Boekbespreking. ‘Welke stappen moet een rechtswetenschapper zetten om rechtspraak systematisch te analyseren?’ Met deze vraag opent dit nieuwe boek over methodes van rechtspraakanalyse. Het boek geeft handvatten om die analyse op een verantwoorde manier uit te voeren.

Systematische rechtspraakanalyse is onderzoek naar de verbanden, patronen of ontwikkelingen in juridische uitspraken van onder meer rechters en arbiters. Die uitspraken worden door een onderzoeker geanalyseerd, gecodeerd en vervolgens van betekenis voorzien. In het inleidende hoofdstuk beklemtoont Verbruggen dat systematische rechtspraakanalyses primair beschrijvend zijn, en dat de juistheid of wenselijkheid van een oordeel hierbij niet centraal staat. Uiteraard kunnen dergelijke conclusies of bevindingen vervolgens wel leiden tot normatieve opvattingen of aannames: systematische rechtspraakanalyse kan een basis bieden voor juridische theorievorming of normatieve standpunten over hoe het recht zou moeten zijn.

In het inleidende hoofdstuk wordt de systematische rechtspraakanalyse vervolgens gepositioneerd in verhouding tot juridisch-dogmatisch en empirisch-juridisch onderzoek. Verbruggen concludeert dat de discussie over de exacte kwalificatie weinig vruchtbaar is, maar hij ziet wel mogelijkheden voor de systematische rechtspraakanalyse om een brug te bouwen tussen beide onderzoeksgebieden. Vervolgens worden in een aantal hoofdstukken verschillende meer praktische aspecten van systematische rechtspraakanalyses besproken.

Bijzonder en leuk aan dit boek is dat er auteurs van tal van universiteiten, disciplines en vakgebieden aan hebben meegewerkt, die gemeen hebben dat zij zelf grootschalig jurisprudentieonderzoek hebben verricht in Nederland of België. In het boek vertellen zij over hun gehanteerde methodologie, technieken van dataverzameling, -selectie en -analyse, resultaten en eventuele lessons learned. In de acht volgende hoofdstukken staat daardoor steeds een ander onderwerp centraal, met als gemene deler dat wordt gefocust op de methoden die zijn gehanteerd tijdens de systematische rechtspraakanalyse. Het voert te ver om al deze hoofdstukken uitgebreid te bespreken, maar ik geef een kort overzicht.

In hoofdstuk 2 gaat Wijntjes (Tilburg) in op de gestructureerde inhoudsanalyse, een kwalitatieve methode om op systematische en repliceerbare wijze teksten te analyseren. Aan de hand van haar promotieonderzoek omschrijft zij hoe zo’n gestructureerde jurisprudentieanalyse kan worden uitgevoerd. Ze gaat bijvoorbeeld in op de selectie van uitspraken, het coderen, verschillende technieken van data-analyse en haar resultaten. In hoofdstuk 3 bespreekt Wolters (Nijmegen) de mogelijkheden van kwantitatieve rechtspraakanalyse voor de bestudering van het geldende recht. Hij concludeert dat kwantitatieve analyse is gebonden aan verschillende beperkingen en voorwaarden, maar niet ongeschikt is voor de bestudering van het geldende recht. Ook kan kwantitatieve analyse vaak een grote meerwaarde hebben omdat zij wel leidt tot een groter inzicht in het geldende recht. In hoofdstuk 4 gaat Verbruggen (Tilburg, Leuven) in op het gebruik van NVivo bij zijn onderzoek naar rechterlijke toetsing in het sportrecht. Verbruggen bespreekt hoe hij een cross-case analysis heeft uitgevoerd binnen NVivo. Hij geeft een goed overzicht van de mogelijkheden van deze software.

Vervolgens gaan Goossens (Brussel, Leuven, Antwerpen), Bollen (Leuven) en Verbeke (Leuven, Harvard, Tilburg) in hoofdstuk 5 in op hun onderzoek naar samenwoning in het relatievermogensrecht. Uitdagend is dat in België geen met rechtspraak.nl vergelijkbare database bestaat. De onderzoekers hebben dan ook zelf ter griffie uitspraken verzameld. Hierdoor wordt in dit hoofdstuk uitgebreid aandacht besteed aan de dataverzameling. Zij sluiten af met enkele dingen die zij zelf geleerd hebben van dit onderzoek, zoals de toegevoegde waarde van een multidisciplinair onderzoeksteam.

In hoofdstuk 6 gaat Vols (Groningen) in op de kansen en beperkingen van het gebruik van statistiek en machine learning bij de bestudering van rechtspraak. Uit de toepassing van de kwantitatieve jurisprudentieanalyse trekt hij verschillende lessen. In deze interessante analyse gaat hij bijvoorbeeld in op het belang van de gehanteerde theorieën, een reflectie op de kwaliteit en beschikbaarheid van data en het belang van multidisciplinaire samenwerking

Daarna gaat Dyevre (Leuven) in hoofdstuk 7 in op het gebruik van algoritmes in de zoektocht naar relevante uitspraken. Hij bespreekt daarbij het Top2Vec-algoritme en test dit op een corpus van Belgische jurisprudentie. In hoofdstuk 8 gaat Tjong Tjing Tai (Tilburg) in op het gebruik van data-science-methoden bij de rechtspraakanalyse. Hij geeft enkele methodologische aanwijzingen voor het gebruik van dergelijke technieken. In deze tamelijk technische bijdrage blijkt dat het vooral belangrijk is om een debat op te starten over methodologisch verantwoord juridisch data-science-onderzoek. Peeraer (Gent, Antwerpen) en Van Gestel (Tilburg, Leuven) sluiten af met een reflectie op de mogelijkheden van systematische jurisprudentieanalyse voor onderzoek en onderwijs. Zij ronden af met een pleidooi voor de modernisering van de rechtenopleidingen in Europa.

Door de concrete aanpak en de koppeling aan eerder onderzoek, is het boek goed te volgen. De auteurs bespreken veelal vergelijkbare punten (verzameling, analyse) voordat zij toekomen aan hun specifieke onderwerpen. Tegelijkertijd heeft ieder hoofdstuk een zeer wisselende insteek en tal van tips en aandachtspunten. Het boek is dan ook zeer goed te gebruiken voor een jurist die zich oriënteert op de verschillende mogelijkheden van systematische rechtspraakanalyse. (MR)

P.W.J. Verbruggen (red.)
Methoden van systematische rechtspraakanalyse. Tussen juridische dogmatiek en data science
Den Haag: Boom juridisch 2021, € 49, 214 p.