Boekbespreking. In dit proefschrift staat overheidsaansprakelijkheid voor onjuiste informatieverstrekking door de overheid centraal. Denk daarbij bijvoorbeeld aan onjuiste of onduidelijke informatie van een ambtenaar over een bestemmingsplan, socialezekerheidsrechten, belastingrecht of milieurecht.

Als een burger als gevolg van dergelijke informatieverstrekking schade lijdt, is het zeer goed voorstelbaar dat hij zijn schade wil afwentelen op de overheid. Niet alle schade als gevolg van de onjuiste informatieverstrekking komt echter steeds voor vergoeding in aanmerking. Dit komt ten eerste doordat het uitgangspunt bij de aansprakelijkheidsverdeling is dat eenieder zijn eigen schade draagt. Dit beginsel is onverkort van toepassing bij schade die ontstaat door overheidshandelen. Het tweede uitgangspunt is dat de burger geacht wordt het recht te kennen. Deze verantwoordelijkheid van de burger blijft bestaan indien informatie wordt opgevraagd bij de overheid.

Van de Sande onderzoekt in zijn boek de vraag wanneer de overheid aansprakelijk is voor schade die het gevolg is van het verstrekken van onjuiste of onvolledige informatie en of een uitbreiding of beperking van de aansprakelijkheid juridisch bezien wenselijk is.

Voor zijn onderzoek maakt Van de Sande voornamelijk gebruik van de juridisch-dogmatische methode. Hij bestudeert het positieve recht aan de hand van regelgeving, jurisprudentie en literatuur. Zijn toetsingskader voor het geldende recht maakt hij door middel van een interne rechtsvergelijking tussen onjuiste en onvolledige informatieverstrekking in het overheidsaansprakelijkheidsrecht en het verbintenissenrecht enerzijds en het vertrouwensbeginsel zoals dat wordt beoordeeld door de bestuursrechter anderzijds. Dit toetsingskader wordt vervolgens gebruikt om het geldend recht te bekritiseren en voorstellen tot wijziging te doen. Met deze wenselijkheidsvraag voegt Van de Sande dus een dimensie toe aan de juridische-dogmatische methode.

In het eerste deel van zijn boek bespreekt Van de Sande het rechtsstatelijk kader waarbinnen de overheid informatie verstrekt aan de burger. Hij behandelt op welke grondslagen deze informatieverstrekking berust en waarom de overheid ertoe gehouden is geen onjuiste of onvolledige informatie te verstrekken. Het geldende aansprakelijkheidsrecht en de vraag wanneer de overheid naar geldend recht aansprakelijk is uit hoofde van onrechtmatige informatieverstrekking vormt de kern van het tweede deel van het boek. Het derde en laatste deel bevat de beantwoording van de hoofdvragen en is daarmee de synthese van deel een en twee.

De hoofdregel is dat een schadevergoedingsvordering wegens onjuiste informatieverstrekking bij de burgerlijke rechter moet worden ingesteld. De bestuursrechter is in beginsel niet bevoegd, omdat informatieverstrekking geen publiekrechtelijke rechtshandeling en derhalve geen besluit is in de zin van de Algemene wet bestuursrecht.

Overheidsaansprakelijkheid voor schade die is veroorzaakt door het verstrekken van onjuiste of onvolledige informatie aan de burger kent geen algemene regeling in de wet. De burgerlijke rechter past dan ook het toetsingskader van de onrechtmatige daad in artikel 6:162 BW toe, tenzij een bijzondere wettelijke aansprakelijkheidsregeling van toepassing is (bijvoorbeeld art. 117 Kadasterwet). De toekenning van schadevergoeding wordt meestal gebaseerd op een schending van het ongeschreven recht. Uit de door Van de Sande bestudeerde rechtspraak valt af te leiden dat aansprakelijkheid sterk afhankelijk is van de omstandigheden van het geval. Belangrijke omstandigheden zijn bijvoorbeeld de inhoud van het door de burger gedane verzoek, de aard en inhoud van de door de gemeente gegeven inlichtingen en hetgeen de belanghebbende daaromtrent heeft moeten begrijpen. Hoewel dit zorgt voor flexibiliteit, leidt het ook tot lastige voorspelbaarheid van rechterlijke beslissingen. Een lijn is wel dat voor overheidsaansprakelijkheid slechts plaats is indien de burger er redelijkerwijs op mocht vertrouwen dat hij juist werd geïnformeerd.

Van de Sande concludeert dat de hoofdregel dat informatieverstrekking niet appellabel is, op punten gewijzigd zou moeten worden. Hij meent dat de bestuursrechter beter geschikt is om te oordelen over zaken omtrent onjuiste of onvolledige informatieverstrekking door de overheid. Deze is namelijk gewend te beoordelen of informatie over algemeen verbindende voorschriften, besluiten of beleid onjuist is. Daarnaast heeft ook de bestuursrechter de bevoegdheid te oordelen over aansprakelijkheid van bestuursorganen en schadevergoedingen. Van de Sande pleit dan ook voor een exclusieve bevoegdheid van de bestuursrechter om kennis te nemen van geschillen omtrent onjuiste of onvolledige informatieverstrekking. Deze plannen vereisen wel een (weliswaar niet-ingrijpende) wijziging van de Awb. Van de Sande doet in zijn proefschrift concrete voorstellen voor wijziging van titel 8.4 Awb. Zolang de bevoegdheid nog bij de civiele rechter ligt, heeft Van de Sande een aantal aanbevelingen voor de civiele rechter, die hij in gedachten dient te houden bij de beoordeling van de schade­vergoeding.

Het proefschrift van Van de Sande gaat in op een relevant en interessant onderwerp. Hij zet uitgebreid en nauwkeurig uiteen op welke manier de rechter komt tot vaststelling van aansprakelijkheid en hoe hij schadevergoeding toekent aan burgers voor onjuiste of onvolledige informatie. Dit doet hij op heldere wijze met per hoofdstuk een duidelijke tussenconclusie. Op basis van deze bevindingen doet hij praktische en goed uitgewerkte voorstellen voor verbetering van de situatie. De ogen richten zich nu op de wetgever en rechter om te zien wat met de aanbevelingen zal worden gedaan. (MR)

S.A.L. van de Sande
Overheidsaansprakelijkheid voor het verstrekken van onjuiste informatie
Serie Staat en Recht deel 45, Deventer: Wolters Kluwer 2019, 512 p., € 70