Frans Leeuw is hoogleraar Recht, openbaar bestuur en sociaal-wetenschappelijk onderzoek aan de Universiteit Maastricht. Dit boek gaat over empirisch-juridisch onderzoek, of afgekort EJO. Leeuw omschrijft dit onderzoek als een interdisciplinaire activiteit die wordt beoefend binnen alle rechtsgebieden. EJO ziet doorgaans op de assumpties die aan het recht ten grondslag liggen, de wijze waarop het recht wordt toegepast en de effecten van het juridisch systeem. Dit wordt uitdrukkelijk geplaatst in het onderscheid tussen law in the book en law in action. Door middel van EJO kan de afstand tussen book en action worden onderzocht en overbrugd.

Na twee inleidende hoofdstukken geeft Leeuw in hoofdstuk 3 en 4 een overzicht van een tiental onderzoekstradities. Hij richt zich op de ontwikkelingen die de afgelopen 125 jaar plaatsvonden op het terrein van het EJO en het digitaal empirisch-juridisch onderzoek (DEJO). Per onderzoekstraditie staan de volgende vragen centraal: wat zijn de belangrijkste kenmerken, wie waren inspiratoren, welke probleemstellingen of onderzoeksthema’s staan centraal, welke methoden worden gebruikt, welke theorieën spelen een rol, en wat kan de traditie bijdragen aan (toekomstig) DEJO? Aan de orde komen legal realism, criminologie, rechtssociologie, rechtspsychologie, rechtseconomie, civilologie, empirical legal studiessociolegal studieslaw and society studieslegal evaluations en rechtsinformatica.

In de hoofdstukken 5 tot en met 8 komt het DEJO aan bod. Met betrekking tot DEJO worden grotendeels dezelfde vragen behandeld als voor de overige tradities, maar dan verspreid over een aantal hoofdstukken. In hoofdstuk 5 komen de belangrijkste kenmerken, begrippen en inspiratoren van DEJO aan bod. In hoofdstuk 6 en 7 worden onderzoeksthema’s en probleemstellingen behandeld, waarbij twee verschillende soorten DEJO – toepassingsgericht en nieuwsgierigheidsgedreven – aan bod komen. In beide hoofdstukken worden tal van voorbeelden genoemd. In hoofdstuk 8 wordt ten slotte aandacht besteed aan het belang van evaluaties van digitale vormen van overheidsbeleid en rechtsstatelijke activiteiten. Leeuw pleit voor meer evaluatieonderzoeken naar big data en artificial intelligence.

Het boek sluit af met een hoofdstuk met conclusies en leerpunten voor toekomstig (digitaal) empirisch-juridisch onderzoek. De tradities worden samengevoegd en er worden algemene conclusies getrokken over de probleemstellingen, theorieën en methoden van onderzoek. Op basis daarvan formuleert Leeuw leerpunten en perspectieven voor toekomstig DEJO. Zo adviseert hij om goed zicht te houden op ‘dubbel’ onderzoek binnen verschillende onderzoekstradities en om meer aandacht te besteden aan multimethod-multisource onderzoek.

Het boek geeft een interessant historisch overzicht van alle verschillende vormen van empirisch juridisch onderzoek. De leerpunten die Leeuw trekt uit zijn overzicht, lijken mij bijzonder nuttig voor toekomstig digitaal juridisch onderzoek. (MR)

F.L. Leeuw
Van Legal Realism naar Legal Big Data. Ontwikkelingen in empirisch-juridisch onderzoek toen, nu en straks
Maastricht Law Series, Den Haag: Boom juridisch 2020, 228 p., € 32