Boekbespreking. Juristen maken steeds vaker gebruik van empirische methodes – bijvoorbeeld om vragen te beantwoorden over de beleving van burgers bij rechtszittingen, het vertrouwen in de rechtspraak, of het verschil in rechterlijke behandeling van twee wetten. Dit boek geeft een toegankelijke uitleg van de basis van empirisch juridisch onderzoek. Het boek beoogt op vlotte en eenvoudige wijze een inleiding in de empirische rechtswetenschap te bieden voor met name rechtenstudenten. Daarbij wordt niet ingegaan op statistiek, maar wel op de vraag hoe een empirisch onderzoek moet worden opgezet (deel I) welke methodes kunnen worden gebruikt (deel II) en hoe de resultaten moeten worden geïnterpreteerd en beoordeeld (deel III).

In deel I wordt aandacht besteed aan de relevantie en het onderwerp van empirisch-juridisch onderzoek (hoofdstuk 1) en het belang van het formuleren van doelen, problemen en onderzoeksvragen bij de opzet van een empirisch-juridisch onderzoek (hoofdstuk 2).

Vervolgens bespreekt Van den Bos in deel II hoe empirische onderzoeksvragen kunnen worden beantwoord. Daarbij komen achtereenvolgend interviews, vragenlijsten en experimenten aan bod (hoofdstuk 3 t/m 5). Leuk en nuttig is dat niet alleen wordt aangegeven wat voor soorten methodes er bestaan, maar dat de lezer ook praktische handvatten worden geboden om daadwerkelijk aan de slag te gaan. Zo eindigt elk hoofdstuk met een aantal praktische oefeningen en leessuggesties voor de lezer die meer wil weten over een bepaald onderwerp.

Het laatste deel van het boek gaat over de interpretatie van empirische gegevens. Allereerst wordt de data-analyse besproken (hoofdstuk 6). Dit is nadrukkelijk een niet-technische inleiding op dit onderwerp, waarin niet wordt ingegaan op de statistische vereisten voor kwalitatieve of kwantitatieve analyses (maar wederom wel een hoop leessuggesties worden gegeven indien je daar wel meer over wil weten). Vervolgens gaat Van den Bos in hoofdstuk 7 kort in op het rapporteren van de resultaten en hoe een goed verslag van empirisch-juridisch onderzoek eruit dient te zien. In hoofdstuk 8 wordt ten slotte beschreven hoe je verder kunt gaan met de opzet van je juridisch-empirisch onderzoek als je door het lezen van dit boek vertrouwd bent geraakt met de beginselen van dergelijk onderzoek.

Het boek is nadrukkelijk een inleiding: met alleen het lezen van dit boek zal de gemiddelde student nog niet in staat zijn om een empirisch onderzoek op te zetten en uit te voeren. Toch betekent dat niet dat het boek niet nuttig kan zijn, integendeel. Van den Bos geeft een mooi overzicht van de verschillende mogelijkheden om empirisch onderzoek te doen. Ik kan mij goed voorstellen dat studenten enthousiast raken van dit studieboek. (MR)

K. van den Bos
Inleiding empirische rechtswetenschap
Den Haag: Boom juridisch 2021, 188 p., € 39