Boekbespreking. In dit Engelstalige cahier geeft Kuijpers een inleiding in het Netherlands Commercial Court (‘NCC’) en het Netherlands Commercial Court of Appeal (‘NCCA’, tezamen ook aangeduid met ‘NCC(A)’).

In het inleidende hoofdstuk beschrijft de auteur de positie van het NCC en het NCCA. Dat zijn geen aparte gerechten, maar kamers binnen respectievelijk de rechtbank en het gerechtshof in Amsterdam (hoofdstuk 1). Vervolgens gaat Kuijpers in op de belangrijkste karakteristieken, waarbij hij onder andere de vereisten bespreekt voor de bevoegdheid van het NCC. Ook de samenstelling van het NCC en het NCCA en de proceskosten komen aan bod (hoofdstuk 2). Daarna bespreekt de auteur de procedureregels van beide gerechten (hoofdstuk 3) en het bewijsrecht (hoofdstuk 4). Bij dit laatste onderwerp beschrijft Kuijpers de flexibele omgang met getuigenverhoren en geeft hij tevens een inleiding in het Nederlands bewijsrecht. Dat is nuttig voor de buitenlandse jurist.

Andere onderwerpen die aan de orde komen, zijn voorlopige voorzieningen (hoofdstuk 6), aspecten van openbaarheid en vertrouwelijkheid (hoofdstuk 7), de erkenning en tenuitvoerlegging van uitspraken van het NCC(A) (hoofdstuk 8), derde partijen (hoofdstuk 9), rechtsbijstand door niet-Nederlandse advocaten (hoofdstuk 10) en een kort overzicht van met het NCC(A) vergelijkbare alternatieven in Frankrijk, Duitsland en België (hoofdstuk 11).

Tot slot bespreekt de auteur kort enkele mogelijke kritiekpunten met betrekking tot het NCC(A) (hoofdstuk 12). Kuijpers maakt in dit slothoofdstuk een vergelijking met arbitrage, waarin hij stelt dat arbitrage als voordeel heeft dat het vertrouwelijk is, en niet openbaar. Daarentegen hebben het NCC(A) de voordelen dat de onafhankelijkheid van rechters beter gewaarborgd is dan die van arbiters en dat de kwaliteit van de rechtspraak, door de openbaarheid, beter is gemonitord. Ook bespreekt Kuijpers of het toepassen van buitenlands recht door het NCC(A) tot problemen kan leiden. Hij verwacht dat niet, omdat de Nederlandse rechtspraak zijns inziens de nodige ervaring heeft. Princi­piëler zijn de vraag of staten wel moeten concurreren op het procesforum en de vraag of een ‘elite’-gerecht wenselijk is. Dit hoofdstuk is overigens vooral beschouwend van aard, waarbij voor- en tegenargumenten kort aan bod komen. Kuijpers gaat niet uitvoerig in op het academisch debat en neemt zelf geen stelling.

De bespreking leidt tot een compact en helder boek, dat vooral de buitenlandse praktijkjurist kan helpen bij een procedure voor het NCC en het NCCA. (JvM)

M. Kuijpers
The Netherlands Commercial Court
Nijmegen: Ars Aequi Libri 2019, 74 p., € 21,50
Dit boek kopen? https://arsaequi.nl/product/the-netherlands-commercial-court/