Boekbespreking. Dit boek, geschreven door een aantal advocaten van het Amsterdamse advocatenkantoor Houthoff, heeft als doel om inzicht te geven in alle facetten van de cassatie- en de prejudi­ciëlevragenprocedure bij de Hoge Raad. De auteurs behandelen een veelheid aan onderwerpen. Ik volsta met een korte en tamelijk willekeurige selectie om de volledigheid van het boek te illustreren.

Het eerste hoofdstuk bevat informatie over de organisatie van de Hoge Raad. De auteurs noemen daarbij bijvoorbeeld het wetenschappelijk bureau en de cassatiebalie. In hoofdstuk 2 worden de twee gronden voor cassatie, schending van het recht en verzuim van vormen, besproken. De auteurs laten niet na uitgebreid in te gaan op de kwalificatie van ‘recht’ in de zin van artikel 79 RO van verschillende bronnen, geïllustreerd met voorbeelden van regels die in de jurisprudentie wel of niet als recht zijn gekwalificeerd. De toetsing door de Hoge Raad komt in hoofdstuk 3 aan de orde. Hier staat de vraag centraal welke toetsingsmaatstaven de Hoge Raad in de verschillende situa­ties aanlegt. De auteurs onderscheiden de toetsing van feitelijke oordelen, rechtsoordelen en gemengde oordelen. Daarnaast gaan zij in op de toetsing van discretionaire beslissingen, de toetsing van buitenlands recht en de toetsing van uitspraken van de kantonrechter waar geen hoger beroep tegen openstaat. De auteurs bespreken ook de grenzen van de rechtsstrijd in de cassatieprocedure. In hoofdstuk 4 wordt het cassatiemiddel besproken, waarbij ook de eisen van de mogelijke klachten worden behandeld. De ontvankelijkheid en het procesbelang bij cassatieberoep staan centraal in hoofdstuk 5. Daarbij bespreken de auteurs ook het beroep in cassatie van deeluitspraken, tussenuitspraken en uitspraken in kort geding. Hoofdstuk 6 behandelt de cassatieprocedure, waarbij ook allerlei ‘procedurele verwikkelingen’ worden besproken. Denk hierbij aan verschillende incidenten, schorsing en herstel. Ook de afweging om wel of niet te verschijnen komt aan bod. Omdat de Hoge Raad ambtshalve de rechtsgronden van het verweer aanvult, kan het verschijnen door de verweerder in sommige gevallen achterwege blijven, zo zetten de auteurs uiteen. Ook het verweerschrift, incidenteel beroep en de schriftelijke toelichting komen aan de orde, net als pleidooi, repliek en dupliek en de borgersbrief. Uiteraard blijven ook de uitspraak (hoofdstuk 7) en de procedure na vernietiging en verwijzing (hoofdstuk 8) niet onbenoemd. Hierbij gaan de auteurs onder andere in op de raadkamer bij de Hoge Raad, op de uitleg van de uitspraak en op rechtsmiddelen die tegen een uitspraak van de hoogste rechter openstaan, namelijk herroeping, derdenverzet, verzet, verbetering, aanvulling en een procedure bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. Tot slot worden ook prejudi­ciële vragen aan de Hoge Raad besproken (hoofdstuk 9), net als de procedure van cassatie in het belang der wet (hoofdstuk 10).

De auteurs hebben gekozen voor een heldere en informatieve schrijfstijl, waarbij praktische toepassingen vooropstaan maar ook ruimte is voor een bredere context. Zo plaatsen de auteurs de procedureregels in de context van de aard en functie van de cassatieprocedure of worden de historische achtergronden aangestipt. Een enkele keer formuleren de auteurs een aanbeveling voor de wetgever of de cassatierechter. De uitgebreide documentatie van het boek valt op, met een uitgebreid voetnotenapparaat met literatuur en jurisprudentie.

Al met al biedt het boek een waardevol inzicht in de cassatieprocedure. Wat dat betreft zijn de auteurs in hun opzet geslaagd. Ik verwacht dat het boek door zijn volledigheid en de heldere stijl zijn nut zal bewijzen in zowel de rechtspraktijk als het onderwijs. (JvM)

B.T.M. van der Wiel (red.), N.T. Dempsey, J.F. de Groot, A. Knigge & A.E.H. van der Voort Maarschalk
Cassatie
Serie Burgerlijk Proces & Praktijk, Deventer: Wolters Kluwer 2019, 461 p., € 79