volk eigenlijk: worden alle Nederlanders uit het Koninkrijk bedoeld, allen die zich in Nederland bevinden of alle kiezers?

In deze dissertatie laat de Tilburgse promovenda Eva van Vugt, inmiddels als universitair docent Staatsrecht verbonden aan de Universiteit Utrecht, zien hoe de betekenis van voornoemde grondwetsbepaling mettertijd is gewijzigd. Ogenschijnlijk is dit een klassieke staatsrechtelijke studie. Van Vugt analyseert hoe bewindslieden, parlementariërs, de wetgever, het parlement, de regering en verscheidene grondwetscommissies de bepaling hebben geïnterpreteerd, met als doel te beoordelen in hoeverre deze van betekenis is veranderd. Nu is interpretatie van grondwetsbepalingen op basis van bronnenonderzoek en de politieke context staatsrechtbeoefenaars op zich niet vreemd. Interessant is dat Van Vugt een stap verder is gegaan: zij heeft ook het ‘politieke discours’ in kaart gebracht en daaruit conclusies getrokken. De meerwaarde van deze vernieuwende benadering bestaat erin dat zo verschillende vormen van constitutionele verandering in beeld komen. De lezer verkrijgt bovendien inzicht in de wijze waarop politiek en staatsrecht op elkaar inwerken.

Die benadering levert interessante inzichten op. Anders dan bij veel andere grondwetsbepalingen het geval is, heeft de grondwetgever de tekst van artikel 50 Grondwet steeds gehandhaafd. De context en de interpretatie ervan zijn in de loop der tijd echter flink verschoven. Zo werd aanvankelijk met ‘het gehele Nederlandse volk’ gedoeld op alle inwoners van het Nederlandse grondgebied in Europa. Tegenwoordig legt men dit uit als de verzameling kiezers die de leden van de Staten-Generaal aanwijzen, ongeacht of die kiezers op Nederlands grondgebied in Europa verblijven of niet. De grondwetsbepaling hield oorspronkelijk ook in dat elke individuele parlementariër de algemene vrijheid en welvaart van het Nederlandse volk als één geheel diende te bevorderen. Sinds de invoering van het algemeen kiesrecht en het stelsel van evenredige vertegenwoordiging interpreteren we de bepaling daarentegen zo dat alle Kamerleden samen een politieke afspiegeling moeten vormen van de verschillende groepen kiezers.

Van Vugt stelde zich, zo blijkt uit de inleiding, tot doel om de geschiedenis van de interpretatie van artikel 50 Grondwet te schetsen. Van die taak heeft ze zich met verve weten te kwijten. Haar proefschrift verkreeg het predicaat cum laude. (RJ)

E.Y. van Vugt
De Staten-Generaal vertegenwoordigen het geheele Nederlandsche volk. Een onderzoek naar de veranderingen in de betekenis van artikel 50 Grondwet tussen 1814 en 1983
Den Haag: Boom juridisch 2021, 376 p., € 69