Boekbespreking. De preadviezen van de Vereeni­ging Handelsrecht 2020 gaan over buitenlandse investeringen. De aanleiding voor dit onderwerp wordt met name gevormd door de groeiende zorgen over niet-Europese investeerders die investeren in Europese ondernemingen. Deze zorgen zien vooral op de vraag of de eigenlijke doelstellingen van die investeerders zich wel laten rijmen met de beginselen voor Europese ondernemingen. Overnames van en investeringen in vitale infrastructuur of bedrijven die hoogwaardige technologie ontwikkelen die betrekking hebben op de nationale veiligheid kunnen bijvoorbeeld zorgen voor risico’s. Om deze zorgen te kunnen aanpakken is wetgeving ontwikkeld die overheden vergaande bevoegdheden verleent om investeringen en overnames te onderzoeken en verbieden.

In deze preadviezen gaan verschillende auteurs in op een aantal implicaties en aspecten van deze wetgeving (zoals de EU-verordening tot vaststelling van een kader voor de screening van buitenlandse directe investeringen). Hierbij worden vooral ook de geopolitieke achtergronden van zulke wetgeving besproken. Naast een inleiding (door de voorzitter van het bestuur van de VHR, prof.mr. De Kluiver) bevat het boek vijf preadviezen. In de inleiding wordt in algemene zin ingegaan op de bestaande wetgeving ter toetsing van (buitenlandse) investeringen en de verhouding tussen internationale handel en nationale veiligheid. Vervolgens vangen Van der Putten, Dekker & Martin aan met een bijdrage over de geopolitieke verhoudingen met China als grond voor de toetsing van buitenlandse investeringen. Zij bespreken de ‘opkomst’ van China en de reacties van de VS en EU op die opmars en de buitenlandse investeringen van China.

Het tweede preadvies (Kemperink) gaat over de positie van de kapitaalvennootschap bij overnames en strategische samenwerking in de geopolitieke context. Aan bod komen bijvoorbeeld overnames van ondernemingen met strategische activiteiten die een belangrijke rol spelen bij de systemic rivalry tussen grootmachten en het (mogelijke) verband tussen het geopolitiek en vennootschappelijk belang.

In het derde preadvies gaat Stevens in op twee recente wetgevingsinitiatieven die een toets op overnames introduceren ter bescherming van de nationale veiligheid (de Wet ongewenste zeggenschap telecommunicatie (WOZT) en de Wet toetsing economie en nationale veiligheid (Wtenv)). Stevens vergelijkt hoe beide wetten de nationale veiligheid als toetssteen gebruiken en wat voor invloed dit heeft op de praktijk.

In preadvies vier (Van Hees & Spinath) staat de investering tijdens of in verband met de insolventie van een onderneming centraal. De auteurs van dit advies onderzoeken hoe de belangrijkste aspecten van het insolventierecht zich verhouden tot de Wtenv en benoemen daarbij de belangrijkste knelpunten van die toetsing tijdens faillissement. Ten slotte bespreekt Van den Bossche in het vijfde (Engelstalige) preadvies het beroep op nationale veiligheidsexcepties in het internationaal handelsrecht. Hij gaat in op de mogelijkheden om misbruik te maken van dergelijke excepties en de rol die de WHO en andere internationale hoven en tribunalen kunnen spelen bij de bestrijding van dit probleem.

De preadviezen geven interessante aspecten van relevante en actuele problemen met buitenlandse investeerders weer. Het terrein van de buitenlandse investeringen is volop in ontwikkeling en deze duidelijke preadviezen kunnen de geïnteresseerde lezer meer inzicht geven in een aantal van die ontwikkelingen. Door de verschillende insteken van de verschillende auteurs is het boek bovendien relevant voor een breed scala aan juristen. (MR)

P.L.H. van den Bossche e.a.
Toetsing van buitenlandse investeringen in geopolitiek en juridisch perspectief. Preadvies van de Vereeniging Handelsrecht
Zutphen: Uitgeverij Paris 2020, 146 p., € 49,50