Boekbespreking. De Leidse hoogleraar Staatsrecht Wim Voermans greep de coronatijd aan om een boek te schrijven over de Nederlandse bestuurscultuur. Want hoe kan ‘een land van minderheden, waar oplossingen worden gepolderd en er voortdurend moet worden onderhandeld en overlegd’, toch daadkrachtig worden bestuurd? In dit boek gaat Voermans op zoek naar mogelijke verklaringen – politieke en bestuurlijke, maar ook historische – voor de raadselachtige aard van ons bestuur en onze polderbestuurders. Het gaat hem vooral om de vraag hoe het land bestuurd moet worden, wie dat moet doen en tot welke prijs.

De opbouw van het boek is als volgt. Na een inleiding volgt een hoofdstuk met theorievorming over bestuursculturen, in het bijzonder de poldercultuur. Daarna duidt Voermans ‘het DNA van onze bestuurders’. Ook in dat hoofdstuk gaat speciale aandacht uit naar specifiek de Nederlandse polderbestuurders en de kwaliteiten waarover deze al dan niet moeten beschikken. Dan volgt een duiding van het ‘Polderbestuur 2020’ en een afsluitend hoofdstuk met de wat onheilspellende titel ‘Paalrot in de pijlers’.

Naar eigen zeggen bevat Voermans’ boek ‘een verhalende wandeling door ons stelsel en onze geschiedenis’. Dat is een treffende omschrijving. Net als in zijn vorige boek, Het verhaal van de grondwet. Zoeken naar wij, doet de schrijver hier in geheel eigen stijl verslag van een zoektocht. Zijpaden schuwt hij daarbij niet. Integendeel, hij slaat juist met graagte wegen in die nieuwe inzichten bieden. Zelfs als die zo nu en dan doodlopen. Al met al is het boek dan ook bijzonder informatierijk. De lezer krijgt een royale hoeveelheid perspectieven, analyses en theorieën aangereikt. Dat de rode draad soms uit beeld raakt, doet er niet aan af dat dit boek makkelijk wegleest.

Voermans maakt inzichtelijk dat de Nederlandse politieke cultuur de afgelopen decennia drastisch is veranderd. Het zwaartepunt zou zijn verschoven van het parlement naar het bestuur. Stilaan is de volksvertegenwoordiging institutioneel overvleugeld geraakt. Onder de kabinetten-Rutte is dat pregnant naar voren gekomen. Minister-president Rutte zou zaken vooral rond-, voor- en achterom de volksvertegenwoordiging regelen, met als gevolg dat het parlement slechts ‘bij het kruisje mag tekenen’. Daarmee zou hij de personificatie zijn van de Nederlandse regentencultuur, waarin de uitvoerende macht domineert en de Staten-Generaal het nakijken hebben.

Met het oog op de recente discussie over ‘nieuw leiderschap’ en ‘nieuwe bestuurscultuur’ is met name Voermans’ beschrijving van het huidige polderbestuur belangwekkend. Voermans laat zien hoe niet alleen de uitvoering van beleid, maar ook de politieke besluitvorming zelf is uitbesteed door onder meer maatschappelijke en buitenparlementaire akkoorden (‘allemaal typische polderproducten’). In het bijzonder de analyse van de problemen in de informatierelatie tussen regering en parlement is interessant. Voermans heeft ook een bijlage toegevoegd met informatie-incidenten, oftewel de gevallen waarin de Tweede Kamer niet, niet volledig of onjuist is geïnformeerd. Met dit alles biedt dit rijke boek voer voor toekomstige discussies over de Haagse bestuurscultuur en parlementaire controlemechanismen. (RJ)

W.J.M. Voermans
Het land moet bestuurd worden. Machiavelli in de polder
Amsterdam: Prometheus 2021, 280 p., € 22,50