Boekbespreking. Deze helder geschreven dissertatie handelt over de rol van de factor tijd bij de vaststelling van voor vergoeding in aanmerking komende schade. Tijd en schade zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden, omdat – zoals Hebly zelf ook opmerkt – het schade­begrip telkens een referentiepunt in de tijd veronderstelt. Bij de vaststelling van schade moet immers een zeker peilmoment tot uitgangspunt worden genomen. Het concept tijd leidt in verschillende deelterreinen van het schadevergoedingsrecht tot verschillende problemen. Zo is bij personenschadekwesties lastig dat een gebeurtenis nog jarenlang gevolgen kan hebben. Deze ‘duurschade’ komt deel voor deel op met tijdsverloop en vergt dus per definitie een blik op de toekomst. Bij beleggingsschade is de vraag naar het ijkmoment van schade­berekening een belangrijke breinbreker. Als een vermogensbeheerder bijvoorbeeld een portefeuille onjuist heeft samengesteld, wanneer wordt de schade dan precies geleden? Door de varië­teit aan vraagstukken, kan het trekken van algemene conclusies over de verhouding tussen schadevaststelling en tijd lastig zijn.

Hebly heeft hierop ingespeeld door zijn proefschrift te verdelen in drie delen. Allereerst worden tijd en schadevergoeding in een algemeen deel, deel A, met elkaar in verband gebracht. Er wordt bijvoorbeeld aandacht besteed aan het schadebegrip (hoofdstuk 3), de begroting van schade (hoofdstuk 4) en de toerekening van schade (hoofdstuk 5). Dan volgt deel B: ‘Deelstudies’. Hierin wordt het tijdsaspect van schade op vijf deelterreinen van schadevergoedingsrecht uitgewerkt. Hebly gaat in op zaakschade (hoofdstuk 6), personenschade (hoofdstuk 7), winstderving en verlies van ondernemingswaarde (hoofdstuk 8), beleggingsschade (hoofdstuk 9) en schade die het gevolg kan zijn van een rechtmatige overheidsdaad (hoofdstuk 10). De beschouwingen uit de eerste twee delen worden met elkaar in verband gebracht in deel C. Hierin komt Hebly tot de conclusie dat er eigenlijk juist wél algemene lijnen te ontdekken zijn in het recht dat betrekking heeft op schadevaststelling en tijd. Hij overweegt dat een aantal tijdsgerelateerde begrippen op overzichtelijke wijze met elkaar samenhangen, ook wanneer we naar het schade­vergoedingsrecht in een meer brede zin kijken. Het gemene schadevergoedingsrecht kent volgens Hebly een ‘logisch-chronologische structuur’. Wel wijst hij erop dat deze logische structuur bij bepaalde figuren wat is vertroebeld. Men moet dan bijvoorbeeld denken aan de abstracte schadevaststelling in de sfeer van zaakschade. Hebly doet een aantal voorstellen die er vooral op gericht lijken te zijn om deze vertroebeling tegen te gaan. Al met al is het een interessant en overzichtelijk boek, waarin nuttige handvatten worden gegeven voor praktijk en wetenschap. (BV)

M.R. Hebly
Schadevaststelling en tijd
Diss. EUR, Den Haag: Boom juridisch 2019, 362 p., € 50