SoeharnoBoekbespreking. Weinig is zo intrigerend als logica en retorica. De kracht van de redenering en (vervolgens) de overtuiging spreekt tot de verbeelding. Iedereen kent wel de dagdroom waarin hij of zij met flux de bouche de degens kruist met een hinderlijke opponent, hem eloquent de oren wast, overrompelt met zijn of haar eruditie en vervolgens al even scherpzinnig al het tegengeworpene als drogredenen ontmaskert. Helaas kent ook iedereen het gevoel dat het op het moment zelf niet wilde lukken, dat het winnende argument pas later – l’esprit de l’escalier! – te binnen schoot en op het moment dat het moest slechts een mond vol tanden of een halfbakken argument te bieden leek. Met name voor juristen is dit laatste een onprettige gedachte.

Gelukkig baart ook hier oefening kunst en er is in dit verband een handig boekje verschenen. In Durven denken: een inleiding in de logica voor juristen behandelt Jonathan Soeharno niet alleen de beginselen van de logica, maar ook die van de retorica. En passant worden drogredenen besproken; een geliefd onderwerp onder juristen, zoals ook blijkt uit de columns van Kloosterhuis in dit blad. Het boek is op een vanzelfsprekende manier ingedeeld in een ‘inleiding’, waarin de basiskennis wordt uitgelegd, maar waarin tevens het pad wordt geëffend voor het tweede deel, getiteld ‘uitbreiding en alternatieven’.

Bovenal is het boek een slijpsteen voor het denken. Veel mensen zullen intuïtief wel aanvoelen dat Alle mensen zijn sterfelijk; Socrates is een mens; Socrates is sterfelijk wel deugt, maar Mijn hond is bruin; bruin is een kleur; mijn hond is een kleur niet. Maar de vraag waarom dat zo is, zal voor de meesten dan weer minder eenvoudig te beantwoorden zijn. Interessant voor de jurist is ook hoe de logica de dubbelzinnigheid van de natuurlijke taal kan blootleggen en wegnemen. Woorden als ‘niet’ en ‘zijn’ kunnen in het dagelijks spraakgebruik meerdere betekenissen hebben, hetgeen er onder meer voor zorgt dat zinnen als ‘wat je allemaal niet vindt in Almere’ en ‘dat is de jongen die Hans geslagen heeft’ voor tweeërlei uitleg vatbaar zijn. Dit zijn op zich geen problemen waar de jurist onbekend mee is, ook in het recht wordt immers aan bepaalde woorden een specifieke, vaak beperktere betekenis toegekend. Zo betekent voor de jurist het ‘plegen’ van een strafbaar feit net iets anders dan het ‘begaan’ hiervan en heeft de Hoge Raad zelfs tot standaard­overweging verheven dat de betekenis van ‘roekeloosheid’ in een juridische context niet noodzakelijk samenvalt met die in het normale spraakgebruik. Mede vanwege die parallel tussen recht en logica is dit boek zo nuttig voor het scherpen van de geest van de jurist.

Het boek lijkt in de eerste plaats bedoeld als leerboek, in die zin dat het lijkt te zijn geschreven met het idee dat de lezer het boek van kaft tot kaft leest. Hierbij wordt jegens het geheugen van die lezer wel ruimschoots barmhartigheid betracht, door spaarzame maar effectief gekozen terugkoppelingen en handige kruisverwijzingen in de voetnoten raakt ook de lezer die minder vertrouwd is met het onderwerp nergens de draad kwijt. Een handige bijkomstigheid is dat het boek ook goed geschikt is als (inleidend) naslagwerk.

Knap is in de eerste plaats dat het boek compact is, maar de lezer toch nergens in de steek wordt gelaten. Naast de prettige kruisverwijzingen komt dit zeker ook doordat de auteur voor de talrijke voorbeelden trefzekere, herkenbare en beknopte casus heeft gekozen uit het dagelijks leven en (veelal) ook uit de canon van het recht. Quint/Te Poel, Nefalit/­Karamus, de Schiedammer parkmoord en een klassieke tekst van Scholten passeren de revue en lossen daarmee de belofte in dat het boek ‘voor juristen’ is geschreven. De auteur is kennelijk voldoende vertrouwd is met alle rechtsgebieden om voor zijn voorbeelden te putten uit alle hoeken van het positieve recht en bovendien nog uit klassiekers uit de rechtstheorie. Aan het feit dat het boek hierbij een enigszins foutieve weergave geeft van het strafrechtelijk bewijsrecht, moet tegen die achtergrond maar niet te zwaar worden getild. (LN)

Jonathan E. Soeharno (m.m.v. Daniël F.H. Stein & Sjoerd Oppenheim)
Durven denken: inleiding in de logica voor juristen
Boom Masterreeks, Den Haag: Boom juridisch 2017, 200 p., € 39