Boekbespreking. Het instituut van de rechtspleging dient steeds weer opnieuw te worden doordacht. Zij moet ‘maatschappelijk effectief’ zijn, aldus zowel de rechterlijke macht als de Minister voor Rechtsbescherming. Vanwege deze uitdrukkelijke wens wordt in ons land al enige jaren geëxperimenteerd met andere soorten rechters, opererend onder namen als ‘buurtrechter’ of ‘spreekuurrechter’. Ook faciliteert het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum onderzoeken naar toegankelijke en laagdrempelige rechtspraak. Het onderhavige onderzoeksrapport is hiervan een belangwekkend voorbeeld. Het brengt in kaart hoe de ‘vrederechter’ in België en Frankrijk functioneert en welke lessen de Nederlandse civiele rechtspraak daaruit kan trekken. Dat resulteert in een gedegen kosten-batenanalyse van de invoering van wat de onderzoekers omschrijven als een ‘nabijheidsrechter’.

Het onderzoek is uitgevoerd door het Montaigne Centrum voor Rechtsstaat en Rechtspleging van de Universiteit Utrecht in samenwerking met de Katholieke Universiteit Leuven. De opbouw van het rapport is als volgt. Na een korte samenvatting van de belangrijkste bevindingen worden in de inleiding de onderzoeksvragen, de methodologische verantwoording en het theoretisch kader uiteengezet. Daarna volgt in hoofdstuk twee een bespreking van de vrederechter in Frankrijk. Vanouds vervulde dit instituut een dubbelrol: zowel rechterlijk als bemiddelend. De beschrijving van het Franse stelsel concentreert zich vooral op historische ontwikkelingen sinds de invoering van de vrederechter in 1790. Per 1 januari 2020 is Franse juge d’instance immers, hoewel veelgebruikt, afgeschaft. Aan dat besluit lijken financiële overwegingen ten grondslag te liggen. Het resultaat van de afschaffing is, zo melden de onderzoekers, een situatie die sterke gelijkenissen vertoont met de integratie van de kantonrechter in de rechtbanken in Nederland.

Vervolgens komt in hoofdstuk drie de vrederechter in België aan bod. Anders dan het hoofdstuk over Frankrijk, bevat dit hoofdstuk slechts een korte historische schets. Bij onze zuiderburen is de vrederechter wél blijven bestaan. De nadruk ligt daarom op de huidige (materiële) bevoegdheden, de recente gerechtelijke hervormingen en de thans vigerende procedures voor de vrederechter. Dit hoofdstuk is overigens descriptief én empirisch van aard. Waar mogelijk is het bestaande kader inzake wetgeving en rechtsleer namelijk aangevuld met door de onderzoekers verzameld kwantitatief en kwalitatief empirisch materiaal. Uit de analyse van de onderzoekers blijkt onder meer dat de Belgische vrederechter aan maatschappelijke effectieve rechtspraak doet. Dit valt te verklaren vanuit zijn zeer sterke lokale verankering; in België maakt de vrederechter deel uit van het bredere maatschappelijke netwerk van zijn werkterrein.

Dan verschuift het perspectief naar Nederland. In het vierde hoofdstuk staan de verschillende experimenten en pilots die de afgelopen jaren zijn en worden uitgevoerd centraal. Deze zoektocht naar alternatieven is opgestart vanuit de perceptie dat er een lacune in het huidige civiele rechtspraakaanbod bestaat. Eenvoudige, laagdrempelige rechtspraak zou moeten voorkomen dat ‘een groeiende groep (dreigende) afhakers’ nog groter wordt, aldus de Raad voor de rechtspraak. In het vijfde hoofdstuk staat de inpasbaarheid van de vrederechter in Nederland centraal. Hierin wordt aandacht besteed aan de historische wortels van nabijheidsrechtspraak. Ons land blijkt namelijk in de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden een soort vrederechter te hebben gekend. Dit instituut overleefde de Bataafs-Franse tijd, maar werd in 1838 vervangen door de kantonrechter. Deze had echter, in tegenstelling tot zijn voorganger, geen bemiddelende taak. In hoofdstuk zes volgen tot slot de conclusies. De strekking daarvan is dat de invoering van een nabijheidsrechter inderdaad een belangrijke bijdrage kan leveren aan het realiseren van maatschappelijk effectieve rechtspraak.

Dit boek is om meerdere redenen interessant. Ten eerste vanwege de actualiteitswaarde en maatschappelijke relevantie: in een moderne democratische rechtsstaat is toegankelijke en laagdrempelige rechtspraak een groot goed. Dit onderwerp staat – terecht – al jaren op de politieke agenda en zal daarop vermoedelijk ook blijven staan. Ten tweede omdat een veelheid aan onderzoeksmethoden is gebruikt. De onderzoekers verrichtten niet alleen een literatuurstudie (‘desk research’), maar verzamelden ook empirisch materiaal, hielden interviews en organiseerden een expertmeeting. De rechtsvergelijkingen beperken zich mede daarom niet alleen tot de juridische vormgeving (‘law in the books’), maar hebben tevens betrekking op het praktisch functioneren van procedures voor vrederechters (‘law in action’). Ten derde zij opgemerkt dat de onderzoeksresultaten gestructureerd zijn weergegeven en fraai zijn opgetekend. De onderzoeksmethoden worden bovendien duidelijk toegelicht. Het rapport bevat ook uitgebreide bijlagen.

Dit boek bevat een schat aan informatie over de geschiedenis en ontwikkeling van vredesrechters, kantonrechters en rechtspraakexperimenten in België, Frankrijk én Nederland. Het is dan ook een aanrader voor eenieder die onderzoek verricht naar of anderszins geïnteresseerd is in nabijheid van de rechtspraak. (RJ)

E. Bauw, S. Voet, E.G.D. van Dongen, J. van Mourik, M.A. Simon Thomas
Naar een nabijheidsrechter? Een onderzoek naar de inpasbaarheid van de vrederechter in België en Frankrijk in het Nederlandse rechtsbestel
Den Haag: Boom juridisch 2019, 248 p., € 42