VanDijk_AA_OpzetBoekbespreking. In dit boek komt een aantal expertises samen. In 2008 promoveerde Alwin van Dijk cum laude op een proefschrift over – onder meer – de subjectieve­ zijde van het strafbaar feit (Strafrechtelijke aansprakelijkheid heroverwogen. Over opzet, schuld, schulduitsluitingsgronden en straf, Antwerpen/Apeldoorn: Maklu 2008). Andere wetenschappers van de Rijksuniversiteit Groningen publiceerden eerder dit jaar een WODC-studie naar straftoemeting in het verkeer (Wolswijk e.a., Ernstige verkeersdelicten, Zutphen: Uitgeverij Paris 2017), waarvoor gebruik is gemaakt van de ‘databank opzet in het verkeer’ die door Van Dijk is opgezet en waarin gepubliceerde feitenrechtspraak over dit thema wordt geïnventariseerd. De theoretische expertise en omvangrijke verzameling aan feitenrechtspraak vormen samen de bron waaruit (ook) dit onderzoek put.

Wegpiraterij met dodelijke afloop brengt steevast de gemoederen in beweging. Dit onderzoek voorziet in een volgende bijdrage aan de gedachtevorming. Het onderwerp dat is uitgekozen is binnen de brede waaier aan verkeersdelicten met dodelijke afloop de ernstigste: doodslag in het verkeer. Van Dijk verzet zich tegen de algemene opvatting in de literatuur dat het aannemen van het voor doodslag vereiste opzet, met name door toedoen van het bekende Porsche-arrest, zou zijn voorbehouden voor zeer uitzonderlijke gevallen. Allereerst stelt hij vast dat door feitenrechters bewezenverklaarde doodslag in het verkeer in cassatie vrijwel altijd standhoudt. Aan de hand van zijn, overigens openbaar toegankelijke, database onderscheidt hij vervolgens zeven categorieën waarin doodslag in het verkeer bewezen kan worden op een cassatiebestendige manier. Deze praktijk wordt door hem kritisch onder de loep genomen. Langs verschillende argumentatielijnen betoogt Van Dijk dat opzet door feitenrechters te gemakkelijk wordt aangenomen. Tegelijkertijd toont hij aan dat het voor de feitenrechter ook mogelijk is om de feiten en omstandigheden van een zaak zo te presenteren dat juist een vrijspraak in cassatie standhoudt; in dit verband gebruikt hij de term ‘cassatievrije zone’. De voornaamste problemen van de huidige praktijk ziet hij hierdoor in rechtsongelijkheid en in zijn observatie dat het gevolg een te prominente plaats zou innemen bij het bestraffen van wegpiraten. Als alternatief stelt hij voor een ernstiger gevaarzettingsdelict in de wet op te nemen. Tot een vergelijkbare conclusie kwamen de auteurs van het genoemde WODC-onderzoek. De wetgever heeft al met al de nodige brandstof om aan het werk te gaan. (LN)

A.A. van Dijk
Opzet, kans en keuzes. Een analyse van doodslag in het verkeer
Zutphen: Uitgeverij Paris 2017, 574 p., € 49,50