JagerBoekbespreking. De centrale vraag van dit boek, dat de handelseditie is van een proefschrift, is hoe precontractuele informatiedocumenten over complexe financiële producten zich ontwikkeld hebben en of zij geschikt zijn om deze producten begrijpelijk en vergelijkbaar te maken voor consumenten. Het belangrijkste informatiedocument is in dit kader het Europese Key Information Document (KID). Dit is een kort document dat voor bepaalde beleggingsproducten moet worden opgesteld en de belangrijkste informatie moet bevatten. Het KID dient aan consumenten verschaft te worden voordat zij beslissen over de aanschaf van het desbetreffende product. In dit boek wordt onderzocht of dergelijke informatieplichten consumenten daadwerkelijk helpen om een goede beslissing te nemen. Het onderzoek berust op juridisch-dogmatisch, rechtsvergelijkend en empirisch onderzoek. Dat empirisch onderzoek houdt overigens een analyse van empirische bronnen in. Jager verricht niet zelf aanvullend empirisch onderzoek.

Het boek valt op door een gedegen methodologische onderbouwing. De onderzoeksvragen worden goed ingeleid en de auteur legt rekenschap af van haar methode en de beperkingen van haar onderzoek.

De Jager gaat eerst in op de beleidstheorieën die ten grondslag liggen aan regelgeving op het niveau van de Europese Unie, in Engeland, Nederland en Duitsland. Zo wordt achterhaald wat de gedachte is achter de verschillende informatieplichten. Vervolgens worden de verschillende rechtssystemen met elkaar vergeleken: wat zijn de verschillen tussen de doelen van de informatieplichten? Wat is de aard van de regelgeving? Welke ontwikkelingen doen zich voor? Het vergelijkende hoofdstuk laat ook zien dat wetgevers meer aandacht hebben voor de belegger die irrationeel gedrag kan vertonen en dat niet meer aan het klassieke beeld van ‘de rationele belegger’ wordt vastgehouden. Duitsland is hier overigens een uitzondering in: daar speelt de rationele belegger nog steeds een centrale rol.

Vervolgens gaat Jager in op verricht evaluatieonderzoek en op de inzichten uit de gedragswetenschappen over de effectiviteit van precontractuele informatiedocumenten. Hierbij komen irrationele factoren bij de keuzes van de belegger uitgebreid aan bod. In de slotbeschouwing concludeert Jager dat weliswaar niet te veel van precontractuele informatiedocumenten mag worden verwacht, maar dat ze wel degelijk meerwaarde hebben. De auteur roept op om onderzoek te doen naar alternatieven.

Het boek geeft niet alleen inzicht in de effectiviteit van informatieplichten als zodanig, maar is ook belangwekkend voor iedereen die geïnteresseerd is in de ratio van de huidige beleggersbescherming en in de gedragswetenschappelijke inzichten daaromtrent. (JvM)

C. de Jager
Consumentenbescherming door informatie? Een analyse van 30 jaar beleid voor korte precontractuele informatiedocumenten over complexe financiële producten in Europa, Engeland, Nederland en Duitsland
Den Haag: Boom juridisch 2018, 323 p., € 48