Boekbespreking. De Amerikaanse autoriteiten hebben recent in maar liefst 70 ernstige onopgeloste strafzaken (cold cases) een doorbraak aangekondigd. Zo werd de dader van de dubbele moord op Jay Cook en Tanya Van Cuylenborg ruim 30 jaar na het delict opgepakt en is het lichaam van de Buckskin girl 37 jaar na haar vondst eindelijk geïdentificeerd. Al deze doorbraken zijn te danken aan een nieuw opsporingsmiddel dat in de VS steeds meer de handen op elkaar krijgt: verwantschapsonderzoek in een genealogische DNA-databank. Dit boek behelst een nuttige gedachtewisseling over deze ogenschijnlijk effectieve opsporingsmethode en de mogelijkheden die deze in Nederland zou kunnen bieden. Zou deze opsporingsmethode ook in Nederland voet aan de grond moeten en mogen krijgen? Wie deze vraag wil beantwoorden moet goed geïnformeerd zijn en daar beoogt dit boek aan bij te dragen.

De auteurs beginnen hun analyse door in te gaan op de huidige toepassingen van DNA in forensisch onderzoek. Er wordt uitgelegd welke delen van DNA geschikt zijn voor forensisch onderzoek en op welke manier overerving hierbij een rol speelt. In het daaropvolgende hoofdstuk wordt de mogelijkheid belicht om – indien een DNA-profiel geen match vertoont met een profiel in een databank – een DNA-verwantschapsonderzoek te doen, zoals bijvoorbeeld toegepast in de zaken van Marianne Vaatstra en Nicky Verstappen. Hierbij ligt de focus op het vinden van familieleden van de eigenaar van het onderzochte DNA-profiel. Dat onderzoek is echter duur, tijdrovend en heeft een beperkt bereik. De auteurs leggen uit dat met de nieuwe techniek die in de VS is gebruikt (onderzoek in genealogische DNA-databanken) veel gedetailleerder naar verwanten kan worden gezocht. Hoe dit in zijn werk gaat, wordt in de daaropvolgende hoofdstukken uitgelegd. De auteurs staan onder andere stil bij de rol van zogeheten direct-to-consumer-bedrijven. Ook wordt uitgelegd hoe dit onderzoek op DNA-niveau verschilt van het eerder besproken forensische onderzoek. Vervolgens worden deze twee onderzoeksmethoden met elkaar vergeleken op het gebied van waarde, succes en privacy. Aansluitend bespreken de auteurs een aantal aandachtspunten van juridische en ethische aard.

Het boek sluit af met een hoofdstuk waarin aan de hand van verschillende kaders kernachtig de verschillende begrippen die bij DNA-onderzoek komen kijken worden uitgelegd. Daarmee vormt dit boek een compleet en informatief geheel over de huidige stand van zaken omtrent de verschillende onderzoeksmogelijkheden naar DNA. Het boek is daarom een aanrader voor iedereen die meer over de rol van genealogisch DNA-onderzoek bij opsporing wil weten, maar ook voor ieder die geïnteresseerd is in DNA-onderzoek in het algemeen. (PS)

L. Meulenbroek & D. Aben
Een hooiberg vol spelden. Het gebruik van genealogisch DNA-databanken bij opsporing en identificatie.
Zutphen: Uitgeverij Paris 2019, 119 p., € 19,50