In dit vuistdikke boek geeft Holvast een extensief overzicht van in Nederland gevoerde privacydiscussies. Privacy is volgens de auteur een bij uitstek politiek onderwerp. In het privacydomein moeten keuzes worden gemaakt en verschillende belangen moeten worden afgewogen. In het boek onderscheidt Holvast drie verschillende periodes. De eerste periode (tot 1970) is een periode waarin de privacydiscussie slechts weinig aandacht kreeg. De tweede periode strekt van 1970 tot 1981 en staat in het teken van politieke discussie over informationele privacy – kort gezegd de bescherming van informatie en gegevens – en verdere bewustwording. De derde periode is de periode tussen 1981 en 1990 waarin werd geaccepteerd dat bescherming van de persoonlijke levenssfeer een belangrijk recht is dat op verschillende manieren gecodificeerd wordt. Holvast onderscheidt nog een vierde periode die in het boek nauwelijks aan bod komt. Deze vierde periode, die aanvangt na 1990, is een periode van implementatie en evaluatie van wetgeving. Aan deze laatste periode wordt in de kroniek alleen aandacht besteed in het kader van discussies over privacy die al liepen in de jaren 70 en 80.

Ondanks dat het boek dus goeddeels gaat over drie periodes, bestaat het boek uit twee delen. Deel een is getiteld ‘Van ooit tot Ontwerp van Wet op de Persoonsregistraties’ en deel twee heet ‘Van Ontwerp van Wet op de Persoonsregistraties tot Wet Persoonsregistraties’. In het boek staan de discussies centraal die gevoerd worden over verschillende onderwerpen die met privacy te maken hebben. Het is nadrukkelijk niet zijn doel om verschillende instituties zelf uitvoerig te beschrijven en op onderwerpen heel erg de diepte in te gaan. De nadruk ligt voor Holvast op de behandeling van verschillende discussies in parlement en media en de (wetenschappelijke) publicaties die over een onderwerp geschreven zijn. Het boek richt zich op wetgeving; rechtspraak komt niet aan bod.

Holvast geeft een uitvoerig overzicht van tal van onderwerpen waarbinnen privacydiscussies zijn opgekomen. Ik zal een voorbeeld geven om dit te illustreren: het boek vangt aan met de geschiedenis van het overzicht van misdadigers aan de hand van beschrijvingen, eerst in signalementen en later in het Geheim Register. Vervolgens wordt ingegaan op de registratie van de hele bevolking in de burgerlijke stand en het bevolkingsregister en gaat Holvast uitvoerig in op de invoering van de persoonskaart, tot aan de kleuren van die persoonskaarten toe (lichtgeel voor vrouwen en lichtgrijs voor mannen). Daarna komt de invoering van het Wetboek van Strafrecht aan bod. In dit verband worden wederom de registratie van delinquenten en strafregisters besproken, maar ook de indeling van de Koepelgevangenis in Haarlem en de Verklaring omtrent het Gedrag. Bij al deze onderwerpen wordt de discussie in de Tweede Kamer weergegeven aan de hand van de relevante kamerstukken en tevens ingegaan op de maatschappelijke debatten aan de hand van nieuwsberichten en publicaties.

In beide delen wordt tevens een aantal specifieke privacydiscussies samengevat. Aan bod komen de privacydiscussies omtrent de thema’s overheid en burger, consumenten, patiënten en cliënten, en sollicitant, werknemer en student (in het tweede deel ‘werknemers, studenten en leerlingen’ genoemd). Binnen de naar deze thema’s vernoemde hoofdstukken komen weer tal van onderwerpen aan bod. Bij het onderwerp ‘patiënten en cliënten’ worden bijvoorbeeld onder meer privacygerelateerde discussies omtrent centrale registraties, geheimhouding, medisch onderzoek, automatisering, kinderbescherming, geestelijke gezondheidszorg en maatschappelijk werk besproken.

Al met al is dit een rijk en encyclopedisch naslagwerk van tal van discussies. Wat daarin interessant is, en wat ook een belangrijk punt is dat Holvast maakt, is dat veel van de discussies die momenteel gevoerd worden over privacy en persoonsgegevens in het verleden ook al gevoerd werden. Het boek sterkt daarmee het begrip van hedendaagse discussies. Doordat tal van onderwerpen nogal extensief behandeld worden, is het boek niet handig om een kort overzicht te krijgen van alle discussies. Het moet meer worden beschouwd als een encyclopedie: aan vrijwel alle historische privacydiscussies zijn een of meer paragrafen gewijd, die de lezer van uitgebreide informatie voorzien. Het boek is daarmee zonder meer boeiend voor privacyjuristen die op zoek zijn naar verdieping of historische aanknopingspunten voor hedendaagse discussies over privacy. (MR)

J. Holvast
Kroniek van de privacy­discussie. Nederland tot de jaren negentig
Zutphen: Uitgeverij Paris 2020, 852 p., € 90