MetselaarBoekbespreking. In haar dissertatie analyseert Alke Metselaar ruim tien jaar staatssteunrechtspraak. Na een korte uitleg van het staatssteunrecht, in het bijzonder van de handhaving daarvan, volgt een jurisprudentieonderzoek uitgesplitst per thema. Daarbij komen onder meer het procesbelang, de kwalificatie van bepaald gedrag als staatssteun en de gevolgen van die kwalificatie aan de orde. Metselaar heeft hierbij geput uit jurisprudentie van de burgerlijke rechter, bestuursrechter en belastingrechter. Ook is aandacht voor de rolafbakening tussen deze rechters onderling, alsmede tot de Euro­pese Commissie.

De auteur signaleert diverse spanningen in de handhaving van het staatssteunrecht, die voor een deel te verklaren zijn door een discrepantie in het toepasselijke Nederlandse recht en de eisen die het Europees recht aan de nationale rechters stelt. Met het nationale recht kan het door het staatssteunrecht beoogde resultaat niet steeds bereikt worden en moet de nationale rechter soms improviseren. In haar voorlaatste hoofdstuk onderzoekt Metselaar welke op het staatssteunrecht toegespitste handhavingsinstrumenten de Nederlandse wetgever zou moeten creëren om voornoemde discrepantie op te lossen. Voorstellen tot aanpassing van het Europese staatssteunrecht worden niet gedaan. Dit omdat de auteur op korte termijn geen Europese regelgeving verwacht die het op de handhaving van staatssteunregels van toepassing zijnde procesrecht harmoniseert. Eén Europese norm voor staatssteunrecht en drie nationale rechters die die norm moeten handhaven – het blijft voorlopig zoeken naar de juiste balans. (PB)

A.J. Metselaar
Drie rechters en één norm. Handhaving van de Europese staatssteunregels voor de Nederlandse rechter en de grenzen van de nationale procedurele autonomie
Diss. UL, Meijers-reeks 273, Deventer: Wolters Kluwer 2016, xxiv + 697 p., € 88,50