Boekbespreking. Dit boek is het eindrapport van een rechtsvergelijkend onderzoek dat door Maastricht University is uitgevoerd in opdracht van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC). Hierin wordt de werking van het strafproces in Engeland en Duitsland onderzocht, vanuit de verwachting dat dit leerzame inzichten kan bieden voor de modernisering van het Nederlandse strafprocesrecht. In Engeland en Duitsland zijn namelijk op het gebied van aanpassing van het strafproces aan de eisen van de tijd vergelijkbare ontwikkelingen waarneembaar. Drie thema’s staan centraal: de versnelling van de afdoening van strafbare feiten, de aanpassing van het strafproces aan de digitalisering van de samenleving en de vereenvoudiging van procedures.

De onderzoekers hebben gebruikgemaakt van desk research en een praktijkstudie, waarbij ze in Engeland en Duitsland zittingen hebben bezocht en met verschillende experts en juristen hebben gesproken. De bevindingen hiervan worden in dit boek gepresenteerd in twee fasen. In de eerste fase worden de strafrechtssystemen van Engeland en Duitsland aan de hand van hun belangrijkste kenmerken omschreven. Verschillende onderwerpen passeren de revue, waaronder rechtstraditie, hoofdlijnen van het reguliere strafproces, professionele ethiek en grondbeginselen. Vervolgens wordt in fase twee ingezoomd op de drie voornoemde thema’s, door aan de hand van voorbeelden weer te geven hoe Engeland en Duitsland invulling geven aan de moderne eisen van een sneller, digitaler en eenvoudiger strafproces. Er wordt bij beide landen stilgestaan bij verschillende versnellingsmechanismen, zoals de plea, die als het belangrijkste versnellingsmechanisme in Engeland wordt aangeduid. Vervolgens komt de digitalisering aan bod, waarbij ook de bevindingen van verschillende bezoeken aan Duitsland worden gepresenteerd. Tijdens een bezoek aan de Justizakademie NRW hebben de onderzoekers bijvoorbeeld uitgebreid software mogen testen die speciaal is ontwikkeld om een digitaal zaaksdossier mogelijk te maken. Eenzelfde idee kwamen de onderzoekers ook in Engeland tegen. Tot slot worden verschillende kenmerken van de twee strafrechtssystemen benoemd die (al dan niet) bijdragen aan vereenvoudiging van procedures. Onder andere wordt stilgestaan bij het mondelinge karakter van zittingen (Engeland) en het ontbreken van het politiesepot (Duitsland).

In het laatste hoofdstuk worden de bevindingen van het onderzoek verder uiteengezet, waarbij voornamelijk wordt ingegaan op de digitalisering van het strafproces. Onder andere de mogelijkheden tot het vormen van digitale dossiers en het houden van virtuele zittingen worden benoemd. De onderzoekers geven aan dat met het benoemen van mogelijkheden om het strafproces sneller, digitaler en eenvoudiger te maken geen rekening is gehouden met het eventuele functioneren in Nederlandse context, nu het onderzoek exploratief van aard is. Ondanks dat kunnen de bevindingen zeker ter inspiratie dienen voor de modernisering van het Nederlandse strafprocesrecht. Het boek is dan ook interessant voor zowel de jurist met belangstelling voor buitenlands strafprocesrecht, als de jurist met interesse in de ontwikkeling van het Nederlandse strafprocesrecht. (PS)

A.H. Klip, C. Peristeridou, D.L.F. de Vocht
Citius, altius, fortius – Sneller, hoger, sterker. Wat we van Engeland en Duitsland kunnen leren in het kader van modernisering strafvordering
Den Haag: Boom juridisch 2019, 130 p., € 37,50