Boekbespreking. Het beslag- en executierecht is geen overzichtelijk rechtsgebied; in de eerste plaats omdat het beslag- en executierecht zowel procesrechtelijke als vermogensrechtelijke componenten bevat, maar ook omdat de opbouw in het Wetboek van burgerlijke rechtsvordering notoir complex is. De verschillende vormen van beslag en de verschillende soorten beslagobjecten maken het beslag- en executierecht in het onderwijs misschien wel het minst geliefde en moeilijkst te doorgronden rechtsgebied. Steneker noemt dan ook het ‘ambivalent juridisch karakter’ van het rechtsgebied (p. IX). De vijfde loot aan de stam van de Asser Procesrechtserie beoogt dan ook een systematische bespreking met aandacht voor actuele ontwikkelingen en praktijkproblemen te zijn. Een doel waar de auteur feilloos in slaagt.

Het boek is verhelderend opgebouwd, doordat de chronologie van beslag en executie als uitgangspunt is genomen: het beslagverlof, de beslaglegging, het tenietgaan en het herleven van het beslag en de blokkerende werking van het beslag. Vervolgens komen de executiebevoegdheid, de executie en het verdelen van de executieopbrengst aan de orde.

Na een inleiding, waarin de vormen van beslag en van executie worden genoemd (hoofdstuk 1), komen verschillende aspecten van het beslag- en executierecht aan bod. In het tweede hoofdstuk worden de regels voor het beslag op verschillende soorten goederen besproken, per type goed. Ook komen derdenbeslag, fiscaal bodembeslag en het retentierecht aan de orde. Vervolgens gaat de auteur in op de procedurele regels rondom het beslagverlof (hoofdstuk 3). In hoofdstuk 4 komen verschillende aspecten van de beslaglegging zelf aan bod, waaronder zowel procedurele aspecten, zoals het beslagexploot, als materieelrechtelijke, zoals derdenbescherming. Bij derdenbescherming kan worden gedacht aan de situatie dat een derde rechthebbende is op een beslagen goed, of dat een derde een goed verkrijgt waarop beslag rust: kan het beslag dan tegen hem worden ingeroepen? Vervolgens bespreekt de auteur het tenietgaan en het herleven van het beslag (hoofdstuk 5). In hoofdstuk 6, ‘Blokkerende werking’, staan goederenrechtelijke gevolgen van het beslag centraal.

Vervolgens bespreekt Steneker de executiebevoegdheid. Hierbij is ook ruimte voor de tenuitvoerlegging van arbitrale vonnissen, zowel ten aanzien van binnenlandse als van buitenlandse vonnissen (hoofdstuk 7). In hoofdstuk 8 komt executie aan bod, waarbij ook de lijfsdwang en de dwangsom niet onbesproken blijven. Tot slot bespreekt Steneker de omvang en de verdeling van de opbrengst van het beslag.

De auteur slaagt erin een veelheid aan facetten van het beslag- en executierecht te bespreken. Het boek biedt inzicht in tal van situaties waarmee de praktijkjurist te maken kan krijgen. Steneker weet orde te scheppen in een soms onoverzichtelijk rechtsgebied. Ook het heldere taalgebruik draagt bij aan het verhelderende en informatieve karakter van het boek.

Terzijde verdient nog opmerking dat Steneker nog niet anticipeert op het wetsvoorstel Herziening beslag- en executierecht. De auteur kiest voor een bespreking van het geldend recht. Dat past bij het informatieve karakter van het boek.

Al met al is dit boek mijns inziens onmisbaar voor de praktijkjurist. Ook voor het onderwijs is dit Asserdeel een nuttige aanvulling. Zo zouden docenten in voorkomende gevallen kunnen verwijzen naar relevante passages als aanvulling op handboeken bij vakken als goederenrecht en burgerlijk procesrecht.

Steneker heeft een prachtig, informatief boekwerk geschreven. Hij slaagt erin om het beslag- en executierecht niet alleen systematisch te bespreken, maar ook bij te dragen aan de systematisering van het beslag- en executierecht als zodanig. (JvM)

A. Steneker
Mr. C. Assers Handleiding tot de beoefening van het Nederlands Burgerlijk Recht. Procesrecht. 5. Beslag en executie
Deventer: Wolters Kluwer 2019, 888 p., € 149,50